Programma 6 Financiën

Ambitie

Terug naar navigatie - Programma 6 Financiën - Ambitie

Capelle is financieel gezond en blijft dat. Wij streven naar een structureel sluitende begroting waarin ruimte blijft voor de opgaven van de stad, en houden de lasten voor Capellenaren zo laag mogelijk. Wij werken langs een zorgvuldige lijn: eerst begroten, dan voteren, dan besluiten, dan realiseren en tot slot verantwoorden. Nieuw beleid en nieuwe investeringen nemen wij alleen op met aantoonbare dekking. Wij kijken verder dan de meerjarenraming en bouwen aan een betrouwbare financiële doorkijk voor de lange termijn, zodat de keuzes van vandaag ook over twintig jaar houdbaar zijn. Wij maken de financiële positie inzichtelijk en navolgbaar, zodat de raad zijn budgetrecht kan uitoefenen.

Dit programma is qua inhoud en opbouw afwijkend ten opzichte van de beleidsprogramma's. We beantwoorden de vraag "wat willen we bereiken?". Dit zijn de uitgangspunten van het financieel beleid, daarnaast beantwoorden we de derde W-vraag; "Wat mag het kosten?" met een analyse ten opzichte van de begroting van vorig jaar. 

In dit programma komen de volgende onderwerpen aan de orde:

  • overzicht van de algemene dekkingsmiddelen;
  • overzicht van de kosten van overhead;
  • het bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting;
  • het bedrag voor onvoorzien.

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Programma 6 Financiën - Wat willen we bereiken?

6.1 Wij werken aan een financieel gezond Capelle

Terug naar navigatie - Programma 6 Financiën - Wat willen we bereiken? - 6.1 Wij werken aan een financieel gezond Capelle

Wij streven naar een begroting die in alle jaarschijven structureel sluit, zonder inzet van de algemene reserve voor structurele lasten. Structurele lasten dekken wij met structurele baten. Waar het meerjarenbeeld niet sluit, leggen wij de raad tijdig keuzes voor in plaats van het tekort door te schuiven.

6.2 Beheerste ontwikkeling van de lasten

Terug naar navigatie - Programma 6 Financiën - Wat willen we bereiken? - 6.2 Beheerste ontwikkeling van de lasten

De lasten voor inwoners en ondernemers houden wij zo laag als verantwoord mogelijk is. Tariefsverhoging zetten wij alleen in wanneer noodzakelijke investeringen anders niet doorgaan. Bij heffingen met een kostendekkend karakter is de kostendekkendheid het uitgangspunt en maken wij de opbouw van het tarief inzichtelijk.

6.3 Grip op vermogen, schuld en risico's

Terug naar navigatie - Programma 6 Financiën - Wat willen we bereiken? - 6.3 Grip op vermogen, schuld en risico's

Wij houden het weerstandsvermogen op peil en bewaken de ontwikkeling van de schuldpositie in samenhang met het investeringsvolume. Risico's brengen wij vroeg in beeld en vertalen wij naar de benodigde weerstandscapaciteit.

 
 
 
 
 
 
 

Wat mag het kosten?

Terug naar navigatie - Programma 6 Financiën - Wat mag het kosten?

 

 

