Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - - Weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit

Definitie weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit - Definitie weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen of waar na het treffen van maatregelen nog restrisico’s overblijven, met de kans dat deze risico’s zich voordoen. De verhouding wordt uitgedrukt in een ratio.

Ratio weerstandsvermogen is beschikbare weerstandscapaciteit gedeeld door benodigde weerstandscapaciteit (risico's)

Beleid voor weerstandsvermogen en risicobeheersing

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit - Beleid voor weerstandsvermogen en risicobeheersing

Het beleid ten aanzien van risico’s en weerstandsvermogen hebben wij vastgelegd in de Nota Reserves, Voorzieningen, Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2017. In maart 2026 heeft de raad een vernieuwde Nota Reserves, Voorzieningen, Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2026 vastgesteld. In deze nota heeft de raad besloten de reserves Algemene reserve minimumniveau ad. € 10 mln op te heffen en toe te voegen aan de vrij aanwendbare Algemene reserve. Deze mutatie is verwerkt in de weerstandscapaciteit 2025.

Wij streven na om geen onnodige risico’s te lopen, en zoveel mogelijk risico’s af te dekken, mits financieel verantwoord. Risico’s die niet worden afgedekt door bijvoorbeeld een verzekering of een voorziening, moeten kunnen worden opgevangen door de beschikbare weerstandscapaciteit.

De definitie van een risico luidt als volgt: De kans op het optreden van een gebeurtenis, die zowel positieve als negatieve gevolgen voor de gemeente kan hebben, waarvan de omvang nog onbekend is, maar van materiële betekenis kan zijn (groter dan 250.000). Eenvoudiger gezegd bestaat een risico dus uit kans * impact. In lijn met de genoemde beleidsnota hanteren wij voor wat betreft de kans van voordoen in de basis drie varianten: lage kans (25%), gemiddelde kans (50%) en hoge kans (75%). Waar deze varianten niet volstaan, hebben wij dit aangepast in 1%, 5% en 100%. Voor wat betreft de impact, zijn er drie varianten mogelijk:

  1. Als de impact redelijk goed in te schatten is: als vaste waarde;
  2. Als de impact moeilijker in te schatten is: met een bandbreedte, waarin wij een onder- en bovengrens geven en wij rekenen met het gemiddelde;
  3. Als de impact (nog) niet in te schatten is: als pm.

Bij risico’s met een incidenteel karakter hanteren wij een factor van 1, omdat het risico zich in één keer voor zal kunnen doen. Voor risico’s met een structureel karakter hanteren wij een factor van 5, gebaseerd op het lopende begrotingsjaar en de vier begrotingsjaren erna. Dat betekent dat de weerstandscapaciteit vijf maal zo groot moet zijn dan het totaalbedrag van het structurele risico.

De kwaliteit van het weerstandsvermogen wordt bij iedere document van de P&C cyclus gemeten. Dat wil zeggen dat wij het weerstandsvermogen actualiseren en ook de risico’s opnieuw beoordelen. Zo kan het zijn dat er telkens nieuwe risico’s worden geïdentificeerd en dat eerder geconstateerde risico’s verdwijnen.

Overzicht risico's

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit - Overzicht risico's

Hieronder een overzicht van de risico’s die op dit moment nog bestaan of nieuw zijn. 

Totaal lijst risico's
Nieuw / bestaand
Hoger / gelijk / lager risico t.o.v. BG26
Algemene risico's
1
Algemene uitkering Gemeentefonds
Bestaand
Gelijk
2
Fiscaliteiten
Bestaand
P.M.
3
Dividenden
Bestaand
Gelijk
4
Verleende borgstellingen voor instellingen
Bestaand
Lager
5
Oplopende rentelasten
Bestaand
P.M.
6
Positie waarborgfonds sociale woningbouw (WSW)
Bestaand
Hoger
Risico's sociaal domein
7
Participatiewet
Bestaand
Hoger
8
Jeugdzorg
Bestaand
Lager
9
Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
Bestaand
P.M.
10
Openeinderegelingen voor inkomensondersteunende regelingen
Bestaand
P.M.
Overige risico's
11
Onderwijshuisvesting - beleidsrisico's
Bestaand
P.M.
12
Onderwijshuisvesting - projectrisico's
Bestaand
P.M.
13
Onderwijshuisvesting - meerjarige opgave (SHO)
Bestaand
P.M.
14
Grondexploitaties
Bestaand
Hoger
15
Impact nieuwe omgevingswet op leges omgevingsvergunningen
Bestaand
P.M.
16
Risico's Rivium District
Bestaand
Hoger
17
Leerlingenvervoer
Bestaand
P.M.
18
Netcongestie
Nieuw

Berekening benodigde weerstandscapaciteit (=risico's)

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit - Berekening benodigde weerstandscapaciteit (=risico's)

In deze paragraaf geven wij een overzicht van de risico’s die op dit moment nog bestaan en geven wij aan wat die risico’s voor de komende jaren betekenen. De lijst met risico's staat in de onderstaande tabel. De risico's die gekwantificeerd zijn en daarbij de basis voor de "benodigde weerstandscapaciteit" vormen, staan in de tabel daaronder. 

Berekening benodigde weerstandscapaciteit / risico's
I/S*
Kans
Impact
Riscobedrag
2026
2027
2028
2029
Nr.
Risico = kans * impact
1
Algemene uitkering
S
50%
-2.000
0
0
-1.000
-1.000
3
Dividenden
S
50%
-110
0
0
-55
0
4
Verleende borgstellingen voor instellingen
I
5%
-5.634
-282
-282
-282
-282
6
Positie waarborgfonds sociale woningbouw (WSW)
I
0,1%
-479.105
-479
-479
-479
-479
7
Participatiewet (BUIG)
S
50%
-3.632
-1.816
-1.816
-1.816
-1.816
8
Jeugdzorg
S
50%
-1.041
-521
-521
-521
-521
14
Grondexploitaties
I
100%
431
431
431
431
431
14
Grondexploitaties
I
100%
-3.344
-3.344
-3.344
-3.344
-3.344
16
Risico's Rivium District (Plankosten)
I
25%
-2.500
0
-625
-625
-625
16
Risico's Rivium District (Omgevingsplanprocedure)
I
50%
-200
0
-100
-100
-100
16
Risico's Rivium District (Cofinanciering rijkssubsidie)
I
10%
-4.200
0
-420
-420
-420
Subtotaal
-6.010
-7.155
-8.210
-8.155
Strucurele risico's vermenigvuldigen met 5
-11.683
-11.683
-16.958
-16.683
Incidentele risico's
-3.674
-4.819
-4.819
-4.819
Totaal benodigde weerstandscapaciteit
-15.356
-16.501
-21.776
-21.501
* I = Incidenteel (1 jaar) S=structureel (5 jaar)

Bepaling beschikbare weerstandscapaciteit en weerstandsratio

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit - Bepaling beschikbare weerstandscapaciteit en weerstandsratio

Hieronder staat de beschikbare weerstandscapaciteit en de berekening van de weerstandsratio.

Beschikbare weerstandscapaciteit
2025
Rekeningsaldo
25.949
Post onvoorzien
34
Algemene reserve *
99.582
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit
125.565
Berekening weerstandsratio
2025
Benodigde weerstandscapaciteit
-15.356
Beschikbare weerstandscapaciteit
125.565
Weerstandsratio
8,2
Verloop weerstandsratio over de jaren
Jaarrekening 2020
3,5
Jaarrekening 2021
5,7
Jaarrekening 2022
3,8
Jaarrekening 2023
10,0
Jaarrekening 2024
8,6
Begroting 2025
7,0
Jaarrekening 2025
8,2
* Op het saldo van de Algemene reserve per 31-12-2025 is
een bedrag van € 50 mln in mindering gebracht vanwege
een overheveling naar een kapitaallastenreserve in 2026.

Financiële kengetallen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit - Financiële kengetallen

Het Besluit Begroting en Verantwoording provincie en gemeenten schrijft voor dat wij door middel van kengetallen inzicht geven in onze financiële positie. Gemeenten zijn vrij om hier zelf duiding aan te geven. Niettemin heeft de provincie Zuid-Holland in een themacirculaire een aantal signaleringswaarden aangegeven. De signaleringswaarden staan in onderstaande tabel. 

Financiële ratio's
Rekening 2024
Begroting 2025
Rekening 2025
1a
netto schuldquote
30,6%
46,3%
29,6%
1b
netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
29,3%
45,2%
28,5%
2
solvabiliteit
55,6%
47,2%
55,5%
3
grondexploitatie
0,3%
0,8%
-0,9%
4
structurele exploitatieruimte
2,2%
1,5%
7,0%
5
belastingcapaciteit
73,4%
76,7%
73,4%
Signaleringswaarden provincie Zuid Holland voor ratio's
Categorie A minst risicovol
Categorie B neutraal
Categorie C meest risicovol
1a
netto schuldquote
<90%
90-130%
>130%
1b
netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
<90%
90-130%
>130%
2
solvabiliteit
>50%
20-50%
<20-50%
3
grondexploitatie
<20%
20-35%
>35%
4
structurele exploitatieruimte
>0%
0%
<0%
5
belastingcapaciteit
<95%
95-105%
>105%

Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen (1a en 1b)
Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten op de eigen middelen drukken. De schuldquote is dit jaar nagenoeg gelijk gebleven aan de rekening 2024. 

De netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen geeft dezelfde ratio weer, maar dan zonder verstrekte leningen aan andere organisaties. De omvang van deze verstrekte leningen is dermate laag dat deze ratio dezelfde uitkomst heeft als de netto schuldquote.

Solvabiliteitsratio (2)
Dit cijfer geeft het percentage eigen vermogen ten opzichte van het totaal vermogen weer. Deze ratio is dit jaar nagenoeg gelijk gebleven aan de rekening 2024 en valt in de categorie A (groen).  

Grondexploitatie (3)
Dit cijfer geeft aan hoe groot de grondpositie (waarde van grond) is ten opzichte van de totale baten. Met 0,2% zit deze ratio ruimschoots in de categorie minst risicovol. Wanneer deze ratio zou stijgen, zou er meer risico ontstaan: een positief risico bij goede marktomstandigheden en een negatief risico bij minder goede marktomstandigheden.

Structurele exploitatieruimte (4)
Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Het kengetal wordt berekend door de incidentele baten en lasten en de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves te corrigeren op het jaarrekeningresultaat. Deze ratio is positief.

Gemeentelijke belastingcapaciteit (5)
Dit cijfer geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent dit dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Onze lokale belastingen (OZB, afval- en rioolheffing) zijn relatief laag en staan op 73,4% van het landelijk gemiddelde. Om in aanmerking te komen voor financiële steun vanuit het Rijk (art. 12-status), moeten de lokale belastingen ten minste 120% van het landelijk gemiddelde zijn. 

Algemene risico's

Terug naar navigatie - - Algemene risico's

1. Algemene uitkering Gemeentefonds

Terug naar navigatie - Algemene risico's - 1. Algemene uitkering Gemeentefonds
Nummer/Naam
1. Algemene uitkering Gemeentefonds
Omschrijving risico
Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. De jaarlijkse toe- en afname van het gemeentefonds wordt het acres genoemd. Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag van de algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (voor alle gemeente gelijke vermenigvuldigingsfactor). Die drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig en daardoor kunnen inkomsten uit het gemeentefonds lager zijn dan waar we in de begroting rekening mee hebben gehouden.
Specifieke risico's
Er zijn verschillende onzekerheden met betrekking tot de hoogte van de algemene uitkering: Financieringssystematiek: Bij de Miljoenennota 2025 zijn voor het eerst de accressen van het gemeente- en provinciefonds geactualiseerd op basis van de nieuwe bbp-systematiek. Deze nieuwe systematiek houdt in dat de volumeontwikkeling van het gemeentefonds vanaf 2024 wordt gebaseerd op het historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp) in plaats van de ontwikkeling van de rijksuitgaven. De cijfers worden elk jaar drie keer geraamd en de effecten hiervan worden verwerkt in de mei- , september- en decembercirculaire. In het voorjaar van het lopende jaar wordt het accres definitief. De definitieve vaststelling kan lager uitvallen dan eerdere ramingen. Daarnaast bestaat het risico dat de nieuwe financieringssystematiek tekortschiet om de groei van de uitgaven te kunnen opvangen. Met name de vergoeding voor loon- en prijsontwikkelingen is in de nieuwe systematiek lager. Hierdoor kunnen in de begroting 2026 de budgetten te laag zijn opgenomen om prijsontwikkelingen op te vangen. BTW-compensatiefonds Het BTW-compensatiefonds (BCF) wordt verrekend met het gemeentefonds. De afgelopen jaren is er ruimte onder het BCF-plafond geweest, maar deze ruimte wordt wel beperkter. Dit komt omdat gemeenten meer gaan investeren en daarmee meer gaan declareren in het BCF. Als een overschrijding van het BCF plafond ontstaat zouden gemeenten gekort kunnen worden op de algemene uitkering. Herziening gemeentefonds In de Meicirculaire 2025 zijn de resultaten van de ‘herziening gemeentefonds’ verwerkt. Capelle aan den IJssel komt hier negatief uit. Op basis van het ingroeipad is het maximale nadeel voor een gemeente € 37,50 per inwoner. Het feitelijke nadeel is € 84,75 per inwoner. In de Meicirculaire 2022 is Capelle aan den IJssel een suppletie-uitkering van 3,2 miljoen in 2025 en volgende jaren toegezegd. De suppletie-uitkering is structureel in de meerjarenraming opgenomen. Inmiddels wordt gewerkt aan een evaluatie van het nieuwe verdeelstelsel 2023 waarin ook de afbouw van de suppletie-uitkering wordt meegenomen. Verwacht wordt dat de afbouw van de suppletie-uitkering vanaf 2028 zal plaatsvinden. Besloten is om het voordeel uit de decembercirculaire 2025 in te zetten om de suppletie-uitkering met € 1.180 te verlagen naar € 2.000. Hiermee wordt het risico van de afbouw van de suppletie-uitkering beperkt.
Bandbreedte financiële gevolgen
Het gemeentefonds is onvoorspelbaar en het is niet mogelijk om de mogelijke effecten goed te kwantificeren. De ervaring van de afgelopen jaren is dat er zowel grote voor- als nadelen kunnen ontstaan. Daarom staat dit bedrag op P.M. Uitzondering hierop is de suppletie-uitkering inzake de herijking van het gemeentefonds. Hierbij houden we rekening met een bedrag van 2 miljoen en een kans van 50% vanaf 2028.
Beheersingsmaatregelen
De beheersingsmaatregelen zijn beperkt. We hebben geen invloed op de uitkomsten.
Verloop en bewaking
Eerste moment van opname: Voorjaarsnota 2012. Geactualiseerd: elk P&C-document sindsdien. De afdeling Financiën volgt de ontwikkelingen van het Gemeentefonds.
Verantwoordelijken
Ambtelijk: afdeling Financiën Bestuurlijk: Van Woudenberg
Communicatie
Niet van toepassing
Ondernomen en mogelijke acties
De laatst gepubliceerde circulaire is de Decembercirculaire 2025. Deze is verwerkt in de Jaarstukken 2025.

2. Fiscaliteiten

Terug naar navigatie - Algemene risico's - 2. Fiscaliteiten
Nummer / Naam
2. Fiscaliteiten
Omschrijving risico
Rijksbelastingen worden geheven aan de hand van fiscale wet- en regelgeving die voortdurend in beweging zijn. De voornaamste afdrachten vinden plaats voor de belastingmiddelen loonheffingen, btw en vennootschapsbelasting. Risico's in aard en omvang zijn met name 1) proces-gerelateerd, 2) fiscaal administratief van aard en 3) inhoudelijk gedreven. Voornaamste is dat de fiscaliteit proactief en op een natuurlijke wijze bij de start van het proces wordt betrokken en dat taken en rollen duidelijk zijn gedefinieerd. Dit voorkomt onjuiste boekingen, vermindert faalkosten en zorgt dat gericht een gewogen oordeel kan worden gegeven over de fiscale aanpak en de hieraan verbonden risico's in het kader van besluitvorming en verantwoording. De Gemeente is zich bewust van de verschillende risico's en neemt op een gesystematiseerde wijze maatregelen om deze risico's verder te beheersen. In het onderdeel bewaking en te ondernemen acties wordt dit verder toegelicht.
Specifieke risico's
Niet van toepassing.
Bandbreedte financiële gevolgen
P.M.
Beheersingsmaatregelen
We monitoren op gezette momenten de (landelijke) fiscale ontwikkelingen en beoordelen de fiscale transacties van onze gemeente.
Verloop en bewaking
Eerste moment van opname: Begroting 2014. Geactualiseerd: elke P&C-document sindsdien. Relevante fiscale processen worden getoetst in opzet en werking en doorontwikkeld en afgestemd op organisatieontwikkelingen en fiscale wet- en regelgeving. Ten aanzien van de fiscale advisering is de kwaliteit mede gewaarborgd door de inzet van een fiscalist. De Gemeente werkt op concernniveau aan de verdere uitrol van een Tax Control Framework (TCF) teneinde fiscaal in control te komen.
Verantwoordelijken
Ambtelijk: afdeling Financiën Bestuurlijk: Van Woudenberg
Communicatie
We rapporteren over ontwikkelingen bij de diverse P&C-documenten of, als dat nodig is, afzonderlijk.
Ondernomen en mogelijke acties
In 2026 wordt verder ingezet op de doorontwikkeling van de fiscale functie op het gebied van coördinatie, kennisdeling en uitvoering. Medewerkers binnen de financiële functie krijgen daarbij maatwerk-cursussen aangeboden waarin relevante casuïstiek wordt besproken die de kennis in de breedte vergroot en het fiscaal bewustzijn verder versterkt. Daarnaast zal in overleg met de vakteams gericht de fiscaliteit worden verankerd in het primaire proces ter beheersing van fiscale risico's.

