Programma 6 Sociaal domein

Deelprogramma 6A Sociale infrastructuur

6A.1 Overheveling Doeluitkering Vrouwenopvang (DUVO)

Terug naar navigatie - 6A.1 Overheveling Doeluitkering Vrouwenopvang (DUVO)

Van Gemeente Rotterdam is een Doeluitkering Vrouwenopvang (DUVO) van V 195 ontvangen en als baten meegenomen in de Begroting 2024. Voor deze uitkering waren nog geen lasten begroot. Inmiddels is de regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling vastgesteld. We stellen voor om de Begroting in 2024 te verhogen met een last van N 195 in 2024.

Deelprogramma 6B Werk en Inkomen (Participatiewet)

6B.1 Promen

Terug naar navigatie - 6B.1 Promen

Bijstelling aantal SE's Wsw Promen
Uit de Q3 rapportage van Promen blijkt dat de afname van het aantal SE Wsw van Capelle in 2024 lager is dan verwacht. De prognose van de uitstroom is gebaseerd op de gemiddelden uit voorgaande perioden. De realisatie kan afwijken door bijvoorbeeld in verhuizingen of een lager aantal Wswers dat voortijdig stopt met werken. We stellen voor de lasten in de begroting te verhogen met N 208 in 2024. 

Bijstelling loonkosten CAO Promen
In 2024 zijn de loonkosten voor de Wsw en beschut werk als gevolg van de loonstijgingen in de cao’s harder gestegen dan de prognose in het Ondernemingsplan Promen 2024. Voor de gemeente Capelle aan den IJssel betreft het een nadeel van N 151 in 2024

Versterken weerstandsvermogen Promen
Promen heeft de afgelopen jaren voor onverwachte kosten geput uit het weerstandsvermogen. Het weerstandvermogen moet aangevuld worden. We stellen voor het weerstandsvermogen in één keer aan te vullen door een storting van N 150 in 2024. Hiervan kan N 116 worden opgevangen binnen het beschikbare budget. We stellen voor de lasten in de begroting te verhogen met N 34 in 2024.

Meerjarige gevolgen
De hogere loonkosten én het hogere aantal SE Wsw hebben gevolgen voor de meerjarenbegroting, deze consequenties worden meegenomen in de slotwijziging: N 456 in 2025, N 435 in 2026, N 418 in 2027 en N 176 in 2028, N 77 in 2029 en N 113 in 2030 en verder.

We stellen per saldo voor om de lasten en baten in de begroting ter verhogen met N 393 in 2024, N 456 in 2025, N 435 in 2026, N 418 in 2027 en N 176 in 2028, N 77 in 2029 en N 113 in 2030 en verder.

6B.2 Budgetten Participatiewet

Terug naar navigatie - 6B.2 Budgetten Participatiewet

1. Definitief budget uitkeringen en loonkostensubsidie (BUIG) 2024
Het definitief budget Buig 2024 (uitkeringen en loonkostensubsidie) is door het Rijk vastgesteld op 35.543. Van het budget gaat N 76 af in verband met het in 2016 en 2017 vooruit ontvangen budget voor de extra kosten vanwege de verhoogde asielinstroom. Dit voorschot wordt in negen gelijke delen gedurende de jaren 2018 – 2026 verrekend.
Het definitief budget voor het onderdeel uitkeringen bedraagt 33.783. De stijging van het definitief budget uitkeringen wordt veroorzaakt door een aantal ‘technische factoren’ zoals volume en loon- en prijsbijstelling. Het definitief budget loonkostensubsidie bedraagt 1.684. In het definitief budget zijn de realisaties loonkostensubsidie over 2022 verwerkt.
In onze begroting is voor de Buig (uitkeringen en loonkostensubsidie) 33.619 opgenomen. Bijstelling van de gemeentelijke begroting naar het definitief budget Buig levert een voordeel op van V 1.849.

2. Definitief budget uitkeringen en loonkostensubsidie (Buig) 2025-2032
Het voorlopig budget 2025 (uitkeringen en loonkostensubsidie) is door het Rijk vastgesteld op 36.100. Van het budget gaat N 76 af in verband met het in 2016 en 2017 vooruit ontvangen budget voor de extra kosten vanwege de verhoogde asielinstroom. Dit voorschot wordt in negen gelijke delen gedurende de jaren 2018 – 2026 verrekend.
Het voorlopig budget voor het onderdeel uitkeringen bedraagt 34.095. De stijging van het voorlopig budget uitkeringen wordt veroorzaakt door een aantal ‘technische factoren’ zoals volume en loon- en prijsbijstelling. Het voorlopig budget loonkostensubsidie bedraagt 1.930.
In onze begroting is voor de Buig (uitkeringen en loonkostensubsidie) 33.726 opgenomen. Bijstelling van de gemeentelijke begroting naar het voorlopig budget Buig 2025 levert een voordeel op van V 2.299 voor 2025, V 2.388 voor 2026, V 2.368 voor 2027, V 2.390 voor 2028 en V 2.464 voor 2029 en verder.