Omschrijving
Rekening 2025
BG 2026 na wijz.
Begroting 2027
Raming 2028
Raming 2029
Raming 2030
Lasten
-28.804
-31.743
-32.525
-34.728
-34.655
-34.345
Baten
194.863
198.192
206.798
200.573
199.539
203.030
Saldo van baten en lasten
166.059
166.449
174.273
165.846
164.883
168.685
Mutaties reserves:
Algemene reserve
4.422
52.000
0
0
0
0
Reserve Doe Mee Fonds
549
361
0
0
0
0
Reserve Rekenkamer
10
0
0
0
0
0
Reserve eenmalige uitgaven
335
51
0
0
0
0
Reserve kapitaallasten
0
-50.000
0
0
0
0
Totaal mutaties reserves
5.314
2.412
0
0
0
0
Resultaat
171.373
168.860
174.273
165.846
164.883
168.685
* Taakveld 0.10 mutaties reserves zijn bij de tabellen per programma opgenomen. In bovenstaande tabel is het taakveld 0.10 geen onderdeel van het saldo van baten en lasten.
** Exclusief taakveld 0.11 resultaat van de rekening baten en lasten; de som van het resultaat van alle programma's geeft het resultaat van de rekening/begroting.
Investeringskredieten
Totaal krediet
BG 2026 na wijz.
Begroting 2027
Raming 2028
Raming 2029
Raming 2030
Bedrijfsvoering*
3.640
2.700
110
52
0
407
* De investeringskredieten in de bedrijfsvoering raken hoofdzakelijk programma 6, maar raken deels ook andere programma's.

Analyse Programma 6 op hoofdlijnen

Terug naar navigatie - Programma 6 Financiën - Analyse Programma 6 op hoofdlijnen

0.4 Overhead
De overhead daalt per saldo met 334 ten opzichte van 2026. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door ombuigingen op de bedrijfsvoering en anderzijds door hogere doorbelasting van salarislasten aan gesloten exploitaties. voor een specificatie van de in de begroting 2027 opgenomen overhead wordt verwezen naar de tabel in dit programma.

0.5 Treasury
De hogere lasten van € 1.930.000 in 2027 ten opzichte van 2026 bestaat uit:
Het renteresultaat is in 2026 € 1,93 miljoen hoger dan in 2027. Dit wordt veroorzaakt doordat de rente in 2026 naar beneden is bijgesteld, terwijl de door te belasten rente hierop nog niet is aangepast. Hierdoor ontstaat er in 2026 een hoog renteresultaat. Deze budgettair neutrale aanpassing wordt eventueel verwerkt in de jaarstukken 2026. In 2027 is de toegerekende rente nagenoeg gelijk aan de begrote rentelasten.

De lagere baten van € 139.000 in 2027 ten opzichte van 2026 bestaat uit: 
Door het hogere resultaat van Stedin over 2025 is er in 2026 een extra dividend uitgekeerd van €139.000.

0.61 OZB woningen
De lagere lasten van € 22.000 in 2027 ten opzichte van 2026 bestaan uit:
Op basis van de geactualiseerde personeelsbegroting zijn meer personeelslasten via de kostenverdeelstaat doorbelast naar taakveld 0.61 OZB woningen. Dit verklaart de hogere begroting voor 2027 ten opzichte van 2026 met een bedrag van €10.000. Als gevolg hiervan zijn bij andere taakvelden juist minder personeelslasten doorbelast, afhankelijk van de gewijzigde verdeling. Daarnaast is er een voordeel in 2027 van €32.000 door het overboeken van budget, dit is een budgettair neutrale aanpassing.

De lagere baten van € 147.000 in 2027 ten opzichte van 2026 bestaan uit:
De OZB-baten woningen zijn in 2027 € 213.000 hoger dan in 2026 als gevolg van indexatie en areaaluitbreiding. De provincie heeft bij de Begroting 2026 aangegeven de geraamde OZB-opbrengsten uit de zachte woningbouw als niet reëel aan te merken. Om die reden is deze ombuiging van € 360.000 in de begroting 2027 teruggedraaid. 

0.62 OZB niet-woningen
De hogere lasten van € 8.000 in 2027 ten opzichte van 2026 bestaan uit:
Op basis van de geactualiseerde personeelsbegroting zijn meer personeelslasten via de kostenverdeelstaat doorbelast naar taakveld 0.62 OZB niet-woningen. Dit verklaart de hogere begroting voor 2027 ten opzichte van 2026 met een bedrag van € 8.000. Als gevolg hiervan zijn bij andere taakvelden juist minder personeelslasten doorbelast, afhankelijk van de gewijzigde verdeling.

