Begroting in hoofdlijnen

Financieel Perspectief

Terug naar navigatie - Begroting in hoofdlijnen - Financieel Perspectief

De Kadernota 2027 is de basis van de Begroting 2027. De Kadernota 2027 is vastgesteld in de raadsvergadering van 13 juli 2026 en bevat onder andere de autonome ontwikkelingen, algemene uitkering en prijs- en areaalindexaties. Daarnaast is door de raad een amendement aangenomen met betrekking tot de ombuiging op het wijkcentrum Schollevaar. Deze mutaties zijn verwerkt in de Begroting 2027. In onderstaande tabel is het meerjarig begrotingssaldo opgenomen en wordt daarna per categorie toegelicht.

Begroting en meerjarenbegroting
Ontwikkeling begrotingssaldo
2027
2028
2029
2030
Beginstand Kadernota 2027
4.018
-4.337
-5.926
-11.665
Autonome ontwikkelingen
1.514
-1.165
-1.384
-1.584
Amendement op de Kadernota 2027 (wijkcentrum Schollevaar)
-324
0
0
0
Kadernota 2027 inclusief autonome ontwikkelingen
5.208
-5.502
-7.310
-13.249
1
Coalitieakkoord 2026-2030
-783
-1.472
-1.846
-3.804
2
Ombuigingen
-3.035
-2.185
-2.295
-2.267
3
Algemene uitkering
1.989
2.266
2.637
5.830
4
Kapitaallasten
838
20
-394
-222
5
Personeelslasten
156
156
104
102
6
Onroerende zaakbelastingen
411
445
446
637
7
Dividend Stedin
23
-155
-99
663
8
Voorziening onderhoud
281
281
281
281
9
Sociaal domein
-354
879
1.787
1.091
10
Realisatiestimulans
1.309
2.554
3.182
0
11
Overige
130
48
41
-109
Eindstand Begroting 2027
6.173
-2.664
-3.466
-11.047
Af:
Incidentele lasten en baten
-2.316
-4.260
-4.211
-700
Af:
Ombuiging fietsenstalling (aanpassing PZH)
-220
-220
-220
-220
Structureel begrotingssaldo incl. aanpassing PZH
3.637
-7.144
-7.897
-11.967

Toelichting mutaties begroting 2027

Terug naar navigatie - Begroting in hoofdlijnen - Toelichting mutaties begroting 2027
  1. Coalitieakkoord 2026-2030
    Het Coalitieakkoord 2026-2030 is financieel verwerkt in de begroting 2027. Voor een gedetailleerd overzicht wordt verwezen naar de tabel in dit onderdeel van de begroting.
  2. Ombuigingen
    De in de begroting 2026 opgenomen ombuigingen zijn geactualiseerd en op onderdelen aangepast. Voor een uitgebreid overzicht wordt verwezen naar de tabel in dit onderdeel.
  3. Algemene uitkering
    De algemene uitkering uit het gemeentefonds is berekend op basis van de meicirculaire 2026. Daarnaast is de stelpost volume accres voor het jaar 2027 (1.025) vrijgevallen ten gunste van het begrotingssaldo. De stelpost geoormerkte gelden is eveneens vrijgevallen ten gunste van het begrotingssaldo. In programma 6 wordt e.e.a. toegelicht.
  4. Kapitaallasten
    De investeringsplanning is aangepast en op basis van de aangepaste planning zijn de afschrijvingslasten berekend. Een en ander resulteert in lagere lasten in 2027 en 2028 en hogere lasten vanaf 2029.
  5. Personeelslasten
    De personeelslasten dalen ten opzichte van vorige jaren. Een deel van de daling in 2027 en volgende jaren wordt veroorzaakt doordat in de begroting 2026 90k te veel was opgenomen. De verklaring van het overige deel is dat in de begroting 2026 een hogere salarisstijging is geprognotiseerd voor de jaarschijf 2027 dan in de begroting 2027.
  6. Onroerendzaakbelastingen
    De tarieven OZB zijn in 2027 geïndexeerd met 2,5%. Daarnaast is rekening gehouden de bouw van nieuwe woningen (areaaluitbreiding).
  7. Dividend Stedin
    Het dividend van Stedin is aangepast op basis van een geactualiseerde dividend-prognose van Stedin.
  8. Voorziening onderhoud
    De voorziening onderhoud is herberekend op basis van geactualiseerde meerjarenonderhoudsplannen. Dit resulteert in een structureel lagere dotatie aan de voorziening van 281 per jaar.
  9. Sociaal domein
    De belangrijkste mutaties hebben betrekking op de hogere bijdragen aan het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) en de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR). Voor het CJG wordt dit veroorzaakt door de jaarlijkse loon- en prijsindexatie en een beperkte autonome volumegroei binnen de lokaal gecontracteerde jeugdhulp. Voor de GRJR is de bijstelling gebaseerd op de individuele gemeentelijke prognose van de autonome volumegroei van de jeugdhulpkosten. Daarnaast is het in de begroting opgenomen voordeel op de BUIG voor de komende jaren naar beneden bijgesteld aangezien het uitkeringenbestand een stijgende lijn laat zien.
  10. Realisatiestimulans