3. Dividenden

Terug naar navigatie - Algemene risico's - 3. Dividenden
Nummer / Naam
3. Dividenden
Omschrijving risico
We zijn aandeelhouder van onder andere Stedin N.V., N.V. Irado en B.V. Gemeenschappelijk Bezit Evides (Evides) en ontvangen hier jaarlijks dividend van. Het risico is dat het dividend lager of hoger is dan waar we in de begroting rekening mee houden.
Specifieke risico's
Stedin Voor Stedin is het risico dat we minder aan dividend ontvangen dan begroot. We ramen het dividend op basis van de laatst beschikbare (openbare) informatie. In de begroting 2026 is het begrote dividend als volgt opgenomen: 2026 € 1.279.000, 2027 € 1.256.000, 2028 € 1.411.000 en 2029 € 1.510.000. Evides Voor Evides is het risico dat we minder aan dividend ontvangen dan begroot. Voor 2026 is een verlaging van de drinkwatertarieven tussen de 3%-8% voorzien zodat er een optimale benutting is van het maximale toegestane bedrijfsresultaat. In de begroting 2026 is het begrote dividend voor 2026 en verder € 235.000 Irado Voor Irado is het risico dat we minder aan dividend ontvangen dan begroot. We bezitten, net als de gemeenten Schiedam en Vlaardingen, 1/3 deel van de aandelen. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) We ontvangen ook jaarlijks dividend van de BNG. Jaarlijkse begroting vanaf 2026 is €19.000.
Bandbreedte financiële gevolgen
Op dit moment is vooral het dividend van Irado risicovol, gezien stijgende kosten van Irado. Het nu geraamde dividend voor Irado is op basis van de meest recente inzichten. Toch bestaat het risico dat het dividend niet of niet geheel gerealiseerd zal worden. Dit risico schatten we in op een kans van 50% oplopend tot 100% in 2026. Zie voor meer informatie daarover hetgeen onderstaand is opgenomen bij 'Ondernomen en mogelijkse acties'.
Beheersingsmaatregelen
We volgen de ontwikkelingen rondom de wetgeving en de bestuursbesluiten van Stedin, Irado en Evides nauwlettend.
Verloop en bewaking
Eerste moment van opname: Begroting 2016. Geactualiseerd: elk P&C-document sindsdien. De afdeling Financien volgt de ontwikkelingen.
Verantwoordelijken
Ambtelijk: afdeling Financiën Bestuurlijk: Van Woudenberg
Communicatie
We rapporteren over de ontwikkelingen bij de diverse P&C-documenten.
Ondernomen en mogelijke acties
Irado heeft in het Strategisch meerjarenplan 2025-2028 in de meerjarenbegroting het dividend naar beneden bijgesteld. De verwachting is dat over de jaren 2025, 2026 en 2028 geen dividend wordt uitbetaald. In de begroting is reeds verwerkt dat we in de jaren 2026, 2027 en 2029 geen dividend ontvangen. Daarom bedraagt het risico 0% in deze jaren. De verwachting over 2027 en 2029 is nog een dividend van respectievelijk € 110.000 en € 330.000. Deze hebben wij in onze begroting staan als ontvangst in 2028 en 2030. De kans dat dit dividend niet of niet geheel gerealiseerd wordt schatten wij in op 50%.

4. Verleende borgstellingen voor instellingen

Terug naar navigatie - Algemene risico's - 4. Verleende borgstellingen voor instellingen
Nummer / Naam
4. Verleende borgstellingen voor instellingen
Omschrijving risico
Voor Rijksmonument Dorpsstraat 164 te Capelle aan den IJssel B.V. en Stichting IJsselland Ziekenhuis staan we garant voor een aantal leningen die zij zijn aangegaan. Het risico bestaat dat als deze organisaties niet meer aan hun verplichtingen tot terugbetaling kunnen voldoen, de lening verstrekker(s) op ons een beroep doen.
Specifieke risico's
Vanwege de aanvullende voorschriften van de provincie in het kader van het financieel toezicht, is dit een verplicht onderdeel geworden bij de bepaling van het weerstandsvermogen. Het betreft garanties voor leningen waarvoor de gemeente 100% borg staat zonder betrokkenheid van een andere waarborginstelling. Het gaat om leningen verstrekt aan Rijksmonument Dorpsstraat 164 te Capelle aan den IJssel B.V. en Stichting IJsselland Ziekenhuis, in totaliteit per 31-12-2025 € 5.634.
Bandbreedte financiële gevolgen
De ervaring leert dat geen enkele borgstelling wordt aangesproken. Vanuit het voorzichtigheidsbeginsel is het raadzaam een percentage te hanteren om de risico's van deze borgstellingen te kwantificeren. We hebben dit percentage vastgesteld op 5%. Het risico komt dan uit op circa € 282 (€ 5.634/5%).
Beheersingsmaatregelen
De Verordening Borgstellingen Gemeente Capelle aan den IJssel 2020.
Verloop en bewaking
Eerste moment van opname: begroting 2014. Geactualiseerd: elke P&C-document sindsdien. Bij de toetsing van de jaarstukken van de betrokken instellingen wordt gelet op het risico voor de gemeente.
Verantwoordelijken
Ambtelijk: Afdeling Financiën Bestuurlijk: Van Woudenberg
Communicatie
We rapporteren over de ontwikkelingen bij de diverse P&C-documenten.
Ondernomen en mogelijke acties
Niet van toepassing.

4. Tabel gewaarborgde geldleningen instellingen

Terug naar navigatie - Algemene risico's - 4. Tabel gewaarborgde geldleningen instellingen
Geldnemer
Stand per 1-1-2025
Stand per 31-12-2025
St. IJsselland Ziekenhuis
N4.538
N3.744
Rijksmonument Dorpsstraat 164
N1.924
N1.890
Totaal
N6.462
N5.634

5. Oplopende rentelasten

Terug naar navigatie - Algemene risico's - 5. Oplopende rentelasten
Nummer / Naam
5. Oplopende rentelasten
Omschrijving risico
Het risico bestaat dat we onvoldoende rentelasten in onze begroting verwerkt hebben en dat de rentepercentages stijgen.
Specifieke risico's
Uit de liquiditeitsprognose blijkt dat er sprake is van een financieringsbehoefte gedurende, maar ook na, de looptijd van onze meerjarenbegroting. Door de toenemende financieringsbehoefte zal er sprake zijn van een oplopende rentelast. De onrust in de wereld en geplande grote investeringen door EU landen, met name Duitsland, beïnvloeden de hoogte van het rentepercentage voor langlopende leningen. De verwachting is een stijgend rentepercentage voor zeker het komende jaar. Deze factoren beïnvloeden de rentelasten negatief. Voor het komende jaar wordt geen renteverlaging door het ECB verwacht.
Bandbreedte financiële gevolgen
Alle op dit moment geprognotiseerde rentelasten zijn verwerkt in de begroting. Het rentepercentage vanaf 2026 is 3% .
Beheersingsmaatregelen
De beste beheersingsmaatregel is een structureel en reëel evenwicht in de begroting. Hierbij dienen de inkomsten ten minste gelijk te zijn aan de uitgaven en de investeringen maximaal de afschrijvingslast te bedragen. Het resterend risico is dan een stijgend rentepercentage. Als het rentepercentage bij financieringsbehoefte hoger is dan het begrote rentepercentage(2025:3,5%), kan als maatregel gekozen worden voor een kortere looptijd om de rentelast te drukken. Om hier een goede keuze in te maken, zal dan ook het effect hiervan op de renterisiconorm worden meegenomen in de afweging.
Verloop en bewaking
Eerste moment van opname: Voorjaarsnota 2018. We monitoren continue de ontwikkeling van de rente.
Verantwoordelijken
Ambtelijk: afdeling Financiën Bestuurlijk: Van Woudenberg
Communicatie
In de risicoparagraaf zullen we communiceren over de verwachte financiële ontwikkelingen.
Ondernomen en mogelijke acties
We verwerken de meerjarige ontwikkeling van de rente in de begroting, kadernota en slotwijziging en stellen de te hanteren rentepercentages vast bij de begroting.