De hogere baten van € 185.000 in 2027 ten opzichte van 2026 bestaan uit:
Dit wordt veroorzaakt door de areaaluitbreiding als gevolg van de transformatie van een kantoor naar een hotel aan de Rivium Boulevard en de uitbreiding van de specialistische ggz-kliniek aan de Poortmolen. Bij het opstellen van de begroting 2026 nog was dit nog niet bekend en daarom niet in de begroting 2026 opgenomen. Dit zorgt voor een extra opbrengst, daarnaast heeft er een inflatiecorrectie plaatsgevonden.

0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen uit het gemeentefonds
De hogere algemene uitkering in 2027 ten opzichte van 2026 wordt enerzijds veroorzaakt door de compensatie voor loon- en prijsstijgingen voor 2027 en anderzijds door diverse taakmutaties. De taakmutaties zijn functioneel verwerkt in de begroting. 

0.8 Overige baten en lasten
In de begroting 2026 is € 361.000 aan budget beschikbaar voor het Denk-en doe mee! Fonds. Dit is beschikbaar voor het nog niet uitbetaald budget van 2023 en 2024. 
De stelposten zijn in de begroting 2027 functioneel begroot en de restanten zijn afgeraamd. Voor 2027 resteert nog de stelpost voor loonstijging.

Algemene dekkingsmiddelen

Terug naar navigatie - Programma 6 Financiën - Algemene dekkingsmiddelen

De algemene dekkingsmiddelen van de gemeente bestaan uit:

  1. Algemene uitkering;
  2. Lokale heffingen;
  3. Dividenden;
  4. Saldo financieringsfunctie;
  5. Commerciële contracten.
Algemeen dekkingsmiddel
Prog.
Rekening
Begroting
Raming
2025
2026
2027
2028
2029
2030
1. Algemene uitkering
6
173.848
176.465
184.955
178.533
177.464
180.559
2. Lokale heffingen
- ozb
6
16.144
16.977
17.015
17.047
17.047
17.238
- logiesbelasting
5
1
4
4
4
4
4
3. Dividenden
6
1.428
1.672
1.533
1.617
1.665
1.871
4. Saldo financieringsfunctie
6
182
1.909
-21
-21
46
36
5. Commerciële contracten
5
648
911
1.061
1.061
1.061
1.061
Totaal
191.603
197.027
204.547
198.241
197.287
200.769

Algemene uitkering

Het gemeentefonds is veruit de grootste inkomstenbron voor onze gemeente. In deze Begroting 2027 is de laatste stand volgens de Meicirculaire 2026 verwerkt. Hierover bent u geïnformeerd door middel van Raadsinformatiebrief 2026.038.

De stelpost volume accres voor het jaar 2027 (1.025) is vrijgevallen ten gunste van het begrotingssaldo. Dit accres wordt ontvangen via de algemene uitkering uit het gemeentefonds en is bestemd om de hogere kosten op te vangen die veroorzaakt worden door volumegroei zoals stijging van het aantal inwoners. Aangezien in de begroting 2027 de hogere kosten als gevolg van volumegroei opgenomen zijn in de budgetten kan de stelpost voor 2027 vrijvallen.

Aan de algemene uitkering uit het gemeentefonds worden jaarlijks bedragen toegevoegd voor het uitvoeren van nieuwe of extra taken door de gemeenten. Deze bedragen worden toegevoegd aan de stelpost geoormerkte gelden. In de begroting 2027 zijn deze bedragen toegekend aan de budgetten voor zover dit noodzakelijk is. Van een aantal zaken kunnen de kosten m.b.t. de extra taken gedekt worden uit bestaande budgetten en is het niet nodig dat deze toegekend worden. Deze bedragen vallen vrij ten gunste van het begrotingssaldo. In onderstaande tabel is e.e.a. weergegeven. 

