Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit
Terug naar navigatie - - Weerstandsvermogen en weerstandscapaciteitDefinitie weerstandsvermogen
Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit - Definitie weerstandsvermogenHet weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen of waar na het treffen van maatregelen nog restrisico’s overblijven, met de kans dat deze risico’s zich voordoen. De verhouding wordt uitgedrukt in een ratio.
![]()
Beleid voor weerstandsvermogen en risicobeheersing
Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit - Beleid voor weerstandsvermogen en risicobeheersingHet beleid ten aanzien van risico’s en weerstandsvermogen hebben wij vastgelegd in de Nota Reserves, Voorzieningen, Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2026. Wij streven na om geen onnodige risico’s te lopen, en zoveel mogelijk risico’s af te dekken, mits financieel verantwoord. Risico’s die niet worden afgedekt door bijvoorbeeld een verzekering of een voorziening, moeten kunnen worden opgevangen door de beschikbare weerstandscapaciteit.
De definitie van een risico luidt als volgt: De kans op het optreden van een gebeurtenis, die zowel positieve als negatieve gevolgen voor de gemeente kan hebben, waarvan de omvang nog onbekend is, maar van materiële betekenis kan zijn (groter dan 250). Eenvoudiger gezegd bestaat een risico dus uit kans * impact. In lijn met de genoemde beleidsnota hanteren we voor wat betreft de kans van voordoen in de basis drie varianten: lage kans (25%), gemiddelde kans (50%) en hoge kans (75%). Waar deze varianten niet volstaan, hebben we dit aangepast in 1%, 5% en 100%. Voor wat betreft de impact, zijn er drie varianten mogelijk:
- Als de impact redelijk goed in te schatten is: als vaste waarde;
- Als de impact moeilijker in te schatten is: met een bandbreedte, waarin we een onder- en bovengrens geven en we rekenen met het gemiddelde;
- Als de impact (nog) niet in te schatten is: als pm.
Bij risico’s met een incidenteel karakter hanteren we een factor van 1, omdat het risico zich in één keer voor zal kunnen doen. Voor risico’s met een structureel karakter hanteren we een factor van 5, gebaseerd op het lopende begrotingsjaar en de vier begrotingsjaren erna. Dat betekent dat de weerstandscapaciteit vijf maal zo groot moet zijn dan het totaalbedrag van het structurele risico.
De kwaliteit van het weerstandsvermogen wordt bij de begroting en jaarstukken gemeten. Dat wil zeggen dat we het weerstandsvermogen actualiseren en ook de risico’s opnieuw beoordelen. Zo kan het zijn dat er telkens nieuwe risico’s worden geïdentificeerd en dat eerder geconstateerde risico’s verdwijnen.
Overzicht risico's
Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit - Overzicht risico'sHieronder een overzicht van de risico’s die op dit moment nog bestaan of nieuw zijn.
Totaal lijst risico's |
Nieuw / bestaand |
Hoger / gelijk / lager risico t.o.v. JS25 |
||
|---|---|---|---|---|
Algemene risico's |
||||
1 |
Algemene uitkering Gemeentefonds |
Bestaand |
Gelijk |
|
2 |
Fiscaliteiten |
Bestaand |
P.M. |
|
3 |
Dividenden |
Bestaand |
Lager |
|
4 |
Verleende borgstellingen voor instellingen |
Bestaand |
Hoger |
|
5 |
Oplopende rentelasten |
Bestaand |
P.M. |
|
6 |
Positie waarborgfonds sociale woningbouw (WSW) |
Bestaand |
Hoger |
|
Risico's sociaal domein |
||||
7 |
Participatiewet |
Bestaand |
Lager |
|
8 |
Jeugdzorg |
Bestaand |
Lager |
|
9 |
Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) |
Bestaand |
P.M. |
|
10 |
Openeinderegelingen voor inkomensondersteunende regelingen |
Bestaand |
P.M. |
|
Overige risico's |
||||
11 |
Onderwijshuisvesting - beleidsrisico's |
Bestaand |
P.M. |
|
12 |
Onderwijshuisvesting - projectrisico's |
Bestaand |
P.M. |
|
13 |
Onderwijshuisvesting - meerjarige opgave (SHO) |
Bestaand |
P.M. |
|
14 |
Grondexploitaties |
Bestaand |
Hoger |
|
15 |
Impact nieuwe omgevingswet op leges omgevingsvergunningen |
Bestaand |
P.M. |
|
16 |
Risico's Rivium District |
Bestaand |
Hoger |
|
17 |
Leerlingenvervoer |
Bestaand |
Hoger |
|
18 |
Netcongestie |
Nieuw |
P.M. |
|
Berekening benodigde weerstandscapaciteit (=risico's)
Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit - Berekening benodigde weerstandscapaciteit (=risico's)De risico's die gekwantificeerd zijn en daarbij de basis voor de "benodigde weerstandscapaciteit" vormen, staan in onderstaande tabel weergegeven.
Berekening benodigde weerstandscapaciteit / risico's |
I/S* |
Kans |
Impact |
Riscobedrag |
|||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
||||||
Nr. |
Risico = kans * impact |
||||||||
1 |
Algemene uitkering |
S |
50% |
-2.000 |
0 |
-1.000 |
-1.000 |
-1.000 |
|
3 |
Dividenden |
S |
50% |
-107 |
0 |
-54 |
0 |
-54 |
|
4 |
Verleende borgstellingen voor instellingen |
I |
5% |
-5.400 |
-270 |
-270 |
-270 |
-270 |
|
6 |
Positie waarborgfonds sociale woningbouw (WSW) |
I |
0,1% |
-496.000 |
-496 |
-496 |
-496 |
-496 |
|
7 |
Participatiewet (BUIG) |
S |
50% |
-2.264 |
-1.132 |
-1.132 |
-1.132 |
-1.132 |
|
14 |
Grondexploitaties |
I |
100% |
431 |
431 |
431 |
431 |
431 |
|
14 |
Grondexploitaties |
I |
100% |
-4.063 |
-4.063 |
-4.063 |
-4.063 |
-4.063 |
|
16 |
Rivium District (activitetiten diverse contracten) |
I |
div. |
div. |
-920 |
-2.700 |
-1.100 |
-800 |
|
16 |
Rivium District (WOKT subsidie mobiliteit) |
I |
div. |
div. |
0 |
0 |
-900 |
-4.200 |
|
17 |
Leerlingenvervoer |
S |
75% |
-100 |
-75 |
-75 |
-75 |
-75 |
|
Subtotaal |
-6.525 |
-9.359 |
-8.605 |
-11.659 |
|||||
Strucurele risico's vermenigvuldigen met 5 |
-6.035 |
-11.303 |
-11.035 |
-11.303 |
|||||
Incidentele risico's |
-5.318 |
-7.098 |
-6.398 |
-9.398 |
|||||
Totaal benodigde weerstandscapaciteit |
-11.353 |
-18.401 |
-17.433 |
-20.701 |
|||||
* I = Incidenteel (1 jaar) S=structureel (5 jaar) |
|||||||||
Bepaling beschikbare weerstandscapaciteit en weerstandsratio
Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit - Bepaling beschikbare weerstandscapaciteit en weerstandsratioHieronder staat de beschikbare weerstandscapaciteit en de berekening van de weerstandsratio.
Beschikbare weerstandscapaciteit (x € 1.000) |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
|---|---|---|---|---|---|
Post onvoorzien |
35 |
35 |
35 |
35 |
|
Algemene reserve* |
118.976 |
125.149 |
122.485 |
119.019 |
|
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit |
119.011 |
125.184 |
122.520 |
119.054 |
|
*) Reserves: stand per 1-1 |
|||||
Berekening weerstandsratio (x € 1.000) |
2027 |
2028 |
2029 |
20230 |
|
Benodigde weerstandscapaciteit |
-11.353 |
-18.401 |
-17.433 |
-20.701 |
|
Beschikbare weerstandscapaciteit |
119.011 |
125.184 |
122.520 |
119.054 |
|
Weerstandsratio |
10,5 |
6,8 |
7,0 |
5,8 |
|
Financiële kengetallen
Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit - Financiële kengetallenHet Besluit Begroting en Verantwoording provincie en gemeenten schrijft voor dat we door middel van kengetallen inzicht geven in onze financiële positie. Gemeenten zijn vrij om hier zelf duiding aan te geven. Niettemin heeft de provincie Zuid-Holland in een themacirculaire een aantal signaleringswaarden aangegeven. De signaleringswaarden staan in onderstaande tabel.
Signaleringswaarden provincie Zuid Holland voor ratio's |
Categorie A minst risicovol |
Categorie B neutraal |
Categorie C meest risicovol |
|
|---|---|---|---|---|
1a |
netto schuldquote |
<90% |
90-130% |
>130% |
1b |
netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen |
<90% |
90-130% |
>130% |
2 |
solvabiliteit |
>50% |
20-50% |
<20% |
3 |
grondexploitatie |
<20% |
20-35% |
>35% |
4 |
structurele exploitatieruimte |
>0% |
0% |
<0% |
5 |
belastingcapaciteit |
<95% |
95-105% |
>105% |
In de onderstaande tabel is een totaaloverzicht verstrekt van de verschillende ratio's. In de tabellen die volgen is inzichtelijk gemaakt hoe enkele ratio's zich ontwikkelen ten opzichte van de Begroting 2026. In deze begroting zien we over het algemeen een achteruitgang van diverse indicatoren. Vanwege investeringen moeten meer leningen worden aangetrokken, wat ongunstig is voor de netto schuldquote. De solvabiliteit verslechterd als gevolg van nadelige begrotingssaldi.