3. Ontwikkelingen uitgaven uitkeringen en loonkostensubsidie (Buig) 2024
Doordat het bijstandsbestand in Capelle in 2024 licht is afgenomen (-3% tegen een landelijke gemiddelde stijging van +1,1%) en het definitief budget opwaarts is bijgesteld, blijft Capelle ruim binnen de beschikbare rijksmiddelen. Ten opzichte van de rijksmiddelen verwacht IJsselgemeenten in 2024 een overschot op het rijksbudget voor de uitkeringen van 4.267. Op het rijksbudget voor de loonkostensubsidie verwacht IJsselgemeenten een overschot van 40. 
De prognose van de uitgaven voor de Buig in 2024 is wel hoger dan in onze begroting is opgenomen.
De uitgaven voor de uitkeringen zijn in onze begroting geraamd op 28.895. IJsselgemeenten raamt de uitgaven voor de uitkeringen in 2024 op 29.516. Op basis van de uitgaven dienen de lasten voor de uitkeringen in onze begroting te worden aangeraamd N 621.
De uitgaven loonkostensubsidie zijn in onze begroting geraamd op 1.492. IJsselgemeenten raamt de uitgaven loonkostensubsidie op 1.644. Op basis van de uitgaven dienen de lasten voor de uitkeringen in onze begroting te worden aangeraamd N 152.

4. Ontwikkelingen uitkeringen en loonkostensubsidie (Buig) 2025-2032
De uitgaven voor de uitkeringen zijn in onze begroting 2025 zijn geraamd op 29.303. IJsselgemeenten heeft de prognose ontwikkeling bijstandsbestand 2025-2029 gemaakt, deze lasten dienen in de begroting te worden verwerkt meerjarig. Op basis van de uitgaven dienen de lasten voor de uitkeringen in onze begroting te worden bijgeraamd N 94 in 2025, N 235 in 2026, V 24 in 2027, N 56 in 2028, V 18 in 2029, V 53 in 2030, N 447 in 2031 en N 947 in 2032. De extra aanramingen in 2031 en 2032 zijn noodzakelijk om de meerjarige trend vanuit 2030 door te trekken naar 2031 en 2032. Tot op heden was de trendmatige ontwikkeling verwerkt tot en met 2030. De baten (inkomsten terugvordering BUIG) dienen te worden bijgesteld met N 188 in 2025 e.v. Voor de VJN 2025 beraden we ons op eventuele aanpassing van de gekozen systematiek om de begrote overschotten op de BUIG meerjarig te verwerken. 
De uitgaven loonkostensubsidie zijn in onze begroting geraamd op 1.702. IJsselgemeenten heeft de prognose ontwikkeling bijstandsbestand 2025-2029 gemaakt, deze lasten dienen in de begroting te worden verwerkt meerjarig. Op basis van de uitgaven dienen de lasten voor de loonkostensubsidie in onze begroting te worden bijgeraamd N 183 in 2025, N 199 in 2026, N 215 in 2027, N 232 in 2028, N 362 in 2029 e.v. De baten (inkomsten terugvordering LKS) dienen te worden bijgesteld met N 5 in 2025 e.v.

5. Ontwikkelingen participatiebudget 2024-2032
Het participatiebudget is bijgesteld naar aanleiding van de Q3 rapportage van de GR IJsselgemeenten. Na 2024 betreft het meerjarig een geringe afwijking.

6. Ontwikkelingen bijstandsbudget 2024-2032
Het budget voor de bijzondere bijstand is bijgesteld naar aanleiding van de Q3 rapportage van de GR IJsselgemeenten. Het betreft een nadeel van N 89 in 2024 oplopend tot een nadeel van 226 in 2028 en verder. 

Onderdeel 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
1. Definitief budget uitkeringen en loonkostensubsidie (Buig) 2024 V1.849
2. Definitief budget uitkeringen en loonkostensubsidie (Buig) 2025-2032 V2.299 V2.388 V2.368 V2.390 V2.464 V2.464 V2.464 V2.464
4. Ontwikkelingen uitkeringen en loonkostensubsidie (Buig) 2025-2032 N193 N193 N193 N193 N193 N193 N193 N193
Totaal baten V1.849 V2.106 V2.195 V2.175 V2.197 V2.271 V2.271 V2.271 V2.271
3. Ontwikkelingen uitgaven uitkeringen en loonkostensubsidie (Buig) 2024 N773
4. Ontwikkelingen uitkeringen en loonkostensubsidie (Buig) 2025-2032 N277 N434 N191 N288 N344 N309 N809 N1.309
5. Ontwikkelingen participatiebudget 2024-2032 V396 V5 V7 V10 V12 V11 V4 N7 N22
6. Ontwikkelingen bijstandsbudget 2024-2032 N89 N110 N151 N190 N226 N226 N226 N226 N226
Totaal lasten N466 N382 N578 N371 N502 N559 N531 N1.042 N1.557
Saldo V1.383 V1.724 V1.617 V1.804 V1.695 V1.712 V1.740 V1.229 V714