    Voor 2027, 2028 en 2029 komen wij in aanmerking voor de Realisatiestimulans in verband met de bouw van betaalbare woningen. Om rekening te houden met mogelijke onvoorziene omstandigheden en niet vooruit te lopen op de volledige toekomstige opbrengsten, is een voorzichtige raming gehanteerd. Hierbij is gerekend met 100% van de opbrengst per woning in 2027, 80% in 2028 en 50% in 2029. De realisatiesubsidie betreft een landelijke financiële bijdrage van het Rijk voor gemeenten die starten met de bouw van betaalbare woningen.

  11. Overige
    Dit is het saldo van de overige, niet nader gespecificeerde bijstellingen.

    Eindstand Begroting 2027
    De eindstand van de Begroting is positief in 2027 en 2028. Deze stand wordt echter beïnvloed door incidentele baten en lasten. Denk hierbij aan projecten binnen het grondbedrijf (grondexploitaties) en gebiedsontwikkeling van Het Nieuwe Rivium maar ook aan de verkoop van grond aan Stedin, verkoop van snippergroen en de subsidie realisatiestimulans. Zie voor een volledig overzicht van de incidentele baten en lasten de tabel in de Financiële begroting.
    Daarnaast merkt PZH de opgenomen ombuiging met betrekking tot de fietsenstalling ad. 220k als niet reëel aan, aangezien onvoldoende duidelijkheid gegeven kan worden over de realisatie van deze ombuiging. Daarom is deze ombuiging ook gecorrigeerd op het structurele begrotingssaldo. 
    Na verwerking van deze mutaties sluit 2027 met een positief structureel saldo maar de toekomstige jaarschijven zijn negatief.


Coalitieakkoord 2026-2030

Terug naar navigatie - Begroting in hoofdlijnen - Coalitieakkoord 2026-2030

In onderstaande tabel is de financiële vertaling van het coalitieakkoord 2026-2030 opgenomen en hoe deze in de begroting is verwerkt. Afwijkingen ten opzichte van het coalitieakkoord worden kort tekstueel toegelicht. De inhoudelijke uitwerking van het coalitieakkoord treft u in de diverse programma’s aan.