Financiële ratio's |
Rekening 2025 |
Begroting 2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
2032 |
2033 |
2034 |
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1a |
netto schuldquote |
29,6% |
23,1% |
44,9% |
67,4% |
82,8% |
100,5% |
117,0% |
132,7% |
147,8% |
162,3% |
1b |
netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen |
28,5% |
22,0% |
43,8% |
66,3% |
81,8% |
99,5% |
115,9% |
131,6% |
146,7% |
161,2% |
2 |
solvabiliteit |
55,5% |
54,1% |
47,8% |
40,4% |
35,9% |
31,3% |
27,4% |
23,6% |
19,9% |
16,3% |
3 |
grondexploitatie |
-0,9% |
3,3% |
3,6% |
3,5% |
3,4% |
3,5% |
3,6% |
3,7% |
3,7% |
3,7% |
4 |
structurele exploitatieruimte |
3,3% |
2,1% |
1,2% |
-2,2% |
-2,4% |
-3,7% |
-4,7% |
-5,3% |
-6,2% |
-7,1% |
5 |
belastingcapaciteit |
71,5% |
77,4% |
81,4% |
N.v.t. |
N.v.t. |
N.v.t. |
N.v.t. |
N.v.t. |
N.v.t. |
N.v.t. |
Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen (1a en 1b)
Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten op de eigen middelen drukken.
De netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen geeft dezelfde ratio weer, maar dan zonder verstrekte leningen aan andere organisaties. De omvang van verstrekte leningen is dermate laag dat deze ratio dezelfde uitkomst heeft als de netto schuldquote.
Netto schuldquote (gecorr.) |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
2032 |
2033 |
2034 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Begroting 2026 |
58,6% |
71,7% |
89,7% |
100,4% |
115,0% |
128,8% |
141,4% |
152,1% |
|
Begroting 2027 |
43,8% |
66,3% |
81,8% |
99,5% |
115,9% |
131,6% |
146,7% |
161,2% |
|
Solvabiliteitsratio (2)
Dit cijfer geeft het percentage eigen vermogen ten opzichte van het totaal vermogen weer.
Solvabiliteit |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
2032 |
2033 |
2034 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Begroting 2026 |
43,7% |
40,2% |
35,0% |
31,6% |
27,9% |
24,7% |
20,9% |
17,2% |
|
Begroting 2027 |
47,8% |
40,4% |
35,9% |
31,3% |
27,4% |
23,6% |
19,9% |
16,3% |
|
Grondexploitatie (3)
Dit cijfer geeft aan hoe groot de grondpositie (waarde van grond) is ten opzichte van de totale baten.
Structurele exploitatieruimte (4)
Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Het kengetal wordt berekend door de incidentele baten en lasten en de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves te corrigeren op het jaarrekeningresultaat. Deze ratio is voor 2027 en 2028 positief en vanaf 2029 negatief.
Gemeentelijke belastingcapaciteit (5)
Dit cijfer geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent dit dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Onze lokale belastingen (OZB, afval- en rioolheffing) zijn relatief laag. Vanaf 2026 is een stijgende lijn ingezet. Om in aanmerking te komen voor financiële steun vanuit het Rijk (art. 12-status), moeten de lokale belastingen ten minste 120% van het landelijk gemiddelde zijn.
Algemene risico's
Terug naar navigatie - - Algemene risico's1. Algemene uitkering Gemeentefonds
Terug naar navigatie - Algemene risico's - 1. Algemene uitkering GemeentefondsNummer / Naam |
1. Algemene uitkering Gemeentefonds |
|---|---|
Omschrijving risico |
Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. De jaarlijkse toe- en afname van het gemeentefonds wordt het acres genoemd. Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag van de algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (voor alle gemeente gelijke vermenigvuldigingsfactor). Die drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig en daardoor kunnen inkomsten uit het gemeentefonds lager zijn dan waar we in de begroting rekening mee hebben gehouden. |
Specifieke risico's |
Er zijn verschillende onzekerheden met betrekking tot de hoogte van de algemene uitkering:
Financieringssystematiek:
Bij de Miljoenennota 2025 zijn voor het eerst de accressen van het gemeente- en provinciefonds geactualiseerd op basis van de nieuwe bbp-systematiek. Deze nieuwe systematiek houdt in dat de volumeontwikkeling van het gemeentefonds vanaf 2024 wordt gebaseerd op het historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp) in plaats van de ontwikkeling van de rijksuitgaven. De cijfers worden elk jaar drie keer geraamd en de effecten hiervan worden verwerkt in de mei- , september- en decembercirculaire. In het voorjaar van het lopende jaar wordt het accres definitief. De definitieve vaststelling kan lager uitvallen dan eerdere ramingen. Daarnaast bestaat het risico dat de nieuwe financieringssystematiek tekortschiet om de groei van de uitgaven te kunnen opvangen. Met name de vergoeding voor loon- en prijsontwikkelingen is in de nieuwe systematiek lager.
BTW-compensatiefonds
Het BTW-compensatiefonds (BCF) wordt verrekend met het gemeentefonds. De afgelopen jaren is er ruimte onder het BCF-plafond geweest, maar deze ruimte wordt wel beperkter. Dit komt omdat gemeenten meer gaan investeren en daarmee meer gaan declareren in het BCF. Als een overschrijding van het BCF plafond ontstaat zouden gemeenten gekort kunnen worden op de algemene uitkering.
Herziening gemeentefonds
In de Meicirculaire 2025 zijn de resultaten van de ‘herziening gemeentefonds’ verwerkt. Capelle aan den IJssel komt hier negatief uit.
Op basis van het ingroeipad is het maximale nadeel voor een gemeente € 37,50 per inwoner. Het feitelijke nadeel is € 84,75 per inwoner. In de Meicirculaire 2022 is Capelle aan den IJssel een suppletie-uitkering van 3,2 miljoen in 2025 en volgende jaren toegezegd. De suppletie-uitkering is structureel in de meerjarenraming opgenomen. Inmiddels wordt gewerkt aan een evaluatie van het nieuwe verdeelstelsel 2023 waarin ook de afbouw van de suppletie-uitkering wordt meegenomen. Verwacht wordt dat de afbouw van de suppletie-uitkering vanaf 2028 zal plaatsvinden. Besloten is om het voordeel uit de decembercirculaire 2025 in te zetten om de suppletie-uitkering met € 1.180 te verlagen naar € 2.000. Hiermee wordt het risico van de afbouw van de suppletie-uitkering beperkt. |
Bandbreedte financiële gevolgen |
Het gemeentefonds is onvoorspelbaar en het is niet mogelijk om de mogelijke effecten goed te kwantificeren. De ervaring van de afgelopen jaren is dat er zowel grote voor- als nadelen kunnen ontstaan. Daarom staat dit bedrag op P.M.
Uitzondering hierop is de suppletie-uitkering inzake de herijking van het gemeentefonds. Hierbij houden we rekening met een bedrag van 2 miljoen en een kans van 50% vanaf 2028. |
Beheersingsmaatregelen |
De beheersingsmaatregelen zijn beperkt. We hebben geen invloed op de uitkomsten. |
Verloop en bewaking |
Eerste moment van opname: Voorjaarsnota 2012. Geactualiseerd: elk P&C-document sindsdien.