6. Positie waarborgfonds sociale woningbouw

Terug naar navigatie - Algemene risico's - 6. Positie waarborgfonds sociale woningbouw
Nummer / Naam
6. Positie waarborgfonds sociale woningbouw (WSW)
Omschrijving risico
De Gemeente is, na woningcorporaties en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW), als tertiaire achtervang verantwoordelijk voor leningen van woningbouwcorporaties. Woningcorporaties sluiten leningen af om het bouwen en onderhouden van sociale huurwoningen te financieren. Tot 2021 tekende de Gemeente per lening borgstelling mee (AO Bestaand). Vanaf 2021 kunnen corporaties leningen aantrekken tot het door het WSW en de Autoriteit woningcorporaties (Aw) ingestelde kredietplafond en staat WSW hiervoor borg. WSW heeft met gemeenten achtervangovereenkomsten (AO 2021) gesloten. Met deze overeenkomst kent WSW de borgstelling van de afgesloten leningen door corporaties toe aan de deelnemende gemeenten (verdeelsleutel). Per 1 mei 2024 is een nieuwe achtervangovereenkomst (AO nieuw) tussen WSW en de gemeenten gesloten, waarmee is vastgelegd hoe en met welke verdeelsleutel we als gemeente kunnen worden aangesproken. Voor de geborgde geldleningen aangegaan voor 1 augustus 2021 blijft de verdeelsleutel in de AO's Bestaand van toepassing: het Rijk voor 50%, 25% over alle gemeenten die borg staan en 25% wordt opgevraagd bij de gemeente die in de leningsovereenkomst is genoemd. Voor geborgde geldleningen aangegaan vanaf 1 augustus 2021 geld de verdeelsleutel zoals opgenomen in AO 2021: het Rijk voor 50% en 50% verdeeld over alle gemeenten die borg staan. Tot op heden is op deze tertiaire achtervang nooit een beroep gedaan. Door de beoordeling van de financiële positie van de woningcorporaties door de Aw is het risico beperkt.
Specifieke risico's
Niet van toepassing.
Bandbreedte financiële gevolgen
De woningcorporaties waarvoor de Gemeente borg staat zijn Stichting Havensteder, Stichting Woonzorg Nederland, Stichting Hef Wonen en Woonbron. Het openstaande bedrag van deze woningcorporaties is per 31 december 2025 € 479.105. De kans van voordoen schatten we als zeer laag: 0,1%. Het totale risicobedrag komt daarmee op € 479.
Beheersingsmaatregelen
We volgen de ontwikkelingen nauwlettend.
Verloop en bewaking
Eerste moment van opname: Begroting 2020. De afdeling Financiën volgt de ontwikkelingen door de berichtgeving van de VNG. Beoordeling van de jaarstukken van het WSW en de oordeelsbrieven van de Autoriteit woningcorporaties (Aw) vindt periodiek plaats.
Verantwoordelijken
Ambtelijk: afdeling Financiën Bestuurlijk: Van Woudenberg
Communicatie
We rapporteren over de ontwikkelingen bij de diverse P&C-documenten.
Ondernomen en mogelijke acties
Als gemeente hebben we hier geen invloed op.

6. Tabel gewaarborgde geldleningen WSW

Terug naar navigatie - Algemene risico's - 6. Tabel gewaarborgde geldleningen WSW
Geldnemer
Stand per 1-1-2025
Stand per 31-12-2025
St. Woonzorg Nederland
N21.192
N25.884
Stichting Havensteder
N430.725
N450.488
Stichting Hef Wonen
N453
N519
Woonbron
N2.011
N2.214
Totaal
N454.381
N479.105

Risico's sociaal domein

Terug naar navigatie - - Risico's sociaal domein

7. Participatiewet

Terug naar navigatie - Risico's sociaal domein - 7. Participatiewet
Nummer / Naam
7. Participatiewet
Omschrijving risico
Risico's met betrekking tot de ontwikkeling van de rijksbijdrage BUIG (bundeling uitkeringen inkomensvoorzieningen gemeenten), participatiebudget en Wet sociale werkvoorziening (Wsw).
Specifieke risico's
BUIG De uitkomsten van de definitieve BUIG van het lopende jaar worden jaarlijks pas op of rond 1 oktober bekend gemaakt. Deze kunnen in hoge mate afwijken van het (nader) voorlopig budget BUIG. Prognoses voor de langere termijn zijn lastig te maken. Op dit moment zijn we al jaren voordeelgemeente; de kosten van de uitkeringen zijn lager dan de rijksvergoeding. We hebben in de begroting daarom een meerjarig overschot op de BUIG opgenomen. Het Rijk stelt de indiciatoren voor de verdeling van het macrobudget jaarlijks bij om structurele overschotten of tekorten op de BUIG bij de gemeenten te beperken. We voorzien daarom dat het overschot op de BUIG van onze gemeente in de komende jaren afneemt en we nemen hiervoor voorzichtigheidshalve een risico op. Het voordeel in 2025 bedraagt € 3.587k. De meerjarenbegroting over de jaren 2026-2030 laat zien dat het voordeel op de BUIG afloopt naar € 2.834k in 2029. Participatiebudget Sinds de invoering van de Participatiewet in 2015 groeit het aantal Capellenaren met een arbeidsbeperking die onder deze wet valt. Daarmee nemen de uitgaven binnen het participatiebudget toe. Bijzondere bijstand De financiële bestaanszekerheid staat onder druk, ook in Capelle. Hierdoor wordt een groter beroep gedaan op de bijzondere bijstand.
Bandbreedte financiële gevolgen
De bandbreedte bedraagt € 4.309k in 2026, € 4.044k in 2027, € 3.340k in 2028 en € 2.834k vanaf 2029. Het gemiddelde bedraagt € 3.632k met een kans van 50%, waardoor het risicobedrag gemiddeld € 1.816k bedraagt.
Beheersingsmaatregelen
De realisatie op het participatiebudget en de BUIG wordt continu gemonitord om optimaal gebruik te maken van het budget.
Verloop en bewaking
Eerste moment van opname: Voorjaarsnota 2011. Geactualiseerd: elk P&C document sindsdien. We rapporteren per P&C document en blijven de ontwikkelingen volgen.
Verantwoordelijken
Ambtelijk: afdeling Samenleving Bestuurlijk: Van Hemert
Communicatie
In de risicoparagraaf wordt aandacht gegeven aan de te verwachten financiële ontwikkelingen aangaande budgetten en bestedingen.
Ondernomen en mogelijke acties
Bij de Slotwijziging worden de BUIG-budgetten over het huidige jaar bijgesteld op basis van de prognoses van de GR IJsselgemeenten. De bestedingsplannen voor het participatie- en bijzondere bijstandsbudget van de GR IJsselgemeenten wordt telkens aan het begin van het jaar beoordeeld en de gemeentelijke budgetten worden, als daartoe aanleiding is, daarop aangepast bij de Kadernota.

8. Jeugdzorg

Terug naar navigatie - Risico's sociaal domein - 8. Jeugdzorg
Nummer / Naam
8. Jeugdzorg
Omschrijving risico
Risico's met betrekking tot de Jeugdzorg
Specifieke risico's
Het risico ontstaat door een aantal aspecten. Dit kan resulteren in zowel een positief als negatief risico voor onze gemeentelijke begroting. Deze aspecten zijn: • Het gebruik van jeugdhulp is de afgelopen jaren ieder jaar toegenomen en lijkt vanaf 2024 af te vlakken. De financiële gevolgen van deze autonome groei zijn vanaf de Begroting 2024 structureel meegenomen als beheersmaatregel. De kans blijft bestaan dat de kosten harder of minder hard stijgen dan de opgenomen autonome groei. Op basis van de realisatie van 2024 en 2025 hebben wij een analyse gemaakt en de uitkomsten van deze analyse hebben wij verwerkt in de begroting 2026. • Veilig Thuis heeft aangegeven als gevolg van de toegenomen complexiteit van meldingen en personeelstekorten financiële uitdagingen te hebben. De financiële impact hiervan is beperkt. • Rechters, gecertificeerde instellingen en jeugdreclassering kunnen autonoom bepalen dat jeugdhulp nodig is. Daar kunnen we niet rechtstreeks op sturen. Dit heeft betrekking op ongeveer 15% van de waarde van de toewijzingen. Via het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming en de Regionale bestuursopdracht kostenbeheersing proberen we hier grip op te krijgen. • De kosten voor de uitvoering van het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming kunnen hoger uitvallen dan nu begroot. Het kan zijn dat het CJG en Welzijn Capelle hierdoor hogere kosten moeten maken dan begroot. • De keuze om gesloten jeugdhulp af te bouwen leidt tot de inzet van duurdere alternatieve vormen van jeugdhulp. In de Regionale bestuursopdracht kostenbeheersing wordt gewerkt aan het versneld ontwikkelen van alternatieven, maar dit risico blijft actueel. • Woonplaatsbeginsel. Landelijk is het mogelijk dat er nog kosten voor jeugdigen die in een andere gemeente jeugdhulp ontvangen, maar volgens het landelijk woonplaatsbeginsel onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Capelle vallen, nakomen. De kans dat we nog meer facturen ontvangen wordt steeds kleiner naarmate de invoerdatum van deze regeling verder in het verleden ligt. De financiële impact hiervan is beperkt. • De maatregelen die lokaal, regionaal en landelijk worden uitgewerkt en uitgevoerd moeten zich nog bewijzen. De afgelopen jaren laten zien dat de resultaten vaak te positief worden ingeschat, zowel financieel als in de tijd en kosten die nodig zijn om ze te realiseren.
Bandbreedte financiële gevolgen
De begroting van de GRJR is hoger dan de begroting van Capelle aan den IJssel. Het verschil bedraagt: 1.554K in 2026, 1.949K in 2027, 2.198K in 2028 en 2.627K in 2029. Het gemiddelde bedraagt € 1.041K met een kans van 50%, wat leidt tot een gezamenlijke impact van 777K in 2026, 974K in 2027, 1.099K in 2028 en 1.313K in 2029.
Beheersingsmaatregelen
• Lokaal uitvoeren van het plan 'tegen de stroom in voor duurzame en betaalbare jeugdhulp'. Dit plan bestaat uit 3 actielijnen met daarin maatregelen die zich zowel op de vraagkant als de aanbodkant richten. De maatregelen zijn deels in uitvoering en worden deels voorbereid. • Regionale bestuursopdracht kostenbeheersing (RBOK). Dit plan bestaat uit maatregelen die zich vooral op de aanbodzijde en de regionaal gecontracteerde jeugdhulpaanbieders richten. De maatregelen zijn deels in uitvoering en worden deels voorbereid.
Verloop en bewaking
Eerste moment van opname: Najaarsnota 2015. Geactualiseerd: elk P&C-document sindsdien. Kwartaalrapportages van de GR Jeugdhulp Rijnmond en de Stichting CJG Capelle aan den IJssel.
Verantwoordelijken
Ambtelijk: afdeling Samenleving Bestuurlijk: Faassen
Communicatie
P&C-documenten van de GR Jeugdhulp Rijnmond en de Stichting CJG Capelle aan den IJssel.
Ondernomen en mogelijke acties
We hebben meerdere maatregelen in uitvoering en voorbereiding om de kosten te beheersen.

9. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

Terug naar navigatie - Risico's sociaal domein - 9. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
Nummer / Naam
9. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
Omschrijving risico
Inkomensondersteunende regelingen zijn succesvol bij hoog bereik en gebruik, maar kunnen bij sterk toenemend gebruik zorgen voor oplopende kosten.
Specifieke risico's
De uitvoering van de Wmo 2015 is onderhevig aan wet- en regelgeving. De Wmo 2015 is een openeinderegeling. Mede door de demografische ontwikkelingen (vergrijzing in Capelle ) en invoering abonnementstarief is een toenemende vraag naar Wmo-voorzieningen ontstaan. Tevens richt het Rijksbeleid zich op langer thuis blijven wonen en extramuralisatie waardoor inzet van Wmo-maatwerkvoorzieningen meer en langer nodig is. Mede hierdoor kunnen de gehanteerde uitgangspunten in werkelijkheid de komende jaren afwijken van de begrote uitgaven. Daarnaast spelen binnen de Wmo de volgende ontwikkelingen/risico’s: • Doordecentralisatie Beschermd Wonen De commissie 'Toekomst Beschermd Wonen' adviseert de functies beschermd wonen en maatschappelijke opvang verder te normaliseren. Concreet betekent dit minder opnames in een intramurale setting en meer opvang en begeleiding in de wijk. Deze extramuralisering is nu al merkbaar en zal de komende jaren verder toenemen. De doordecentralisatie zou ingaan in 2026, maar is (opnieuw) uitgesteld. De staatssecretaris heeft aangegeven dat de beoogde invoeringsdatum van 1 januari 2026 niet meer haalbaar is. Nog niet bekend is wat de nieuwe invoeringsdatum is. De verantwoordelijkheid verschuift van centrumgemeente Rotterdam naar alle zeven gemeenten in de Beschermd Wonen-regio, waaronder onze gemeente. Maatschappelijke opvang wordt op een later tijdstip doorgedecentraliseerd. Het Regionaal Beleidsplan Maatschappelijke Ontwikkeling en Beschermd Wonen 2022-2026 is op 7 februari 2022 door uw raad vastgesteld. Bij de overgang van taken hoort ook de overgang van middelen. Voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang komt er een nieuw objectief verdeelmodel, waarbij ook de huidige middelen voor begeleiding worden meegenomen. Vanwege de onzekerheid over de financiële consequenties, is landelijk gekozen voor een ingroeipad van meerdere jaren. We ontvangen waarschijnlijk middelen met ingang van 2027. Gedurende het ingroeipad gaan de middelen geleidelijk over van centrumgemeente Rotterdam naar de regiogemeenten, waaronder Capelle. Op grond van de meest recente meerjarenraming van centrumgemeente Rotterdam voor de regio, wordt de eerstkomende jaren vooralsnog geen tekort verwacht • Taakstelling op begroting In de Begroting 2024 hebben wij een taakstelling op de Wmo gekregen. In de Kadernota 2026 is een deel van de opgelegde taakstelling vervallen. In het eerste kwartaal van 2026 is het inkooptraject Wmo- diensten 2026, waaronder huishoudelijke ondersteuning en dagbesteding vallen, afgerond. Op dit onderdeel rust nog een taakstelling. Op dit moment kan echter nog niet worden vastgesteld of deze taakstelling haalbaar is. De uitvoering van het nieuwe contract is voortvarend opgestart en de herindicatie van bestaande indicaties is inmiddels in gang gezet. De eerste effecten hiervan zullen in de komende periode geleidelijk zichtbaar en beter meetbaar worden. Gelet hierop ontbreekt momenteel een toereikende onderbouwing om de resterende taakstelling bij te stellen. U wordt via de komende P&C-documenten nader geïnformeerd over de voortgang en de eerste resultaten van dit proces. • Sociaal-medische advisering In het eerste kwartaal van 2026 is de overeenkomst voor sociaal-medische advisering vernieuwd met het bestaande adviesbureau. Hiermee wordt invulling gegeven aan de wettelijke verplichting op grond van artikel 3.2 van de Awb om zorgvuldig onderzoek te verrichten bij de beoordeling van Wmo-aanvragen, met name in situaties waarin sprake is van moeilijk objectiveerbare aandoeningen of beperkingen. De samenwerking is recent gestart, waardoor er nog geen uitspraken mogelijk zijn over resultaten, doorlooptijden, inzet of financiële effecten. De overeenkomst is nog te kort van kracht om dit betrouwbaar te beoordelen. Er wordt in de nieuwe overeenkomst nadrukkelijk gestuurd actief gestuurd op monitoring, analyse, contracttoetsing en het doorvoeren van verbeteringen. Doel is om meer grip te krijgen op kwaliteit, doelmatigheid en rechtmatigheid. U wordt via de reguliere P&C-documenten geïnformeerd over de voortgang en de eventuele financiële effecten.
Bandbreedte financiële gevolgen
Niet van toepassing
Beheersingsmaatregelen
Bewaken en monitoren van de meerjarige prognose, monitoren en volgen van landelijke ontwikkelingen, implementeren van de ombuigingsmaatregelen Wmo.
Verloop en bewaking
Eerste moment van opname: Voorjaarsnota 2014. Geactualiseerd: elk P&C-document sindsdien. We rapporteren per P&C-document en blijven de ontwikkelingen volgen.
Verantwoordelijken
Ambtelijk: afdeling Samenleving Bestuurlijk: Wilson
Communicatie
Communicatie via reguliere P&C- documenten.
Ondernomen en mogelijke acties
We hebben meerdere maatregelen in uitvoering en voorbereiding om de kosten te beheersen.

10. Openeinde inkomensondersteunende regelingen

Terug naar navigatie - Risico's sociaal domein - 10. Openeinde inkomensondersteunende regelingen
Nummer / Naam
10. Openeinde inkomensondersteunende regelingen
Omschrijving risico
Inkomensondersteunende regelingen zijn succesvol bij hoog bereik en gebruik, maar kunnen bij sterk toenemend gebruik zorgen voor oplopende kosten.
Specifieke risico's
Veel inkomensondersteunende maatregelen zoals de bijzondere bijstand en de individuele inkomenstoeslag zijn feitelijk succesvol wanneer het bereik en gebruik hoog is. Gezien de aard van de regelingen is uitsluiting van gebruik door Capellenaren niet mogelijk en niet gewenst. Dit risico geldt elk jaar. De ontwikkeling voor 2026 is lastig in te schatten, omdat naar verwachting het aantal huishoudens met een laag inkomen afneemt, maar het aantal huishoudens met een bijstandsuitkering toeneemt. Hoe dit uitpakt is in hoge mate afhankelijk van de maatregelen van het Rijk (bijvoorbeeld de Wet Proactieve Dienstverlening) en de economische ontwikkeling.
Bandbreedte financiële gevolgen
P.M.
Beheersingsmaatregelen
De te nemen maatregelen zijn afhankelijk van de ontwikkeling van de budgetten. Dit leidt tot eventueel bijstelling van beleid of aanpassing van het beschikbare budget.
Verloop en bewaking
Eerste moment van opname: Najaarsnota 2018. Geactualiseerd: elk P&C document sindsdien. Budgetten worden gemonitord, waarna bijstelling van beleid zou kunnen volgen of aanraming van het beschikbare budget.
Verantwoordelijken
Ambtelijk: afdeling Samenleving Bestuurlijk: Van Hemert
Communicatie
Communicatie via reguliere P&C-cyclus.
Ondernomen en mogelijke acties
Met de door het Rijk beschikbaar gestelde middelen zijn inwoners van onze gemeente, die de steun nodig hebben, geholpen.

Overige risico's

Terug naar navigatie - - Overige risico's

Onderwijshuisvesting Capelle aan den IJssel

Terug naar navigatie - Overige risico's - Onderwijshuisvesting Capelle aan den IJssel

Afgelopen periode hebben we uw gemeenteraad een aantal keer meegenomen in de context van de grootschalige onderwijshuisvestingsopgave voor de komende jaren. In de onderdelen 11 tot en met 13 nemen we u mee in de risico’s die we de afgelopen tijd binnen onderwijshuisvesting hebben geconstateerd. 