Programma
Omschrijving
Investering
2027
2028
2029
2030
1
Kindercollege
-25
-25
-25
-25
2
Administratieve ondersteuning handhaving
-75
-75
-75
-75
Verlenging JOZ (grenzenstellend jongerenwerk)
-
-450
-450
-450
Uitbreiding cameratoezicht
-10
-10
-10
-10
3
Verhuispremie senioren
-25
-25
-25
-25
Starterleningen (nieuwe ronde)
-40
-40
-40
-40
Beschermd wonen en tijdelijke plekken
-130
-130
-130
-130
Kralingseweg
5.000
-
-
-
-355
Aanpak verkeersveiligheid
1.500
-
-
-
-107
Aanpak fietsroutes & knelpunten (fietsbeleid)
1.750
-
-
-
-124
Beschikbaarheid grote projecten (o.a. Algeracorridor) en alg
8.500
-
-
-
-604
Klimaatadaptatie: Waterrobuustheid
4.200
-
-58
-116
-173
Klimaatadaptatie: Waterrobuustheid (beheerkosten)
-
-85
-170
-256
Klimaatadaptatie: Waterrobuustheid (dekking rioolheffing)
-
143
286
429
Klimaatadaptatie: Hittebestendigheid
16.400
-
-252
-451
-645
Klimaatadaptatie: Hittebestendigheid (beheerkosten)
-
-167
-335
-502
New Towns investering 2030
6.100
-
-
-
-
4
Kinderlabs
-
-
-
-400
Behoud Rotterdampas 2027
-180
-
-
-
5
Netbewust bouwen sporthal Schenkel
385
-
-
-7
-15
Evenenementen (beleid en impuls)
-298
-298
-298
-298
Totaal verwerkt in de Begroting
-783
-1.472
-1.846
-3.804
Totaal coalitieakkoord
-783
-1.447
-1.861
-3.993
Verschil
0
-25
15
189

In het Coalitieakkoord 2026-2030 is opgenomen dat de uitrol van de nieuwe minicontainers in Capelle aan den IJssel van de baan is. De consequentie hiervan is dat de ondergrondse containers in stand blijven en dat voor de vervanging van deze ondergrondse containers vervangingsinvesteringen opgenomen moeten worden. In de begroting 2027 zijn de vervangingsinvesteringen opgenomen voor 2027 en verder. Voor 2026 wordt dit opgenomen in de Slotwijziging 2026. De kapitaallasten van deze vervangingsinvesteringen worden gedekt uit de afvalstoffenheffing zodat een en ander budgettair neutraal verloopt.

Het verschil tussen het coalitieakkoord en de begroting wordt veroorzaakt door afschrijvings- en rentelasten. Bij het opstellen van de tabel van het coalitieakkoord is gerekend met andere afschrijvingstermijnen en een rente van 3%.
In de geactualiseerde begroting zijn de afschrijvingstermijnen aangepast en wordt uitgegaan van de actuele omslagrente. Deze bedraagt 0,9% in 2027 en loopt op naar 2,1% in 2030. Hierdoor wijken de kapitaallasten en rentelasten af van de bedragen die destijds in de tabel van het coalitieakkoord zijn opgenomen. Het verschil betreft daarmee geen beleidsmatige afwijking ten opzichte van het coalitieakkoord, maar wordt veroorzaakt door de actualisatie van de afschrijvingstermijnen en omslagrente.

In het Coalitieakkoord 2026-2030 is afgesproken om de hoogte van de inkomensgrens voor het Jeugdfonds Sport & Cultuur voor 2027 en verder structureel voort te zetten op 130% van het wettelijk sociaal minimum. Het streven daarbij is een jaarlijkse toename in het bereik van deze regeling. Binnen de Meerjarenraming is vooralsnog voldoende budget beschikbaar voor de uitvoering van de regeling.

Ombuigingen

Terug naar navigatie - Begroting in hoofdlijnen - Ombuigingen

In onderstaande tabel zijn correcties opgenomen met financiële gevolgen voor de Begroting 2027. Deze correcties zijn in de Kadernota 2027 wel toegelicht maar niet financieel verwerkt. In de Kadernota 2027 is het onderdeel riool van 400 in 2029 niet toegelicht. De reden van deze mutaties is dat voor de jaren 2029 en 2030 minder overhead is toe te rekenen.