De afdeling Financiën volgt de ontwikkelingen van het Gemeentefonds. |
Verantwoordelijken |
Ambtelijk: afdeling Financiën
Bestuurlijk: B. Kerver |
Communicatie |
Niet van toepassing |
Ondernomen en mogelijke acties |
De laatst gepubliceerde circulaire is de Meicirculaire 2026. Deze is verwerkt in de Begroting 2027. |
2. Fiscaliteiten
Terug naar navigatie - Algemene risico's - 2. FiscaliteitenNummer / Naam |
2. Fiscaliteiten |
|---|---|
Omschrijving risico |
Rijksbelastingen worden geheven aan de hand van fiscale wet- en regelgeving die voortdurend in beweging zijn. De voornaamste afdrachten vinden plaats voor de belastingmiddelen loonheffingen, btw en vennootschapsbelasting. Risico's in aard en omvang zijn met name 1) proces-gerelateerd, 2) fiscaal administratief van aard en 3) inhoudelijk gedreven. Voornaamste is dat de fiscaliteit proactief en op een natuurlijke wijze bij de start van het proces wordt betrokken en dat taken en rollen duidelijk zijn gedefinieerd. Dit voorkomt onjuiste boekingen, vermindert faalkosten en zorgt dat gericht een gewogen oordeel kan worden gegeven over de fiscale aanpak en de hieraan verbonden risico's in het kader van besluitvorming en verantwoording. De Gemeente is zich bewust van de verschillende risico's en neemt op een gesystematiseerde wijze maatregelen om deze risico's verder te beheersen. In het onderdeel bewaking en te ondernemen acties wordt dit verder toegelicht. |
Specifieke risico's |
Niet van toepassing |
Bandbreedte financiële gevolgen |
P.M. |
Beheersingsmaatregelen |
We monitoren op gezette momenten de (landelijke) fiscale ontwikkelingen en beoordelen de fiscale transacties van onze gemeente. |
Verloop en bewaking |
Eerste moment van opname: Begroting 2014. Geactualiseerd: elke P&C-document sindsdien. Relevante fiscale processen worden getoetst in opzet en werking en doorontwikkeld en afgestemd op organisatieontwikkelingen en fiscale wet- en regelgeving. Ten aanzien van de fiscale advisering is de kwaliteit mede gewaarborgd door de inzet van een fiscalist. De Gemeente werkt op concernniveau aan de verdere uitrol van een Tax Control Framework (TCF) teneinde fiscaal in control te komen. |
Verantwoordelijken |
Ambtelijk: afdeling Financiën
Bestuurlijk: B. Kerver |
Communicatie |
We rapporteren over ontwikkelingen bij de diverse P&C-documenten of, als dat nodig is, afzonderlijk. |
Ondernomen en mogelijke acties |
In 2027 wordt verder ingezet op de doorontwikkeling van de fiscale functie op het gebied van coördinatie, kennisdeling en uitvoering. Medewerkers binnen de financiële functie krijgen daarbij maatwerk-cursussen aangeboden waarin relevante casuïstiek wordt besproken die de kennis in de breedte vergroot en het fiscaal bewustzijn verder versterkt. Daarnaast zal in overleg met de vak teams gericht de fiscaliteit worden verankerd in het primaire proces ter beheersing van fiscale risico’s. |
3. Dividenden
Terug naar navigatie - Algemene risico's - 3. DividendenNummer / Naam |
3. Dividenden |
|---|---|
Omschrijving risico |
We zijn aandeelhouder van onder andere Stedin N.V., N.V. Irado en B.V. Gemeenschappelijk Bezit Evides (Evides) en ontvangen hier jaarlijks dividend van. Het risico is dat het dividend lager of hoger is dan waar we in de begroting rekening mee houden. |
Specifieke risico's |
Stedin
Voor Stedin is het risico dat we minder aan dividend ontvangen dan begroot. We ramen het dividend op basis van de laatst beschikbare (openbare) informatie. In de begroting 2027 is het begrote dividend als volgt opgenomen: 2027 € 1,279 mln, 2028 € 1,256 mln, 2029 € 1,411 mln, en vanaf 2030 € 1,510 mln.
Evides
Voor Evides is het risico dat we minder aan dividend ontvangen dan begroot. Per 1 januari 2027 is de aandeelhoudersstructuur van Evides N.V. gewijzigd. Als gevolg hiervan heeft de gemeente Capelle aan den IJssel rechtstreeks een aandelenbelang van 1,96% in Evides N.V. Voorheen bedroeg het belang 3,9% in Gemeenschappelijk Bezit Evides. Deze wijziging in de aandeelhoudersstructuur heeft geen financiële gevolgen voor de gemeente; de hoogte van het te ontvangen dividend blijft ongewijzigd. Het begrote dividend voor 2027 en verder bedraagt € 235.000.
Irado
Voor Irado is het risico dat we minder aan dividend ontvangen dan begroot. In de begroting 2027 is het begrote dividend als volgt opgenomen: 2027 € 0, 2028 € 107.000, 2029 € 0, en vanaf 2030 € 107.000. We bezitten, net als de gemeenten Schiedam en Vlaardingen, 1/3 deel van de aandelen.
Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
We ontvangen ook jaarlijks dividend van de BNG. Jaarlijkse begroting vanaf 2027 is €19.000. |
Bandbreedte financiële gevolgen |
Op dit moment is vooral het dividend van Irado risicovol, gezien stijgende kosten van Irado. Het nu geraamde dividend voor Irado is op basis van de meest recente inzichten. Toch bestaat het risico dat het dividend niet of niet geheel gerealiseerd zal worden. Dit risico schatten we in op een kans van 50%. Zie voor meer informatie daarover hetgeen onderstaand is opgenomen bij 'Ondernomen en mogelijkse acties'. |
Beheersingsmaatregelen |
We volgen de ontwikkelingen rondom de wetgeving en de bestuursbesluiten van Stedin, Irado en Evides nauwlettend. |
Verloop en bewaking |
Eerste moment van opname: Begroting 2016. Geactualiseerd: elk P&C-document sindsdien.
De afdeling Financiën volgt de ontwikkelingen. |
Verantwoordelijken |
Ambtelijk: afdeling Financiën
Bestuurlijk: B. Kerver |
Communicatie |
We rapporteren over de ontwikkelingen bij de diverse P&C-documenten. |
Ondernomen en mogelijke acties |
Irado heeft in het Strategisch meerjarenplan een prognose gegeven van de te ontvangen dividend. In de begroting is verwerkt dat we in de jaren 2027 en 2029 geen dividend ontvangen. Daarom bedraagt het risico 0% in deze jaren. De verwachting over 2028 en 2030 is nog een dividend van € 107.000. Deze hebben wij in de begroting 2027 opgenomen. De kans dat dit dividend niet of niet geheel gerealiseerd wordt schatten wij in op 50%. |
4. Verleende borgstellingen voor instellingen
Terug naar navigatie - Algemene risico's - 4. Verleende borgstellingen voor instellingenNummer / Naam |
4. Verleende borgstellingen voor instellingen |
|---|---|
Omschrijving risico |
Voor Rijksmonument Dorpsstraat 164 te Capelle aan den IJssel B.V. en Stichting IJsselland Ziekenhuis staan we garant voor een aantal leningen die zij zijn aangegaan. Het risico bestaat dat als deze organisaties niet meer aan hun verplichtingen tot terugbetaling kunnen voldoen, de lening verstrekker(s) op ons een beroep doen. |
Specifieke risico's |
Vanwege de aanvullende voorschriften van de provincie in het kader van het financieel toezicht, is dit een verplicht onderdeel geworden bij de bepaling van het weerstandsvermogen. Het betreft garanties voor leningen waarvoor de gemeente 100% borg staat zonder betrokkenheid van een andere waarborginstelling. Het gaat om leningen verstrekt aan Rijksmonument Dorpsstraat 164 te Capelle aan den IJssel B.V. en Stichting IJsselland Ziekenhuis, in totaliteit per 30-06-2026 € 5,4 miljoen |
Bandbreedte financiële gevolgen |
De ervaring leert dat geen enkele borgstelling wordt aangesproken. Vanuit het voorzichtigheidsbeginsel is het raadzaam een percentage te hanteren om de risico's van deze borgstellingen te kwantificeren. We hebben dit percentage vastgesteld op 5%. Het risico komt dan uit op circa € 270.000. |
Beheersingsmaatregelen |
De Verordening Borgstellingen Gemeente Capelle aan den IJssel 2020. |
Verloop en bewaking |
Eerste moment van opname: begroting 2014. Geactualiseerd: elke P&C-document sindsdien. Bij de toetsing van de jaarstukken van de betrokken instellingen wordt gelet op het risico voor de gemeente. |
Verantwoordelijken |
Ambtelijk: afdeling Financiën
Bestuurlijk: B. Kerver |
Communicatie |
We rapporteren over de ontwikkelingen bij de diverse P&C-documenten. |
Ondernomen en mogelijke acties |
Niet van toepassing. |
5. Oplopende rentelasten
Terug naar navigatie - Algemene risico's - 5. Oplopende rentelastenNummer / Naam |
5. Oplopende rentelasten |
|---|---|
Omschrijving risico |
Het risico bestaat dat we onvoldoende rentelasten in onze begroting verwerkt hebben en dat de rentepercentages stijgen. |
Specifieke risico's |
Uit de liquiditeitsprognose blijkt dat er sprake is van een financieringsbehoefte gedurende, maar ook na, de looptijd van onze meerjarenbegroting. Door de toenemende financieringsbehoefte zal er sprake zijn van een oplopende rentelast. De onrust in de wereld en geplande grote investeringen door EU landen, met name Duitsland, beïnvloeden de hoogte van het rentepercentage voor langlopende leningen. De verwachting is een stijgend rentepercentage voor zeker het komende jaar. Deze factoren beïnvloeden de rentelasten negatief. Voor het komende jaar wordt geen renteverlaging door het ECB verwacht. |
Bandbreedte financiële gevolgen |
Alle op dit moment geprognotiseerde rentelasten zijn verwerkt in de begroting. Het rentepercentage vanaf 2027 is 4% . |
Beheersingsmaatregelen |
De beste beheersingsmaatregel is een structureel en reëel evenwicht in de begroting. Hierbij dienen de inkomsten ten minste gelijk te zijn aan de uitgaven en de investeringen maximaal de afschrijvingslast te bedragen. Het resterend risico is dan een stijgend rentepercentage. Als het rentepercentage bij financieringsbehoefte hoger is dan het begrote rentepercentage(2027: 4%), kan als maatregel gekozen worden voor een kortere looptijd om de rentelast te drukken. Om hier een goede keuze in te maken, zal dan ook het effect hiervan op de renterisiconorm worden meegenomen in de afweging. |
Verloop en bewaking |
Eerste moment van opname: Voorjaarsnota 2018.