11. Onderwijshuisvesting - beleidsrisico's

Terug naar navigatie - Overige risico's - 11. Onderwijshuisvesting - beleidsrisico's
Nummer / Naam
11. Onderwijshuisvesting – beleidsrisico’s
Omschrijving risico
Dit risico gaat over de mogelijke financiële consequenties van beleid en andere ontwikkelingen in onderwijshuisvesting
Specifieke risico's
Onderwijshuisvesting gaat over het passend huisvesten van leerlingen in moderne en frisse schoolgebouwen. Meerdere ontwikkelingen, beleidsmatig of anders, kunnen van invloed zijn op onderwijshuisvesting. We hebben daarbij de volgende risico’s in beeld: -Scholen concurreren, bijbouwen en bij andere scholen leegstand -Kleine scholen, risico op opheffing/sluiting -Onverwachtse groei van leerlingen door grote demografische ontwikkelingen (asielzoekers/Oekraïne) -Huisvestingsconsequenties 'contouren werkagenda route naar inclusiever onderwijs' -Eisen duurzaamheid -Risico van een verouderde voorraad van gebouwen (zie ook risico’s langjarige opgave)
Bandbreedte financiële gevolgen
De financiële gevolgen kunnen zijn dat tijdelijke huisvesting nodig is voor (onverwachte) leerlingengroei. Daarbij wordt in eerste instantie gekeken naar medegebruik bij schoolgebouwen met leegstand, omdat de prognoses aantonen dat de komende jaren geen groei is te verwachten in het totale leerlingenaantal binnen de gemeente. Voor de 'route naar inclusiever onderwijs' heeft het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen benoemd dat ze dit risico ook zien en komen met een voorstel voor normering en bekostiging van de huisvestingsconsequenties van deze werkagenda.
Beheersingsmaatregelen
Onderwijshuisvesting is in belangrijke mate relatiemanagement. Tijdig ontwikkelingen met schoolbesturen bespreken, vinger aan de pols houden en relaties bestendigen. Het Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs (SHO) is daarbij een belangrijk instrument met als doelen vooruitkijken, ontwikkelingen benoemen en (proces)voorstellen voorleggen. Data als de capaciteit van schoolgebouwen, de ruimtebehoefte van scholen, leerlingenprognoses en beleidsstukken dragen bij aan beheersing. Deze data worden transparant gedeeld en besproken in het halfjaarlijkse op overeenstemming gerichte overleg (OGOO) met de schoolbesturen. Ook is er in sommige schoolgebouwen sprake van leegstand, leegstand die gebruikt kan worden voor het opvangen van de risico’s.
Verloop en bewaking
Het bewaken van deze ontwikkelingen is een continu proces, in de kern van het werk van de medewerkers onderwijshuisvesting en medewerkers onderwijs en jeugdzorg binnen de organisatie. De actualisatie van het Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs is op 10 juli 2025 geaccordeerd door de raad. In vervolg hierop zal een uitvoeringsplan worden opgesteld.
Verantwoordelijken
Ambtelijk: Samenleving (Stadsontwikkeling en Vastgoed) Bestuurlijk: Wethouder Van Woudenberg
Communicatie
De communicatie over dit risico maakt onderdeel uit van de communicatie over onderwijshuisvesting en het Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs.
Ondernomen en mogelijke acties
Zie Beheersingsmaatregelen

12. Onderwijshuisvesting - projectrisico's

Terug naar navigatie - Overige risico's - 12. Onderwijshuisvesting - projectrisico's
Nummer / Naam
12. Onderwijshuisvesting – projectrisico’s
Omschrijving risico
Dit risico gaat over de mogelijke financiële consequenties van de lopende projecten onderwijshuisvesting.
Specifieke risico's
Onderwijshuisvesting gaat over het passend huisvesten van leerlingen in moderne en frisse schoolgebouwen. Hiervoor zijn meerdere projecten in voorbereiding. Voor alle projecten geldt een aantal landelijke risico’s: -Tekort aan capaciteit en materieel om scholen te bouwen, te ontwerpen en het proces te managen; -Prijsstijgingen; -Netcongestie en daarmee mogelijk gepaarde uitstel en vertraging van projecten. Voor de lopende projecten zijn er specifieke risico’s. De realisatie van het kindcentrum in de Florabuurt wordt vertraagd door bezwaarprocedures van omwonenden tegen wijziging van het bestemmingsplan. Voor het Comenius College kunnen we het wettelijk noodzakelijkst bekostigen uit de € 16.500.000,- die beschikbaar is gesteld voor dit project. Hierbij is geen rekening gehouden met financiering voor vervanging van de gymzalen, sloop van het bestaande gebouw en het bouwrijp maken van het terrein. In een businesscase wordt onderzocht of de capaciteit van de gymzalen van het Comenius College noodzakelijk zijn om voldoende capaciteit voor bewegingsonderwijs te faciliteren. Wat betreft tijdelijke huisvesting is het Comenius College zodanig gegroeid dat de huisvesting aan de Lijstersingel niet passend zal zijn. Daartoe heeft de gemeente het pand van Zadkine aan de Dakotaweg aangekocht om te voorzien in voldoende tijdelijke huisvesting.
Bandbreedte financiële gevolgen
Comenius College: -Vertraging leidt tot latere oplevering, daarmee tot hogere kosten; -Onvoldoende tijdelijke huisvesting voor het gegroeide aantal leerlingen leidt tot hogere kosten; -Ontwikkelingen rondom behoefte en aanbod bij bewegingsonderwijs kunnen tot hogere kosten leiden; -Herstelwerkzaamheden rondom terreinverzakking kunnen tot hogere kosten leiden. -Sloop, bouwrijp maken inclusief eventuele asbestverwijdering kan leiden tot hogere kosten. Een eerste verkenning van de investeringskosten heeft uitgewezen dat voor sloop en asbestverwijdering rekening moet worden gehouden met een bedrag tussen € 900.000 en € 1.300.000. Hiervoor zijn nog geen middelen gereserveerd. KC Florabuurt en KC Meeuwensingel: -Vertraging leidt tot latere oplevering, daarmee tot hogere kosten; -Locatiegebonden kosten liggen gemiddeld tussen 10% en 30% van de bouwkosten. Specifiek voor de inpassing van de Meeuwensingel is het risico op locatiegebonden kosten groot. Voor tijdelijke huisvesting wordt gekeken naar meerdere scenario’s, waaronder inwoning in bestaande gebouwen. De financiële gevolgen voor de tijdelijke huisvesting kunnen zich beperken van een eenmalige aanpassing aan een gebouw.
Beheersingsmaatregelen
Voor het KC Florabuurt wordt rekening gehouden met uitbreiding van twee lokalen. In KC Meeuwensingel is een aantal flexlokalen binnen het programma en norm opgenomen, die flexibel ingedeeld kunnen worden.
Verloop en bewaking
Comenius College: Opgenomen op onderwijshuisvestingsprogramma 2010. Financiële besluitvorming begroting 2017, daarna jaarlijks geactualiseerd. KC Meeuwensingel en KC Florabuurt. Financiële besluitvorming voorjaarsnota 2018, daarna jaarlijks geactualiseerd. Voor Bewaking: zie Beheersingsmaatregelen.
Verantwoordelijken
Ambtelijk: Samenleving (Stadsontwikkeling en Vastgoed) Bestuurlijk: Wethouder Van Woudenberg
Communicatie
De gemeenteraad zal zowel bij de P&C producten als via collegebrieven en raadsvoorstellen op de hoogte worden gehouden
Ondernomen en mogelijke acties
Per projectfase zullen de projectbegrotingen worden geactualiseerd.