2027
2028
2029
2030
2031
Stelpost geoormerkte gelden
3.676
779
855
972
972
Toegekend aan budgetten
3.004
4
7
7
7
Vrijval ten gusnte van begrotingssaldo
672
775
848
965
965

Lokale heffingen

De opbrengsten van Onroerendzaakbelasting (Ozb) en logiesbelasting (voor toeristen) beschouwen wij als algemene dekkingsmiddelen. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing of de rioolheffing, waarbij we deze middelen voor het gerelateerde doel in moeten zetten. In de paragraaf Lokale heffingen leest u meer over de belastingen en heffingen.

Dividenden
Dit betreft de opbrengsten van dividenden van Stedin NV, Evides NV, Irado NV en Sportief Capelle BV.

Saldo financieringsfunctie
Dit betreft het resultaat van rente over de lang- en kortlopende leningen. Het is het verschil tussen de toegerekende rekenrente aan de programma’s en de werkelijk betaalde rente. In de Wet Financiering Overheden (FIDO) zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie. Om te voldoen aan deze wet, is een tweetal instrumenten ingevoerd, te weten: het financieringsstatuut en de paragraaf financiering. In het statuut is de beleidsmatige structuur voor de treasuryfunctie vastgelegd in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten. We hebben die vastgelegd in het Financieringsstatuut Capelle aan den IJssel 2020. De uitvoering van het treasurybeleid vindt haar weerslag in de paragraaf Financiering bij de begroting en het jaarverslag.

Overige algemene dekkingsmiddelen
Dit betreft baten die worden verkregen uit reclame-uitingen langs de openbare weg. 

Overhead

Terug naar navigatie - Programma 6 Financiën - Overhead

Bij de herziening van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten is vastgelegd dat lasten en baten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taakvelden. Volgens deze voorschriften worden de lasten en baten overhead echter niet meer onder de afzonderlijke beleidsprogramma's geregistreerd, als indirecte lasten, maar centraal onder een afzonderlijk taakveld (taakveld 0.4 Overhead). Onder overhead wordt verstaan het geheel van functies en activiteiten gericht op sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Denk hierbij aan de kosten van:

  • Leidinggevenden primair proces;
  • Financiën;
  • HR;
  • Inkoop;
  • Interne en externe communicatie;
  • Juridische medewerkers;
  • Bestuurszaken en bestuursondersteuning;
  • ICT-activiteiten die zijn ondergebracht bij de GR IJsselgemeenten;
  • Facilitaire zaken en Huisvesting;
  • Documentaire informatievoorziening.

De overhead in de Begroting 2027 is als volgt opgebouwd:

Lasten
Begroting 2026
Begroting 2027
Verschil
Personeelskosten excl. Inhuur
-19.122
-18.419
-703
Personeel van derden
-342
-343
1
Overige goederen en diensten
-5.599
-5.695
96
Dotatie voorzieningen
-391
-412
21
Kapitaallasten
-197
-432
235
Overige inkomensoverdrachten
-6.615
-6.787
172
Doorbelasting overhead
2.529
2.469
60
Communicatie
-39
-39
-0
Totaal lasten
-29.776
-29.658
-118
Baten
Overige goederen en diensten
2.948
3.165
-217
Totaal baten
2.948
3.165
-217
-26.828
-26.494
-334

Vennootschapsbelasting

Terug naar navigatie - Programma 6 Financiën - Vennootschapsbelasting

In onze begroting houden wij rekening met het betalen van Vpb over commerciële contracten, ook wel reclame inkomsten genoemd. Door hogere concessie opbrengsten uit reclame is de Vpb last in 2027 en volgende jaren hoger dan verwacht. Meer informatie hierover is te lezen in onze paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing, onder het risico "Fiscaliteiten".

Onvoorzien

Terug naar navigatie - Programma 6 Financiën - Onvoorzien

In de primitieve begroting is een post voor onvoorziene uitgaven opgenomen voor een bedrag van € 35.000. De raming van deze post is gebaseerd op een bedrag van € 0,50 per inwoner.
De post onvoorzien is een begrotingspost die per definitie niet leidt tot uitgaven. Het college is bevoegd tot besteding van de post onvoorzien.