We monitoren continu de ontwikkeling van de rente. |
Verantwoordelijken |
Ambtelijk: afdeling Financiën
Bestuurlijk: B. Kerver |
Communicatie |
In deze risicoparagraaf zullen we communiceren over de verwachte financiële ontwikkelingen. |
Ondernomen en mogelijke acties |
We verwerken de meerjarige ontwikkeling van de rente in de begroting, kadernota en slotwijziging en stellen de te hanteren rentepercentages vast bij de begroting. |
6. Positie waarborgfonds sociale woningbouw
Terug naar navigatie - Algemene risico's - 6. Positie waarborgfonds sociale woningbouwNummer / Naam |
6. Positie waarborgfonds sociale woningbouw (WSW) |
|---|---|
Omschrijving risico |
De Gemeente is, na woningcorporaties en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW), als tertiaire achtervang verantwoordelijk voor leningen van woningbouwcorporaties. Woningcorporaties sluiten leningen af om het bouwen en onderhouden van sociale huurwoningen te financieren.
Tot 2021 tekende de Gemeente per lening borgstelling mee (AO Bestaand). Vanaf 2021 kunnen corporaties leningen aantrekken tot het door het WSW en de Autoriteit woningcorporaties (Aw) ingestelde kredietplafond en staat WSW hiervoor borg. WSW heeft met gemeenten achtervangovereenkomsten (AO 2021) gesloten. Met deze overeenkomst kent WSW de borgstelling van de afgesloten leningen door corporaties toe aan de deelnemende gemeenten (verdeelsleutel). Per 1 mei 2024 is een nieuwe achtervangovereenkomst (AO nieuw) tussen WSW en de gemeenten gesloten, waarmee is vastgelegd hoe en met welke verdeelsleutel we als gemeente kunnen worden aangesproken. Voor de geborgde geldleningen aangegaan voor 1 augustus 2021 blijft de verdeelsleutel in de AO's Bestaand van toepassing: het Rijk voor 50%, 25% over alle gemeenten die borg staan en 25% wordt opgevraagd bij de gemeente die in de leningsovereenkomst is genoemd. Voor geborgde geldleningen aangegaan vanaf 1 augustus 2021 geld de verdeelsleutel zoals opgenomen in AO 2021: het Rijk voor 50% en 50% verdeeld over alle gemeenten die borg staan.
Tot op heden is op deze tertiaire achtervang nooit een beroep gedaan. Door de beoordeling van de financiële positie van de woningcorporaties door de Aw is het risico beperkt. |
Specifieke risico's |
Niet van toepassing. |
Bandbreedte financiële gevolgen |
De woningcorporaties waarvoor de Gemeente borg staat zijn Stichting Havensteder, Stichting Woonzorg Nederland, Stichting Hef Wonen en Woonbron. Het openstaande bedrag van deze woningcorporaties is per 30 juni 2026 € 496 mln. De kans van voordoen schatten we als zeer laag: 0,1%. Het totale risicobedrag komt daarmee op € 496.000. |
Beheersingsmaatregelen |
We volgen de ontwikkelingen nauwlettend. |
Verloop en bewaking |
Eerste moment van opname: Begroting 2020.
De afdeling Financiën volgt de ontwikkelingen door de berichtgeving van de VNG. Beoordeling van de jaarstukken van het WSW en de oordeelsbrieven van de Autoriteit woningcorporaties (Aw) vindt periodiek plaats. |
Verantwoordelijken |
Ambtelijk: afdeling Financiën
Bestuurlijk: Van Woudenberg |
Communicatie |
We rapporteren over de ontwikkelingen bij de diverse P&C-documenten. |
Ondernomen en mogelijke acties |
Als Gemeente hebben we hier geen invloed op. |
Risico's sociaal domein
Terug naar navigatie - - Risico's sociaal domein7. Participatiewet
Terug naar navigatie - Risico's sociaal domein - 7. ParticipatiewetNummer / Naam |
7. Participatiewet |
|---|---|
Omschrijving risico |
Risico's met betrekking tot de ontwikkeling van de rijksbijdrage BUIG (bundeling uitkeringen inkomensvoorzieningen gemeenten), participatiebudget en Wet sociale werkvoorziening (Wsw). |
Specifieke risico's |
BUIG
De uitkomsten van de definitieve BUIG van het lopende jaar worden jaarlijks pas op of rond 1 oktober bekend gemaakt. Deze kunnen in hoge mate afwijken van het (nader) voorlopig budget BUIG. Prognoses voor de langere termijn zijn lastig te maken. Op dit moment zijn we al jaren voordeelgemeente; de kosten van de uitkeringen zijn lager dan de rijksvergoeding. We hebben in de begroting daarom een meerjarig overschot op de BUIG opgenomen. Het Rijk stelt de indiciatoren voor de verdeling van het macrobudget jaarlijks bij om structurele overschotten of tekorten op de BUIG bij de gemeenten te beperken. We voorzien daarom dat het overschot op de BUIG van onze gemeente in de komende jaren afneemt en we nemen hiervoor voorzichtigheidshalve een risico op. Het voordeel in 2027 bedraagt € 3.252k. De meerjarenbegroting over de jaren 2027-2031 laat zien dat het voordeel op de BUIG afloopt naar € 1.207k in 2031.
Participatiebudget
Sinds de invoering van de Participatiewet in 2015 groeit het aantal Capellenaren met een arbeidsbeperking die onder deze wet valt. Daarmee nemen de uitgaven binnen het participatiebudget toe.
Bijzondere bijstand
De financiële bestaanszekerheid staat onder druk, ook in Capelle. Hierdoor wordt een groter beroep gedaan op de bijzondere bijstand. |
Bandbreedte financiële gevolgen |
De bandbreedte bedraagt € 3.252k in 2027, € 2.651k in 2028, € 1.947k in 2029 en € 1.206k vanaf 2030. Het gemiddelde bedraagt € 2.264k met een kans van 50%, waardoor het risicobedrag gemiddeld € 1.132k bedraagt. |
Beheersingsmaatregelen |
De realisatie op het participatiebudget en de BUIG wordt continu gemonitord om optimaal gebruik te maken van het budget. |
Verloop en bewaking |
Eerste moment van opname: Voorjaarsnota 2011. Geactualiseerd: elk P&C document sindsdien.
We rapporteren per P&C document en blijven de ontwikkelingen volgen. |
Verantwoordelijken |
Ambtelijk: afdeling Samenleving
Bestuurlijk: A. Proos |
Communicatie |
In de risicoparagraaf wordt aandacht gegeven aan de te verwachten financiële ontwikkelingen aangaande budgetten en bestedingen. |
Ondernomen en mogelijke acties |
Bij de Slotwijziging worden de BUIG-budgetten over het huidige jaar bijgesteld op basis van de prognoses van de GR IJsselgemeenten. De bestedingsplannen voor het participatie- en bijzondere bijstandsbudget van de GR IJsselgemeenten wordt telkens aan het begin van het jaar beoordeeld en de gemeentelijke budgetten worden, als daartoe aanleiding is, daarop aangepast bij de Kadernota. |
8. Jeugdzorg
Terug naar navigatie - Risico's sociaal domein - 8. JeugdzorgNummer / Naam |
8. Jeugdzorg |
|---|---|
Omschrijving risico |
Risico's met betrekking tot de Jeugdzorg |
Specifieke risico's |
Het risico ontstaat door een aantal aspecten. Dit kan resulteren in zowel een positief als negatief risico voor onze gemeentelijke begroting. Deze aspecten zijn:
• Het gebruik van jeugdhulp is de afgelopen jaren ieder jaar toegenomen en lijkt vanaf 2024 af te vlakken. De financiële gevolgen van deze autonome groei met betrekking tot de zorgkosten zijn opgenomen in de meerjarenbegroting van de verbonden partijen. De kans blijft bestaan dat de kosten harder of minder hard stijgen dan de opgenomen autonome groei. Bij de GRJR is gekeken naar de zorgkosten per gemeente van de afgelopen drie jaren en op basis hiervan geëxtrapoleerd. Voor gemeentelijke bijdragen is gerekend met een autonome groei van 0%.
• Veilig Thuis heeft aangegeven als gevolg van de toegenomen complexiteit van meldingen en personeelstekorten uitdagingen te hebben. De financiële impact hiervan is beperkt.
• De keuze om gesloten jeugdhulp af te bouwen leidt tot de inzet van duurdere alternatieve vormen van jeugdhulp. In de Regionale bestuursopdracht kostenbeheersing wordt gewerkt aan het versneld ontwikkelen van alternatieven, maar dit risico blijft actueel. Medisch specialisten en huisartsen kunnen zelfstandig naar hoog-specialistische jeugdhulp verwijzen. Bij de huisartsen hebben wij hier door een goede samenwerking met POH en CJG enige grip op, bij de medisch specialisten ontbreekt deze grip.
• Rechters, gecertificeerde instellingen en jeugdreclassering kunnen autonoom bepalen dat jeugdhulp nodig is. Daar kunnen we niet rechtstreeks op sturen. Dit heeft betrekking op ongeveer 15% van de waarde van de toewijzingen. Via het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming en de Regionale bestuursopdracht kostenbeheersing proberen we hier grip op te krijgen.
• De kosten voor de uitvoering van het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming kunnen hoger uitvallen dan nu begroot. Het kan zijn dat het CJG en Welzijn Capelle hierdoor hogere kosten moeten maken dan begroot.