Deelprogramma 6C Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

6C.1 Wmo-maatwerkvoorzieningen

Terug naar navigatie - 6C.1 Wmo-maatwerkvoorzieningen

Wmo-diensten
De beschikkingen voor begeleiding individueel nemen af, zowel in aantal als zorgzwaarte, wat mogelijkerwijs het directe positieve effect is van de pilot ‘Begeleiding in de wijk’ en een toename aan specialistische kennis op de unit Wmo, onder andere ten aanzien van voorzieningen in het voorliggende veld. Een voorliggende voorziening verwijst naar een al bestaande voorziening of regeling. Deze moet eerst worden benut voordat specifieke Wmo-voorzieningen kunnen worden aangevraagd. De gedachte achter een voorliggende voorziening is dat mensen in eerste instantie gebruik moeten maken van bestaande algemene voorzieningen of voorzieningen die regulier beschikbaar zijn. Ongeveer 60 cliënten hebben ondersteuning ontvangen met inzet vanuit het voorliggende veld. Bij huishoudelijke ondersteuning is echter een tegengestelde beweging waar te nemen. Hier stijgen de kosten door de toename van het aantal cliënten en door de hogere verzilvering (uitnutting) van de indicatie. Op de Wmo-diensten verwachten wij over 2024 een voordeel van V 465.

Toezichthouder rechtmatigheid
In de begroting is vanaf 2025 een taakstelling opgenomen van 280 in 2025 en 2026 en 140 vanaf 2027. De inzet van de toezichthouders heeft vanaf 2023 tot heden in financieel opzicht een besparing van 125 opgeleverd. De kosten van de externe toezichthouder bedragen in 2024 N 150. 

Kredieten
Uit de eerder toegezegde verdiepende analyse op de toegenomen kosten voor de hulpmiddelen (VJN2024 6C.2) blijkt dat wij de kredieten over 2024 met 247 kunnen verlagen. Dit resulteert in lagere afschrijvingslasten, dit verwerken wij in de Voorjaarsnota 2025. 

We stellen voor de kredieten in 2024 met 247 te verlagen en de lasten in de begroting in 2024 te verlagen met V 315. Het voordeel op de afschrijvingen wordt meegenomen in de Voorjaarsnota 2025. Zoals we in het BBV ‘Slotwijziging 2024 programma 6C’ (1621762) hebben aangegeven, informeren we u bij de Voorjaarsnota 2025 over het meerjarenperspectief.

Deelprogramma 6D Jeugdzorg

6D.1 Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) Prognose 2024

Terug naar navigatie - 6D.1 Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) Prognose 2024

De halfjaarrapportage 2024 van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) toont een toename in de zorgvraag en kosten binnen lokaal gecontracteerde jeugdhulp. De prognose van de zorgkosten valt hoger uit dan in de initiële begroting 2024 was opgenomen. De verwachting is een overschrijding van de begrote zorgkosten met N 210. 
Daarnaast is abusievelijk in de gemeentelijke begroting 2024 niet het juiste bedrag opgenomen vanuit de initiële begroting 2024 van het CJG. Het rechttrekken van dit verschil leidt tot een last van N 217.

We stellen voor om de lasten in de begroting te verhogen met N 427 in 2024.

6D.2 Persoonsgebonden budget (PGB) – Jeugd

Terug naar navigatie - 6D.2 Persoonsgebonden budget (PGB) – Jeugd

De eindejaarsprognose van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) voor het PGB Jeugd in 2024 valt hoger uit dan in de initiële begroting 2024 was opgenomen. Vanwege de afname in de verstrekte PGB’s was de initiële begroting 2024 namelijk met V 300 bijgesteld, dit blijkt te optimistisch. Om een onrechtmatige overschrijding in de jaarrekening 2024 te voorkomen, is een bijstelling van de begroting onvermijdelijk. 

We stellen voor om de lasten in de begroting te verhogen met N 152 in 2024.

6D.3 Gemeentelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) Prognose 2024

Terug naar navigatie - 6D.3 Gemeentelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) Prognose 2024

De 2e bestuursrapportage van de GRJR laat een mogelijk voordeel zien van V 726 voor Capelle op de regionale jeugdhulpkosten ten opzichte van de begroting. Dit mogelijke voordeel verwerken we in verband met onzekerheid niet voor het gehele bedrag in de cijfers. We willen benadrukken dat de kosten toch nog hoger kunnen uitvallen. Vooral ten aanzien van complexe cliënten die voorheen in de gesloten jeugdhulp zaten kunnen de kosten hoog zijn en ook in de laatste maanden van het jaar nog de uiteindelijke kosten beïnvloeden.

We stellen voor om de lasten in de begroting te verlagen met V 579 in 2024.