13. Onderwijshuisvesting - Meerjarige opgave (Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs)

Terug naar navigatie - Overige risico's - 13. Onderwijshuisvesting - Meerjarige opgave (Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs)
Nummer / Naam
13. Onderwijshuisvesting - Meerjarige opgave (Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs)
Omschrijving risico
De inbreng voor de risicoparagraaf voor onderwijshuisvesting is gesplitst in drie delen. Hier benoemen we de mogelijke risico’s van de langjarige opgaven onderwijshuisvesting.
Specifieke risico's
Veel schoolgebouwen in Capelle dateren uit de jaren ’70 en ’80, gebouwd tijdens de groei van Capelle aan den IJssel. Het geactualiseerde Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs (vastgesteld op 10 juli 2025) bestaat onder andere uit een perspectief voor deze oudere gebouwen. In de voorjaarsnota 2024 is reeds opgenomen dat er een forse investering is gemoeid met het uitbreiden, vervangen en vernieuwen van de schoolgebouwen. Toen al is gesteld dat twee derde van het aantal schoolgebouwen in aanmerking zou komen voor een ingreep en dat de totale geschatte investering zich beweegt tussen de € 44 miljoen en € 93 miljoen, exclusief de onderwijshuisvesting in het kader van de gebiedsontwikkeling in Rivium. Ook is er een indicatie gegeven van het verloop van de jaarlijkse lasten. In het najaar 2024 is in samenspraak met de schoolbesturen gekomen tot een concrete en meer gedetailleerde planning van de projecten waardoor het verloop van de jaarlijkse lasten afwijkt van de indicatie bij de Voorjaarsnota 2024. De geschatte investering ligt op 79 miljoen. Deze investering is gebaseerd op huidige inschattingen en kostenontwikkelingen en gaat over een doorlooptijd van 17 jaar. Hierin zijn de opgaven in Rivium en Fascinatio meegenomen. Daarnaast zijn ook kosten voor tijdelijke huisvesting en de organisatiekosten van 6% opgenomen. Risico’s bij de geschatte investering zijn dat de raming is gebaseerd op kengetallen en huidige kostenontwikkelingen. De werkelijke situatie kan afwijken. Daarnaast zijn er meerdere scenario’s voor renovatie en nieuwbouw. Indien in de loop van de periode een ander scenario wordt geadviseerd, zal ook de prijs afwijken. Ook is nog geen rekening gehouden met eventuele ontwikkelingen binnen het aanbod voor bewegingsonderwijs. Daarnaast wordt de prioritering en fasering van de projecten bij elke actualisatie van het SHO in samenhang bezien met de periodieke herijking van de fasering en prioritering van de Omgevingsagenda. Voor alle nieuwe projecten gelden overigens dezelfde risico’s als voor de huidige projecten. Waarbij we netcongestie hier nogmaals willen uitlichten. Op 5 november kondigde Stedin netcongestie af voor een groot deel van Capelle aan den IJssel, gevolgd door TenneT op 5 december voor de gehele regio. Dit betekent dat aanvragen voor nieuwe of grotere grootverbruikersaansluitingen vooralsnog op een wachtlijst komen.
Bandbreedte financiële gevolgen
In de begroting 2026 hebben we de kredieten met bijhorende kosten opgenomen tot en met het jaar 2033.
Beheersingsmaatregelen
Vooruitlopend op de wetswijziging ‘planmatige en doelmatige aanpak onderwijshuisvesting’ wordt aan schoolgebouwen ouder dan veertig jaar een perspectief te geven. Naast renovatie en vervanging kan ook worden gekozen om later of geen voorziening toe te kennen aan het schoolbestuur. De kosten voor Rivium en Fascinatio zijn onvermijdelijk om de groei van het aantal leerlingen in beide wijken op te vangen. Het voorstel voor de ambtelijke organisatie van de uitvoering van het SHO maakt onderdeel uit van het SHO.
Verloop en bewaking
Eerste moment van opname in P&C-document: Voorjaarsnota 2024 – totaalbeeld onderwijshuisvesting. Een actualisering van de investeringen is opgenomen in de actualisatie van het SHO. Daarnaast blijven we de kostenontwikkeling de komende jaren volgen om de financiële risico’s te beoordelen.
Verantwoordelijken
Ambtelijk: Samenleving (Stadsontwikkeling en Vastgoed) Bestuurlijk: Van Woudenberg
Communicatie
In de risicoparagraaf zal blijvend aandacht geschonken worden aan beschreven risico. Met de vaststelling van het SHO is ook aandacht besteed aan de risico’s.
Ondernomen en mogelijke acties
De meerjareninvestering verwerken in het eerstvolgende P&C document.

14. Grondexploitaties

Terug naar navigatie - Overige risico's - 14. Grondexploitaties

 

Nummer / Naam
14. Grondexploitaties
Omschrijving risico
Voor de toekomstige verwachte kosten en opbrengsten worden aannames gedaan op het gebied van planning, verwachte verkoopprijzen, geraamde kosten, verwachte rentelasten, plankosten, enzovoort. Diverse onzekerheden en risico's kunnen het begrote financiële eindresultaat van de grondexploitatie beïnvloeden. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen risico's die specifiek zijn voor een grondexploitatiecomplex en risico's die betrekking hebben op de gehele grondexploitatieportefeuille.
Specifieke risico's
In de Actualisatie Grondexploitaties MPP 2026 hebben we de voornaamste risico’s, kansen en beheersmaatregelen per project beschreven.
Bandbreedte financiële gevolgen
Kansen: 431 Risico: 3.344 Het betreft verschillende soorten risico’s. In de bepaling van de bandbreedte is reeds rekening gehouden met de kans van voordoen. Daarom zijn de risico's voor de bepaling van de weerstandsratio voor 100% meegenomen.
Beheersingsmaatregelen
In de Actualisatie Grondexploitaties MPP 2026 hebben we de voornaamste risico’s, kansen en beheersmaatregelen per project beschreven.
Verloop en bewaking
Eerste moment van opname in P&C-document: Najaarsnota 2019. Bewaking: zie Beheersmaatregelen.
Verantwoordelijken
Ambtelijk: afdeling Stadsontwikkeling Bestuurlijk: Van Woudenberg
Communicatie
In de risicoparagraaf zal blijvend aandacht geschonken worden aan dit risico.
Ondernomen en mogelijke acties
Zie Beheersmaatregelen.

15. Impact nieuwe Omgevingswet en Wkb op leges omgevingsvergunningen

Terug naar navigatie - Overige risico's - 15. Impact nieuwe Omgevingswet en Wkb op leges omgevingsvergunningen
Nummer / Naam
15. Impact nieuwe Omgevingswet en Wkb op leges omgevingsvergunningen
Omschrijving risico
Met de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024, en de hieraan gekoppelde Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is de wet- en regelgeving voor bouwinitiatieven en omgevingsvergunningen gewijzigd. In 2024 hebben we een daling gezien van het aantal vergunningaanvragen en een toename van het aantal conceptverzoeken. Dit was onder andere te verklaren door de toename van aanvragen eind 2023 nog onder de oude wetgeving. In de eerste maanden van 2025 zien we weer een stijging van het aantal aanvragen omgevingsvergunning. Dit komt onder meer omdat activiteiten niet meer samenhangend zijn en dat er nu per activiteit vergunning kan worden aangevraagd. Of en welke impact de inwerkingtreding van de Omgevingswet structureel heeft op onze inkomsten is voor nu nog onduidelijk. Uw raad bepaalt in het Omgevingsplan op welke wijze u invulling geeft aan deregulering en vergunningplichten voor bepaalde activiteiten. Tijdens de voorbereiding van het Omgevingsplan informeren we u ook over de financiele gevolgen. De Wkb is op 1 januari 2024 uitsluitend voor de nieuwbouw van gevolgklasse 1 bouwwerken ingevoerd. De verbouw van gevolgklasse 1 bouwwerken is nog uitgesloten. Het ministerie verwacht tot 2028 nog niet over te gaan tot verdere invoering van de Wkb voor verbouw van gevolgklasse 1 bouwwerken of uitbreiding met gevolgklasse 2 bouwwerken. Vooralsnog heeft deze beperkte invoering van de Wkb geen noemenswaardige impact op de opbrengsten. Er zijn in Capelle op dit moment slechts zes projecten bekend, die onder de Wkb vallen.
Specifieke risico's
Lagere opbrengsten uit leges omgevingsvergunningen.
Bandbreedte financiële gevolgen
Het risico is op dit moment niet te kwantificeren.
Beheersingsmaatregelen
Niet van toepassing
Verloop en bewaking
Eerste moment van opname in P&C-document: Voorjaarsnota 2021
Verantwoordelijken
Ambtelijk: afdeling Stadsbeheer Bestuurlijk: Manusama en Schaatsbergen
Communicatie
De impact van de Omgevingswet op de legesinkomsten worden gemonitord. Zodra hierover meer bekend is zullen we u hierover informeren.
Ondernomen en mogelijke acties
Niet van toepassing