• Woonplaatsbeginsel. Landelijk is het mogelijk dat er nog kosten voor jeugdigen die in een andere gemeente jeugdhulp ontvangen, maar volgens het landelijk woonplaatsbeginsel onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Capelle vallen, nakomen. De kans dat we nog meer facturen ontvangen wordt steeds kleiner naarmate de invoerdatum van deze regeling verder in het verleden ligt. De financiële impact hiervan is beperkt.
• De maatregelen die lokaal, regionaal en landelijk worden uitgewerkt en uitgevoerd moeten zich nog bewijzen. De afgelopen jaren laten zien dat de resultaten vaak te positief worden ingeschat, zowel financieel als in de tijd en kosten die nodig zijn om ze te realiseren.
• Maatregelen binnen Samenstroom* kunnen er toe leiden dat problemen eerder worden gesignaleerd waardoor de jeugdhulpkosten mee of minder worden. Op termijn verwachten wij dat de kosten hierdoor zullen dalen.
*Met het traject Samenstroom worden scholen verder versterkt als vertrouwde plek in de buurt, waar kinderen en ouders gemakkelijk binnenlopen en waar de maatschappelijke partners samenwerken rondom kinderen en gezinnen. |
Bandbreedte financiële gevolgen |
De bedragen uit de begroting 2027 van de GRJR zijn één op één overgenomen in de begroting 2027 van Capelle. De GRJR heeft in de begroting 2027 de volumegroei per gemeente opgenomen in haar begroting in plaats van een generieke volumegroei. |
Beheersingsmaatregelen |
• Lokaal uitvoeren van het plan 'tegen de stroom in voor duurzame en betaalbare jeugdhulp'. Dit plan bestaat uit 3 actielijnen met daarin maatregelen die zich zowel op de vraagkant als de aanbodkant richten. De maatregelen zijn deels in uitvoering en worden deels voorbereid.
• Regionale bestuursopdracht kostenbeheersing (RBOK). Dit plan bestaat uit maatregelen die zich vooral op de aanbodzijde en de regionaal gecontracteerde jeugdhulpaanbieders richten. De maatregelen zijn deels in uitvoering en worden deels voorbereid. |
Verloop en bewaking |
Eerste moment van opname: Najaarsnota 2015. Geactualiseerd: elk P&C-document sindsdien.
Kwartaalrapportages van de GR Jeugdhulp Rijnmond en de Stichting CJG Capelle aan den IJssel. |
Verantwoordelijken |
Ambtelijk: afdeling Samenleving
Bestuurlijk: E. Faassen |
Communicatie |
P&C-documenten van de GR Jeugdhulp Rijnmond en de Stichting CJG Capelle aan den IJssel. |
Ondernomen en mogelijke acties |
We hebben meerdere maatregelen in uitvoering en voorbereiding om de kosten te beheersen. |
9. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
Terug naar navigatie - Risico's sociaal domein - 9. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)Nummer / Naam |
9. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) |
|---|---|
Omschrijving risico |
Inkomensondersteunende regelingen zijn succesvol bij hoog bereik en gebruik, maar kunnen bij sterk toenemend gebruik zorgen voor oplopende kosten. |
Specifieke risico's |
De uitvoering van de Wmo 2015 is onderhevig aan wet- en regelgeving. De Wmo 2015 is een openeinderegeling. Mede door de demografische ontwikkelingen (vergrijzing in Capelle ) en invoering abonnementstarief is een toenemende vraag naar Wmo-voorzieningen ontstaan. Tevens richt het Rijksbeleid zich op langer thuis blijven wonen en extramuralisatie waardoor inzet van Wmo-maatwerkvoorzieningen meer en langer nodig is. Mede hierdoor kunnen de gehanteerde uitgangspunten in werkelijkheid de komende jaren afwijken van de begrote uitgaven.
Daarnaast spelen binnen de Wmo de volgende ontwikkelingen/risico’s:
• Doordecentralisatie Beschermd Wonen
De commissie 'Toekomst Beschermd Wonen' adviseert de functies beschermd wonen en maatschappelijke opvang verder te normaliseren. Concreet betekent dit minder opnames in een intramurale setting en meer opvang en begeleiding in de wijk. Deze extramuralisering is nu al merkbaar en zal de komende jaren verder toenemen. De doordecentralisatie zou ingaan in 2026, maar is (opnieuw) uitgesteld. De staatssecretaris heeft aangegeven dat de beoogde invoeringsdatum van 1 januari 2026 niet meer haalbaar is. Nog niet bekend is wat de nieuwe invoeringsdatum is. De verantwoordelijkheid verschuift van centrumgemeente Rotterdam naar alle zeven gemeenten in de Beschermd Wonen-regio, waaronder onze gemeente. Maatschappelijke opvang wordt op een later tijdstip doorgedecentraliseerd. Het Regionaal Beleidsplan Maatschappelijke Ontwikkeling en Beschermd Wonen 2022 2026 is op 7 februari 2022 door uw raad vastgesteld. Bij de overgang van taken hoort ook de overgang van middelen. Voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang komt er een nieuw objectief verdeelmodel, waarbij ook de huidige middelen voor begeleiding worden meegenomen. Vanwege de onzekerheid over de financiële consequenties, is landelijk gekozen voor een ingroeipad van meerdere jaren. We ontvangen waarschijnlijk middelen met ingang van 2027. Gedurende het ingroeipad gaan de middelen geleidelijk over van centrumgemeente Rotterdam naar de regiogemeenten, waaronder Capelle. Op grond van de meest recente meerjarenraming van centrumgemeente Rotterdam voor de regio, wordt de eerstkomende jaren vooralsnog geen tekort verwacht.
• Inkoop Beschermd wonen verstandelijk beperking
De gemeente Rotterdam is voor ons de uitvoerende gemeente en kan kosten bij ons in rekening brengen op basis van het woonplaatsbeginsel. In de begroting 2024 hebben wij dit structureel begroot. De kosten zijn tot heden niet in rekening gebracht, en hebben wij in de begroting structureel naar nihil bijgesteld vanaf 2027.
• Taakstelling op begroting
In de Begroting 2024 hebben wij een taakstelling op de Wmo gekregen. In de Kadernota 2026 is een deel van de opgelegde taakstelling vervallen. In het eerste kwartaal van 2026 is het inkooptraject Wmo- diensten 2026, waaronder huishoudelijke ondersteuning en dagbesteding vallen, afgerond. Op dit onderdeel rust nog een taakstelling.
De eerste effecten hiervan worden geleidelijk zichtbaar. De conclusie is dat de taakstelling op de begroting gerealiseerd gaat worden.
• Uitstel Inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage
De invoering van een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo is met een jaar uitgesteld en gaat op zijn vroegst in op 1 januari 2028. In de gemeentelijke begroting is vanaf 2028 de eigen bijdrage bijgeraamd voor het bedrag dat in de algemene uitkering is afgeraamd. Het is op dit moment niet duidelijk of die verhoogde baten vanaf 2028 worden gerealiseerd.
• Huishoudelijke ondersteuning uit de Wmo (meicirculaire 2026)
In de meicirculaire 2026 van de algemene uitkering uit het gemeentefonds is vanaf 2029 een uitname van € 4,6 mln. doorgevoerd. Voor de cliënten die de huishoudelijke hulp niet zelf kunnen regelen, ontvangen we vanaf 2029 € 1,4 mln. Dit bedrag is als stelpost opgenomen en is met ingang van 2029 in mindering gebracht op het budget huishoudelijke hulp. Er is op nog geen duidelijkheid over hoe het kabinetsplan om de huishoudelijke hulp uit de Wmo te halen, er in de praktijk uitziet.
• Wmo-vervoer:
In 2026 heeft de Europese aanbesteding van het Wmo-vervoer, alsmede het leerlingenvervoer, plaatsgevonden. Naar aanleiding van deze aanbestedingsprocedure hebben twee vervoerspartijen een kort geding aangespannen. De zitting heeft inmiddels plaatsgevonden bij de rechtbank. Gelet op de zorgplicht van de gemeente voor het continueren van het Wmo-vervoer en het leerlingenvervoer, is ervoor gekozen een overbruggingsovereenkomst te sluiten voor de duur van één jaar. Hiermee wordt de continuïteit van het vervoer voor inwoners en leerlingen geborgd. De uitkomst van de gerechtelijke procedure betekent dat wij het vervoer volledig opnieuw moeten aanbesteden. |
Bandbreedte financiële gevolgen |
P.M. |
Beheersingsmaatregelen |
Bewaken en monitoren van de meerjarige prognose, monitoren en volgen van landelijke ontwikkelingen, implementeren van de ombuigingsmaatregelen Wmo. |
Verloop en bewaking |
Eerste moment van opname: Voorjaarsnota 2014.
Geactualiseerd: elk P&C-document sindsdien.
We rapporteren per P&C-document en blijven de ontwikkelingen volgen. |
Verantwoordelijken |
Ambtelijk: afdeling Samenleving
Bestuurlijk: S. Proos |
Communicatie |
Communicatie via reguliere P&C- documenten. |
Ondernomen en mogelijke acties |
We hebben meerdere maatregelen in uitvoering en voorbereiding om de kosten te beheersen. |
10. Openeinderegelingen voor inkomensondersteunende regelingen
Terug naar navigatie - Risico's sociaal domein - 10. Openeinderegelingen voor inkomensondersteunende regelingenNummer / Naam |
10. Openeinderegelingen voor inkomensondersteunende regelingen |
|---|---|
Omschrijving risico |
Inkomensondersteunende regelingen zijn succesvol bij hoog bereik en gebruik, maar kunnen bij sterk toenemend gebruik zorgen voor oplopende kosten. |
Specifieke risico's |
Voor verschillende inkomensondersteunende regelingen, zoals de bijzondere bijstand en de individuele inkomenstoeslag, streven we naar een hoger bereik en gebruik hoog is. Gezien de aard van deze regelingen is uitsluiting van gebruik door Capellenaren die aan de voorwaarden voldoen niet mogelijk.
Dit risico geldt elk jaar. De ontwikkeling voor 2027 is lastig in te schatten. Naar verwachting blijft het aantal huishoudens met een laag inkomen stabiel, maar neemt het aantal huishoudens met een bijstandsuitkering licht toe. Hoe dit uitpakt, is in hoge mate afhankelijk van maatregelen van het Rijk (bijvoorbeeld de Wet Proactieve Dienstverlening) en de economische ontwikkeling. |
Bandbreedte financiële gevolgen |
P.M. |
Beheersingsmaatregelen |
De te nemen maatregelen zijn afhankelijk van de ontwikkeling van de budgetten. Dit leidt tot eventueel bijstelling van beleid of aanpassing van het beschikbare budget. |
Verloop en bewaking |
Eerste moment van opname: Najaarsnota 2018. Geactualiseerd: elk P&C document sindsdien.
Budgetten worden gemonitord, waarna bijstelling van beleid zou kunnen volgen of aanraming van het beschikbare budget. |
Verantwoordelijken |
Ambtelijk: afdeling Samenleving
Bestuurlijk: A. Proos |
Communicatie |
Communicatie via reguliere P&C-cyclus |
Ondernomen en mogelijke acties |
Met de door het Rijk beschikbaar gestelde middelen zijn inwoners van onze gemeente, die de steun nodig hebben, geholpen. |
Overige risico's
Terug naar navigatie - - Overige risico'sOnderwijshuisvesting Capelle aan den IJssel
Terug naar navigatie - Overige risico's - Onderwijshuisvesting Capelle aan den IJssel11. Onderwijshuisvesting - beleidsrisico's
Terug naar navigatie - Overige risico's - 11. Onderwijshuisvesting - beleidsrisico's
Nummer / Naam |
11. Onderwijshuisvesting – beleidsrisico’s |
|---|---|
Omschrijving risico |
Dit risico gaat over de mogelijke financiële consequenties van beleid en andere ontwikkelingen in onderwijshuisvesting. |
Specifieke risico's |
Onderwijshuisvesting heeft als doel leerlingen te voorzien van geschikte huisvesting in eigentijdse, comfortabele en toekomstbestendige schoolgebouwen. Verschillende ontwikkelingen, zowel beleidsmatig als maatschappelijk, kunnen invloed hebben op de huisvestingsopgave binnen het onderwijs. Daarbij onderscheiden we de volgende risico’s:
• Concurrentie tussen scholen, waardoor op sommige locaties behoefte ontstaat aan uitbreiding terwijl andere scholen te maken krijgen met leegstand.
• Kleine scholen die door een afnemend aantal leerlingen het risico lopen te worden opgeheven of gesloten.
• Onvoorziene groei van het aantal leerlingen als gevolg van omvangrijke demografische veranderingen.
• Huisvestingsvraagstukken die voortvloeien uit de wens voor bredere en inclusievere scholen en IKC vorming
• Toenemende eisen op het gebied van duurzaamheid en energieprestaties.
• Risico’s die samenhangen met een verouderde schoolgebouwenvoorraad (zie ook de risico’s binnen de langjarige opgave), bijhorende gymzalen en sportvoorzieningen. |
Bandbreedte financiële gevolgen |
De financiële impact kan bestaan uit de noodzaak om tijdelijke huisvesting te realiseren wanneer sprake is van een (onverwachte) toename van het aantal leerlingen. Daarbij wordt eerst onderzocht of beschikbare ruimte binnen bestaande schoolgebouwen kan worden benut, met name op locaties waar sprake is van leegstand. De leerlingenprognoses laten namelijk zien dat er de komende jaren op gemeentelijk niveau geen structurele groei van het totale aantal leerlingen wordt verwacht. Hier komt verandering in bij het begin en de voltooiing van de grootschalige ontwikkelingen zoals Rivium.
Er loopt ook een traject om inclusievere en bredere scholen en IKC's te bewerkstelligen. De financiële gevolgen van deze structurele verbetering van het aanbod in de gemeente moet nog onderzocht worden. |
Beheersingsmaatregelen |
Onderwijshuisvesting vraagt in belangrijke mate om goed relatiebeheer. Het is van belang om ontwikkelingen tijdig met schoolbesturen te bespreken, zicht te houden op relevante ontwikkelingen en de samenwerking actief te onderhouden. Het Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs (SHO) vormt hierbij een belangrijk sturingsinstrument. Dit plan draagt bij aan het tijdig signaleren van ontwikkelingen, het vooruitkijken naar toekomstige behoeften en het doen van voorstellen voor de aanpak en het proces.
Daarnaast spelen gegevens over de capaciteit van schoolgebouwen, de huisvestingsbehoefte van scholen, leerlingenprognoses en relevante beleidskaders een belangrijke rol bij het beheersen van risico’s. Deze informatie wordt op transparante wijze gedeeld en besproken tijdens het halfjaarlijkse op overeenstemming gerichte overleg (OGOO) met de schoolbesturen. Bovendien is binnen een aantal schoolgebouwen sprake van beschikbare ruimte door leegstand. Deze capaciteit kan worden ingezet om eventuele huisvestingsknelpunten of risico’s op te vangen. Dan wel worden gebruikt voor de IKC vormingsopgave. |
Verloop en bewaking |
Het bewaken van deze ontwikkelingen is een continu proces, en de belangrijkste taak van de opgave regisseur Onderwijshuisvesting binnen de organisatie. Het geactualiseerde Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs is hierbij leidend. In vervolg hierop wordt nu een uitvoeringsplan opgesteld. |
Verantwoordelijken |
Ambtelijk: Samenleving (Stadsontwikkeling en Vastgoed)
Bestuurlijk: S. Geissler |
Communicatie |
De communicatie over dit risico maakt onderdeel uit van de communicatie over onderwijshuisvesting en het Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs. |
Ondernomen en mogelijke acties |
Zie Beheersingsmaatregelen |
12. Onderwijshuisvesting - projectrisico's
Terug naar navigatie - Overige risico's - 12. Onderwijshuisvesting - projectrisico's
Nummer / Naam |
12. Onderwijshuisvesting – projectrisico’s |
|---|---|
Omschrijving risico |
Dit risico gaat over de mogelijke financiële consequenties van de lopende projecten onderwijshuisvesting. |
Specifieke risico's |
Onderwijshuisvesting gaat over het passend huisvesten van leerlingen in moderne en frisse schoolgebouwen. Hiervoor zijn meerdere projecten in voorbereiding. Voor alle projecten geldt een aantal landelijke risico’s:
-Tekort aan capaciteit en materieel om scholen te bouwen, te ontwerpen en het proces te managen
-Prijsstijgingen
-Netcongestie en daarmee mogelijk gepaarde uitstel en vertraging van projecten.
Voor de lopende projecten zijn er specifieke risico’s.
Voor het Comenius College kunnen we het wettelijk noodzakelijkst bekostigen uit de € 16.500.000,- die beschikbaar is gesteld voor dit project. Hierbij is geen rekening gehouden met financiering voor vervanging van de gymzalen, sloop van het bestaande gebouw en het bouwrijp maken van het terrein. In een businesscase wordt onderzocht of de capaciteit van de gymzalen van het Comenius College noodzakelijk zijn om voldoende capaciteit voor bewegingsonderwijs te faciliteren.
Er bestaat een reële mogelijkheid dat we niet zonder deze gymzalen kunnen en dat het financieel aanzienlijk logischer en aantrekkelijker is deze uitgave nu te doen en mee te nemen in de huidige bouw dan uit te stellen.
Bij de ontwikkeling van KC Meeuwensingel en de omliggende ontwikkelingen is onvoldoende ruimte vrijgehouden voor de plaatsing van PCB de Horizon. Voor deze school zal dus nog een locatie worden gevonden. |
Bandbreedte financiële gevolgen |
Comenius College:
-Vertraging leidt tot latere oplevering, daarmee tot hogere kosten;
-Onvoldoende tijdelijke huisvesting voor het gegroeide aantal leerlingen leidt tot hogere kosten;
-Ontwikkelingen rondom behoefte en aanbod bij bewegingsonderwijs kunnen tot hogere kosten leiden;
-Herstelwerkzaamheden rondom terreinverzakking kunnen tot hogere kosten leiden.
-Sloop, bouwrijp maken inclusief eventuele asbestverwijdering kan leiden tot hogere kosten. Een eerste verkenning van de investeringskosten heeft uitgewezen dat voor sloop en asbestverwijdering rekening moet worden gehouden met een bedrag tussen € 900.000 en € 1.300.000. Hiervoor zijn nog geen middelen gereserveerd.