16. Rivium

Terug naar navigatie - Overige risico's - 16. Rivium
Nummer / Naam
16. Rivium
Omschrijving risico
Met de recente afspraken (ondertekening SOK/AOK december 2025) met de marktpartijen heeft de gemeente haar belangrijkste risico’s (nog voortkomend uit de SOK 2023) kunnen beperken. Belangrijke tijdsafhankelijke en uitvoeringsrisico’s zijn voor de gemeente aanzienlijk beperkt en zijn door de marktpartijen overgenomen. De gemeente is nog steeds verantwoordelijk voor de publiekrechtelijke taken, de aanleg van een groot deel van het openbaar gebied en de mobiliteitsmaatregelen. De gemeentelijke kosten tot en met 2025 zijn gefactureerd en betaald door de marktpartijen. Het bijbehorende voorfinancieringsrisico is hiermee komen te vervallen.
Specifieke risico's
Budgetoverschrijdingen Voor de periode 2026 tot 2036 zijn goed onderbouwde budgetten overeengekomen met marktpartijen voor het uitvoeren van de gemeentelijke activiteiten. In de voorbereidingsfase van deze gebiedsontwikkeling worden voornamelijk studie en engineeringskosten gemaakt. Deze kosten zijn in de DGE in beginsel toereikend gedekt. Vanaf medio 2027 zullen voor de gemeente de eerste uitvoeringswerkzaamheden starten. Voor de infrastructurele en civieltechnische onderdelen geldt een verhoogd risicoprofiel. De budgetten worden per kwartaal vooraf in rekening gebracht waarmee het risico van voorfinanciering nihil is. De budgetten zijn wel gemaximaliseerd en kunnen alleen in tijd geïndexeerd worden. Uitgaande van een goed beheers- en bewakingsproces door het projectteam heeft de gemeente voor de komende 10 jaar voldoende budget met heldere betaalmomenten waarmee alle kosten voor de gemeente worden afgehecht. In zijn algemeenheid heeft de gemeente de opgave om de kosten inzet nadrukkelijk te beheersen. Voor 2e fase (wat geen onderdeel uitmaakt van het lopende omgevingsplan) zijn nog geen afspraken gemaakt, hiervoor worden te zijner tijd anterieure overeenkomsten gesloten. Uitloop omgevingsplanprocedure De gemeente loopt het risico dat de taakstellende budgetten voor de omgevingsplanprocedure ontoereikend zijn. Oorzaken hierbij kunnen zijn de hoeveelheid en de aard van eventuele bezwaren, mogelijke tekortkomingen in de gemeentelijke voorbereiding en uitspraak van de rechter. Samenwerking met marktpartijen De marktpartijen hebben zich niet in één ontwikkelende entiteit verenigd. Dit levert extra complexiteit op bij de projectorganisatie, aansprakelijkheidsstellingen, faillissement, etc. De hernieuwde SOK/AOK bevat verschillende bepalingen om de risico's naar de marktpartijen te beperken. WOKT subsidie mobiliteit De gemeente heeft een rijkssubsidie verkregen voor mobiliteitsmaatregelen die nodig zijn voor de ontwikkeling. De gemeente heeft een eigen cofinanciering ingebracht van 17,5 % (ca. 8 miljoen). Het risico op kostenoverschrijding en eventuele terugbetaling ligt primair bij de gemeente. De gemeente staat aan de lat voor de subsidievoorwaarden; deadline voor start en oplevering bouw, het aantal woningen (5000) en een correcte financiele verantwoording. In de AOK is overeengekomen dat de marktpartijen garant staat voor terugbetaling indien zij niet of niet tijdig tot uitvoering komen. Overige risico's Voor de onderdelen waar de gemeente voor aan de lat staat gelden generieke risico's zoals prijsstijgingen, wijzigingen wet- en regelgeving, gewijzigde beleidsinzichten en andere generieke makro- economische effecten waaronder netwerkcongestie.
Bandbreedte financiële gevolgen
De financiele gevolgen voor onderstaande risico's zijn geraamd voor de periode 2027-2030. Budgetoverschrijding. 10% over ca 25 mln. = 2,5 mln., kans van 25% Uitloop omgevingsplanprocedure Oplopend tot 2 ton, kans van 50% Samenwerking met marktpartijen Het mogelijk geldgevolg van risico's rondom de samenwerking met marktpartijen is niet eenduidig te ramen. De gemeente heeft contractueel diverse beheersingsbepalingen opgenomen en in het uiterste geval kan de gemeente aan de noodrem trekken (kostenstop) en voorkomen dat er niet-verhaalbare kosten ontstaan. WOKT subsidie mobiliteit 10% over ca 42 mln. = 4,2 mln., kans van 10% Overige risico's In dit stadium niet te ramen. NB. Bovenstaande financiele gevolgen zijn geraamd met de kennis van nu. 2026 staat in het teken van de uitvoeringvoorbereiding. In deze fase worden diverse onderzoeken en studies verricht op basis waarvan de risico's nader kunnen worden gekwantificeerd. Samenvattend is sprake van een oplopend risicoprofiel dat zich de komende jaren verder zal manifesteren en actief gemonitord moet worden binnen de P&C cyclus.
Beheersingsmaatregelen
Risico-overdracht: tijds- en uitvoeringsrisico’s zijn grotendeels bij marktpartijen belegd. Budgetbeheersing: gemaximaliseerde budgetten, alleen geïndexeerd via CPI/GWW. Strak projectbeheer: actief bewaken van planning, kosten en risico’s door het projectteam.
Verloop en bewaking
Eerste moment van opname in P&C-document: Begroting 2023
Verantwoordelijken
Ambtelijk: Arian Pleizier Bestuurlijk: René van Hemert
Communicatie
In de risicoparagraaf zal blijvend aandacht worden geschonken aan dit risico, daarnaast wordt de raad door middel van de voortgangsrapportages Rivium twee keer per jaar op de hoogte gehouden.
Ondernomen en mogelijke acties
Zoals hierboven reeds aangegeven worden de nodige onderzoeken en studie uitgevoerd om niet in een later stadium te worden verrast. De risico's binnen het project Rivium worden bewaakt in een risicodossier en worden regelmatig herijkt. Daarnaast wordt nadrukkelijk aandacht besteedt aan kostenbeheersing volgens de methodiek van projectmatig werken. Tot slot blijven we in gesprek met contractpartners en subsidieverstrekkende partijen.

17. Leerlingenvervoer

Terug naar navigatie - Overige risico's - 17. Leerlingenvervoer
Nummer / Naam
17. Leerlingenvervoer
Omschrijving risico
Risico met betrekking tot Leerlingenvervoer.
Specifieke risico's
In 2025 hebben we de aanbesteding voor Vervoer Wmo- en Leerlingenvervoer met een jaar uitgesteld en zijn we een overbrugging met de huidige leverancier aangegaan. In de Kadernota 2026 bent u hierover geïnformeerd. In 2025 zetten we de aanbesteding opnieuw in de markt met ingangsdatum augustus 2026. Hoewel we de uitkomst van de aanbesteding niet kennen, hebben we de financiële consequenties van de overbruggingsperiode meerjarig in de Begroting 2026 verwerkt.
Bandbreedte financiële gevolgen
Het risico is op dit moment niet te kwantificeren.
Beheersingsmaatregelen
Niet van toepassing.
Verloop en bewaking
Eerste moment van opname in P&C-document: Begroting 2026.
Verantwoordelijken
Ambtelijk: afdeling Samenleving Bestuurlijk: van Hemert
Communicatie
In 2026 volgt de aanbesteding. Zodra hierover meer bekend is, zullen wij u hierover informeren. De financiële consequenties nemen we mee in de 1e Bestuursrapportage 2026.
Ondernomen en mogelijke acties
Niet van toepassing.

18. Netcongestie

Terug naar navigatie - Overige risico's - 18. Netcongestie
Nummer / Naam
18. Netcongestie
Omschrijving risico
Specifieke risico's
De risico’s als gevolg van de netcongestieproblematiek vallen uiteen in 2 categorieën: 1. Risico’s die ontstaan bij het versneld sluiten van anterieure overeenkomsten (voordat er door de raad een gebiedspaspoort of ander kaderstellend document is vastgesteld) met als doel om tijdig voor aansluiting in aanmerking te komen. Voor deze categorie is een separaat raadsvoorstel in routing gebracht met de bijbehorende kosten en risico’s. Deze risico’s zijn pas van toepassing nádat de raad hierover een besluit heeft genomen. 2. Risico’s die ontstaan indien projecten niet tijdig in aanmerking komen om aangesloten te worden (langdurig uitstel of mogelijk afstel). Onderstaand een overzicht van thema’s waar in dat geval een financieel gevolg kan ontstaan. Gebiedsontwikkelingen algemeen - Doorlopende plankosten (bij lopende contractuele verplichtingen zoals een intentieovereenkomst) - In geval van langdurig stopzetten van het project moeten er te zijner tijd opstartkosten gemaakt worden (overleg met partners, actualisatie onderzoeken en haalbaarheid businesscase, in uiterste geval herontwikkeling) - (gedeeltelijke) terugbetaling subsidies door niet behalen subsidie deadlines - bij afstel van projecten moeten de reeds gemaakte niet verhaalbare kosten worden afgeboekt - Het niet of veel later realiseren van het bouwprogramma kan negatieve gevolgen hebben voor de uitkering vanuit het gemeentefonds Specifiek grondexploitaties - Doorlopende rentelast op boekwaarde - Lagere rentebaten door uitgestelde gronduitgifte
Bandbreedte financiële gevolgen
Wat de financiële gevolgen per project zullen zijn is in dit stadium niet te duiden. Er zijn te veel variabelen die daarbij een rol spelen. Zodra er nadere inzichten zijn waarmee de financiële risico’s gekwantificeerd kunnen worden, zullen deze op de gebruikelijke manier via de P&C cyclus worden opgevoerd.
Beheersingsmaatregelen
- Inzetten op versnelling van anterieure overeenkomsten (separaat raadsvoorstel in routing) - In overleg treden met de netwerkbeheerder over de eisen - In overleg treden met de betrokken (contract)partijen - Kostenstop voor projecten die de deadline (zeer waarschijnlijk) niet gaan halen - Afbouw van de personele flexibele schil
Verloop en bewaking
Er is een ambtelijk versnellingsteam netcongestie ingesteld. Zowel de versnelling van projecten (zie hierboven categorie 1) als de problematiek in brede zin wordt hier periodiek gemonitoord
Verantwoordelijken
Projectleiders van de betreffende projecten
Communicatie
De raad wordt actief geinformeerd over ontwikkelingen en gemeentelijke gevolgen
Ondernomen en mogelijke acties
Zie hierboven onder beheersingsmaatregelen en bewaking