KC Meeuwensingel:
-Vertraging leidt tot latere oplevering, daarmee tot hogere kosten;
-Een nieuwbouwlocatie of vergelijkbaar voor een school van de omvang van de Horizon vraagt waarschijnlijk een investering van tenminste 1.4 miljoen euro. |
Beheersingsmaatregelen |
Er wordt extra ingezet op goed overleg met de scholen en de ontwikkelaars om zo goed mogelijk om te gaan met de ontstane situatie. |
Verloop en bewaking |
Comenius College: Opgenomen op onderwijshuisvestingsprogramma 2010. Financiële besluitvorming begroting 2017, daarna jaarlijks geactualiseerd.
KC Meeuwensingel: Financiële besluitvorming voorjaarsnota 2018, daarna jaarlijks geactualiseerd.
Voor Bewaking: goede toetsing binnen de stuurgroep. |
Verantwoordelijken |
Ambtelijk: Samenleving (Stadsontwikkeling en Vastgoed)
Bestuurlijk: S. Geissler |
Communicatie |
De gemeenteraad zal zowel bij de P&C producten als via collegebrieven en raadsvoorstellen op de hoogte worden gehouden |
Ondernomen en mogelijke acties |
Per projectfase zullen de projectbegrotingen worden geactualiseerd. |
13. Onderwijshuisvesting - Meerjarige opgave (Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs)
Terug naar navigatie - Overige risico's - 13. Onderwijshuisvesting - Meerjarige opgave (Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs)
Nummer / Naam |
13. Onderwijshuisvesting - Meerjarige opgave (Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs) |
|---|---|
Omschrijving risico |
De inbreng voor de risicoparagraaf voor onderwijshuisvesting is gesplitst in drie delen. Hier benoemen we de mogelijke risico’s van de langjarige opgaven onderwijshuisvesting. |
Specifieke risico's |
Veel schoolgebouwen dateren uit de jaren ’70 en ’80, gebouwd tijdens de groei van Capelle aan den IJssel. Het geactualiseerde Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs (vastgesteld op 10 juli 2025) bestaat onder andere uit een perspectief voor deze oudere gebouwen.
Ook is er een indicatie gegeven van het verloop van de jaarlijkse lasten. In het najaar 2024 is in samenspraak met de schoolbesturen gekomen tot een concrete en meer gedetailleerde planning van de projecten waardoor het verloop van de jaarlijkse lasten afwijkt van de indicatie bij de Voorjaarsnota 2024. De geschatte investering ligt nu op 79 miljoen. Deze investering is gebaseerd op huidige inschattingen en kostenontwikkelingen en gaat over een doorlooptijd van 17 jaar. Hierin zijn de opgaven in Rivium en Fascinatio meegenomen.
Daarnaast zijn ook kosten voor tijdelijke huisvesting en de organisatiekosten van 6% opgenomen.
Vanuit netcongestie en de snelle veranderingen en verschuivingen op het gebied van bouw en ontwikkeling in deze gebieden, zal er een betere samenwerking tussen Vastgoed, Samenleving en Stadsontwikkeling moeten worden gevonden om de geïdentificeerde project risico's tijdig te kunnen ondervangen. |
Bandbreedte financiële gevolgen |
In de begroting 2027 hebben we de kredieten met bijhorende kosten opgenomen tot en met het jaar 2033. |
Beheersingsmaatregelen |
Om de groei in Fascinatio op te vangen en voorruit te lopen op de groei in Rivium huren we als gemeente nu een pand met overcapaciteit op de Fascinatioboulevard waarin (voorheen de Vijfster en de Ontmoeting -recent opgeheven-), en nu de Wonderwind gehuisvest is. De kosten hiervoor moeten nog meerjarig worden gedekt maar worden gezien als noodzakelijk om de risico's van netcongestie en bouwvertragingen op te vangen en wel in de ruimtebehoefte te kunnen voorzien. |
Verloop en bewaking |
We blijven de kostenontwikkeling en de gebiedsontwikkelingen de komende jaren extra volgen om de financiële risico’s te beoordelen. |
Verantwoordelijken |
Ambtelijk: Samenleving (Stadsontwikkeling en Vastgoed)
Bestuurlijk: S. Geissler |
Communicatie |
In de risicoparagraaf zal blijvend aandacht geschonken worden aan beschreven risico. Met de vaststelling van het SHO is ook aandacht besteed aan de risico’s. |
Ondernomen en mogelijke acties |
De meerjareninvestering verwerken in het eerstvolgende P&C document. |
14. Grondexploitaties
Terug naar navigatie - Overige risico's - 14. GrondexploitatiesNummer / Naam |
14. Grondexploitaties |
|---|---|
Omschrijving risico |
Voor de toekomstige verwachte kosten en opbrengsten worden aannames gedaan op het gebied van planning, verwachte verkoopprijzen, geraamde kosten, verwachte rentelasten, plankosten, enzovoort. Diverse onzekerheden en risico's kunnen het begrote financiële eindresultaat van de grondexploitatie beïnvloeden. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen risico's die specifiek zijn voor een grondexploitatiecomplex en risico's die betrekking hebben op de gehele grondexploitatieportefeuille. |
Specifieke risico's |
In de Actualisatie Grondexploitaties MPP 2026 hebben we de voornaamste risico’s, kansen en beheersmaatregelen per project beschreven. |
Bandbreedte financiële gevolgen |
Kansen: 431
Risico: 4.063
Het betreft verschillende soorten risico’s. In de bepaling van de bandbreedte is reeds rekening gehouden met de kans van voordoen. Daarom zijn de risico's voor de bepaling van de weerstandsratio voor 100% meegenomen. |
Beheersingsmaatregelen |
In de Actualisatie Grondexploitaties MPP 2026 hebben we de voornaamste risico’s, kansen en beheersmaatregelen per project beschreven. |
Verloop en bewaking |
Eerste moment van opname in P&C-document: Najaarsnota 2019.
Bewaking: zie Beheersmaatregelen. |
Verantwoordelijken |
Ambtelijk: afdeling Stadsontwikkeling
Bestuurlijk: Schaatsbergen |
Communicatie |
In de risicoparagraaf zal blijvend aandacht geschonken worden aan dit risico. |
Ondernomen en mogelijke acties |
Zie Beheersingsmaatregelen. |
15. Impact nieuwe Omgevingswet en Wkb op leges omgevingsvergunningen
Terug naar navigatie - Overige risico's - 15. Impact nieuwe Omgevingswet en Wkb op leges omgevingsvergunningenNummer / Naam |
15. Impact nieuwe Omgevingswet en Wkb op leges omgevingsvergunningen |
|---|---|
Omschrijving risico |
Met de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024, en de hieraan gekoppelde Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is de wet- en regelgeving voor bouwinitiatieven en omgevingsvergunningen gewijzigd. In 2024 hebben we een daling gezien van het aantal vergunningaanvragen en een toename van het aantal conceptverzoeken. Dit was onder andere te verklaren door de toename van aanvragen eind 2023 nog onder de oude wetgeving. In 2025 en in 2026 zien we ten opzichte van 2024 weer een stijging van het aantal aanvragen omgevingsvergunning. Dit komt onder meer omdat activiteiten niet meer samenhangend zijn en dat er nu per activiteit vergunning kan worden aangevraagd. Of en welke impact de inwerkingtreding van de Omgevingswet structureel heeft op onze inkomsten is voor nu nog onduidelijk. Uw raad bepaalt in het Omgevingsplan op welke wijze u invulling geeft aan deregulering en vergunningplichten voor bepaalde activiteiten. Tijdens de voorbereiding van het Omgevingsplan informeren we u ook over de financiële gevolgen.
De Wkb is op 1 januari 2024 uitsluitend voor de nieuwbouw van gevolgklasse 1 bouwwerken ingevoerd. De verbouw van gevolgklasse 1 bouwwerken is nog uitgesloten. Het ministerie verwacht tot 2028 nog niet over te gaan tot verdere invoering van de Wkb voor verbouw van gevolgklasse 1 bouwwerken of uitbreiding met gevolgklasse 2 bouwwerken. Vooralsnog heeft deze beperkte invoering van de Wkb geen noemenswaardige impact op de opbrengsten. Er zijn in Capelle sinds de invoering op dit moment slechts 20 projecten bekend, die onder de Wkb vallen. |
Specifieke risico's |
Lagere opbrengsten uit leges omgevingsvergunningen. |
Bandbreedte financiële gevolgen |
Het risico is op dit moment niet te kwantificeren. |
Beheersingsmaatregelen |
Niet van toepassing |
Verloop en bewaking |
Eerste moment van opname in P&C-document: Voorjaarsnota 2021 |
Verantwoordelijken |
Ambtelijk: afdeling Stadsbeheer
Bestuurlijk: Manusama en Faassen |
Communicatie |
De impact van de Omgevingswet op de legesinkomsten worden gemonitord. Zodra hierover meer bekend is zullen we u hierover informeren. |
Ondernomen en mogelijke acties |
Niet van toepassing |
16. Rivium
Terug naar navigatie - Overige risico's - 16. Rivium
Nummer / Naam |
16. Risico's Rivium District |
|---|---|
Omschrijving risico |
Met de recente afspraken (ondertekening SOK/AOK december 2025) met de marktpartijen heeft de gemeente haar belangrijkste risico’s (nog voortkomend uit de SOK 2023) kunnen beperken. Belangrijke tijdsafhankelijke en uitvoeringsrisico’s zijn voor de gemeente aanzienlijk beperkt en zijn door de marktpartijen overgenomen. De gemeente is verantwoordelijk voor de publiekrechtelijke taken, de aanleg van een groot deel van het openbaar gebied en de mobiliteitsmaatregelen. |
Specifieke risico's |
Budgetoverschrijdingen
Overschrijding civieltechnische kosten
Vastgelegde ambitie kan niet binnen taakstellendbudget worden uitgevoerd
Overschrijding plantoetsingskosten
Ureninzet tbv gemeentelijk vastgoed
Omgevingsplanprocedure
Uitloop eventuele bezwaarprocedure
Geheel of gedeeltelijke vernietiging
Samenwerking met marktpartijen
Niet verhaalbare plankosten
Gebrekkige interactie uitwerking openbaar gebied en vastgoed
Planning realisatie openbaar gebied en vastgoed sluit niet aan
Gebrekkige organisatie logistiek, veiligheid en communicatie
Eén of meerdere Coalitiepartijen zijn niet in staat te ontwikkelen
WOKT subsidie mobiliteit
Niet verkrijgen bijdrage MRDH op projectbasis
Overschrijding projectkosten
Overige risico's
Algemene kostenstijgingen, wetswijzingen, macroeconomische effecten
Ontoerijkende Nutsvoorzieningen
Voorfinanciering afkoop windmolen en AWZI
Ambities vanuit Samenwerkingsovereenkomst Rotterdam
Niet gedekte aanvullende beheerskosten Parkshuttle
Niet gedekte plankosten na 2032
Bereikbaarheid ontwikkelgebied
Kansen
Aanvullende subsidies |
Bandbreedte financiële gevolgen |
De financiële gevolgen voor onderstaande risico's zijn geraamd voor de periode 2027-2030. Hier ligt een risico overzicht aan ten grondslag waarin per werkpakket kans en (geld)gevolg zijn opgenomen, uitgezet in de tijd.
- Risico's Rivium District (activiteiten diverse contracten) - 3.7 mln. kan op 25%
- Risico's Rivium District (activiteiten mobiliteit WOKT) - Risico onstaat pas in 2029.
NB. Bovenstaande financiële gevolgen zijn geraamd met de kennis van nu. 2027 staat in het teken van de uitvoeringvoorbereiding. In deze fase worden onder andere diverse onderzoeken/studies verricht en worden verdere afspraken gemaakt met marktpartijen en subsidieverstrekkers op basis waarvan de risico's nader kunnen worden gekwantificeerd. Samenvattend is sprake van een oplopend risicoprofiel dat zich de komende jaren verder zal manifesteren en actief gemonitord moet worden binnen de P&C cyclus. |
Beheersingsmaatregelen |
Risico-overdracht: tijds- en uitvoeringsrisico’s zijn grotendeels bij marktpartijen belegd.
Planuitwerking per fase inclusief kostenraming en herijking risico's
Projectmanagement en projectcontrol conform uitvoeringsplan: actief bewaken van planning, kosten en risico’s door het projectteam.
Overleg met (subsidieverstrekkende) medeoverheden |
Verloop en bewaking |
Eerste moment van opname in P&C-document: Begroting 2023 |
Verantwoordelijken |
Ambtelijk: Arian Pleizier
Bestuurlijk: Cor Schaatsbergen |
Communicatie |
Naast de paragraaf weerstandsvermogen en risico's is een separate paragraaf Rivium toegevoegd aan de P&C documenten. Daarmee wordt de raad zowel inhoudelijk als qua risicoprofiel geïnformeerd |
Ondernomen en mogelijke acties |
Zoals hierboven reeds aangegeven worden de nodige onderzoeken en studie uitgevoerd om niet in een later stadium te worden verrast. De risico's binnen het project Rivium worden bewaakt in een risicodossier en worden regelmatig herijkt. Daarnaast wordt nadrukkelijk aandacht besteedt aan kostenbeheersing volgens de methodiek van projectmatig werken. Tot slot blijven we in gesprek met contractpartners en subsidieverstrekkende partijen. |
17. Leerlingenvervoer
Terug naar navigatie - Overige risico's - 17. LeerlingenvervoerNummer / Naam |
17. Leerlingenvervoer |
|---|---|
Omschrijving risico |
Risico met betrekking tot Leerlingenvervoer. |
Specifieke risico's |
In 2026 heeft de Europese aanbesteding van het Wmo-vervoer, alsmede het leerlingenvervoer, plaatsgevonden. Naar aanleiding van deze aanbestedingsprocedure hebben twee vervoerspartijen een kort geding aangespannen. De zitting heeft inmiddels plaatsgevonden bij de rechtbank. Gelet op de zorgplicht van de gemeente voor het continueren van het Wmo-vervoer en het leerlingenvervoer, is ervoor gekozen een overbruggingsovereenkomst te sluiten voor de duur van één jaar. Hiermee wordt de continuïteit van het vervoer voor inwoners en leerlingen geborgd. De uitkomst van de gerechtelijke procedure betekent dat wij het vervoer volledig opnieuw moeten aanbesteden. |
Bandbreedte financiële gevolgen |
Het risico is kleiner dan 100k. |
Beheersingsmaatregelen |
Niet van toepassing. |
Verloop en bewaking |
Eerste moment van opname in P&C-document: Begroting 2026. |
Verantwoordelijken |
Ambtelijk: afdeling Samenleving
Bestuurlijk: A. Proos |
Communicatie |
De raad wordt via de planning- en controlcyclus geïnformeerd over de verdere ontwikkelingen en de consequenties van de gerechtelijke uitspraak. |
Ondernomen en mogelijke acties |
Niet van toepassing. |
18. Netcongestie
Terug naar navigatie - Overige risico's - 18. Netcongestie
Nummer / Naam |
18. Netcongestie |
|---|---|
Omschrijving risico |
|
Specifieke risico's |
De risico’s als gevolg van de netcongestieproblematiek vallen uiteen in 2 categorieën:
1. Risico’s die ontstaan bij het versneld sluiten van anterieure overeenkomsten (voordat er door de raad een gebiedspaspoort of ander kaderstellend document is vastgesteld) met als doel om tijdig voor aansluiting in aanmerking te komen. Voor deze categorie is een separaat raadsbesluit genomen met de bijbehorende kosten en risico’s.
2. Risico’s die ontstaan indien projecten niet tijdig in aanmerking komen om aangesloten te worden (langdurig uitstel of mogelijk afstel). Onderstaand een overzicht van thema’s waar in dat geval een financieel gevolg kan ontstaan.
Gebiedsontwikkelingen algemeen
- Doorlopende plankosten (bij lopende contractuele verplichtingen zoals een intentieovereenkomst)
- In geval van langdurig stopzetten van het project moeten er te zijner tijd opstartkosten gemaakt worden (overleg met partners, actualisatie onderzoeken en haalbaarheid businesscase, in uiterste geval herontwikkeling)
- (gedeeltelijke) terugbetaling subsidies door niet behalen subsidie deadlines
- bij afstel van projecten moeten de reeds gemaakte niet verhaalbare kosten, waaronder mogelijk het aan de netbeheerder betaalde voorschot voor de aansluiting, worden afgeboekt
- Het niet of veel later realiseren van het bouwprogramma kan negatieve gevolgen hebben voor de uitkering vanuit het gemeentefonds
- Het niet of vertraagd realiseren van de startbouw van betaalbare woningen kan ertoe leiden dat de gemeente de realisatiestimulans geheel of gedeeltelijk niet ontvangt
- Als ontwikkelingen alleen doorgang kunnen vinden door te investeren in technologische maatregelen op het gebied van de energieintrastructuur, kan dit kosten met zich meebrengen die niet door de ontwikkelaar gedagen (kunnen) worden
Specifiek grondexploitaties
- Doorlopende rentelast op boekwaarde
- Lagere rentebaten door uitgestelde gronduitgifte |
Bandbreedte financiële gevolgen |
Wat de financiële gevolgen per project zullen zijn is in dit stadium niet te duiden. Er zijn te veel variabelen die daarbij een rol spelen. Zodra er nadere inzichten zijn waarmee de financiële risico’s gekwantificeerd kunnen worden, zullen deze op de gebruikelijke manier via de P&C cyclus worden opgevoerd. |
Beheersingsmaatregelen |
- Inzetten op verkrijgen capaciteit c.q. een zo hoog mogelijke plek op de wachtlijst voor zoveel mogelijk ontwikkelingen
- In overleg treden met de netbeheerder over de eisen
- In overleg treden met de betrokken (contract)partijen
- Kostenstop voor projecten die de deadline (zeer waarschijnlijk) niet gaan halen
- Afbouw van de personele flexibele schil |
Verloop en bewaking |
Er is een ambtelijk versnellingsteam netcongestie ingesteld. Zowel de versnelling van projecten (zie hierboven categorie 1) als de problematiek in brede zin wordt hier periodiek gemonitord. Het versnellingsteam is een tijdelijke constructie tot 1 oktober. De manier waarop de aanpak vorm krijgt na 1 oktober is nog niet bepaald. |
Verantwoordelijken |
Projectleiders van de betreffende projecten. |
Communicatie |
De raad wordt actief geinformeerd over ontwikkelingen en gemeentelijke gevolgen. |
Ondernomen en mogelijke acties |
Zie hierboven onder beheersingsmaatregelen en bewaking. Om het risico in de toekomst te beperken is het belangrijk om het Capels Actieplan Netcongestie uit te voeren. |