Ombuigingen
Onderwerp
Begroting 2027
Raming 2028
Raming 2029
Raming 2030
Specificatie correcties ombuigingen
Verhuur gemeentehuis
-1.230
-1.090
-1.090
-1.090
OZB zachte woningvoorraad
-360
-360
-360
-360
Verkoop gronden aan Stedin (Fasering)
-730
0
290
440
Opnemen subsidies
-750
-750
-750
-750
Gemeentelijke locaties
20
0
0
0
Riool
0
0
-400
-522
Extra ingevuld efficiency bedrijfsvoering BDV1
15
15
15
15
Totaal
-3.035
-2.185
-2.295
-2.267

Structureel en reëel evenwicht

Terug naar navigatie - Begroting in hoofdlijnen - Structureel en reëel evenwicht

In onderstaande tabel wordt het structurele begrotingssaldo gepresenteerd. Het begrotingssaldo wordt gecorrigeerd voor incidentele lasten en baten. Dit overzicht is overeenkomstig de begrotingscirculaire 2027 van de provincie in het kader van de toezichthoudende rol van de provincie. Uit onderstaande overzicht blijkt dat de begroting 2027 voor wat betreft de jaarschijf 2027 structureel en reëel sluitend is.

Structureel begrotingssaldo
2027
2028
2029
2030
Lasten exclusief mutaties reserves
-316.037
-320.421
-326.284
-325.974
Baten exclusief mutaties reserves
321.002
316.049
320.841
313.719
Geraamd saldo van baten en lasten
4.965
-4.372
-5.443
-12.255
Toevoegingen reserves
-14
-14
-14
-14
Onttrekkingen reserves
1.223
1.723
1.992
1.223
Geraamd resultaat
6.173
-2.664
-3.466
-11.047
Elimineren incidentele lasten (excl. incidentele toevoegingen reserves)
13.062
17.952
22.017
13.841
Elimineren incidentele baten (excl. incidentele onttrekkingen reserves)
-15.378
-21.712
-25.459
-14.541
Incidentele toevoegingen reserves
14
14
14
14
Incidentele onttrekkingen reserves
-14
-514
-783
-14
Structureel begrotingssaldo
3.857
-6.924
-7.677
-11.747
Ombuiging fietsenstalling (aanpassing PZH)
-220
-220
-220
-220
Structureel begrotingssaldo incl. aanpassing PZH
3.637
-7.144
-7.897
-11.967

Overleg met toezichthouder Provincie Zuid-Holland (PZH)

In aanloop van het opstellen van de Begroting 2027 is ambtelijk overleg gevoerd met PZH over het overzicht incidentele baten en lasten, de doorgevoerde ombuigingen en overige mutaties.

Incidentele baten en lasten
Een groot deel van de incidentele baten en lasten heeft betrekking op projecten binnen het grondbedrijf (grondexploitaties) en gebiedsontwikkeling van Het Nieuwe Rivium. De incidentele lasten en baten betreffen verder onder andere de verkoop van grond aan Stedin, verkoop van snippergroen en de subsidie realisatiestimulans. PZH geeft aan zich te kunnen vinden in het overzicht incidentele baten en lasten. Zie voor een volledig overzicht van de incidentele baten en lasten de tabel in de Financiële begroting.

Doorgevoerde ombuigingen en overige mutaties
PZH geeft aan de opgenomen ombuiging met betrekking tot de fietsenstalling ad. 220 als niet reëel aan te merken aangezien onvoldoende duidelijkheid gegeven kan worden over de realisatie van deze ombuiging. Daarom is deze ombuiging gecorrigeerd op het structurele begrotingssaldo.

Mutaties in de algemene reserve

Terug naar navigatie - Begroting in hoofdlijnen - Mutaties in de algemene reserve

Onderstaand is het verloop van de algemene reserve weergegeven. In de jaren 2027 e.v. is het geprognosticeerde saldo uit deze Begroting 2027 opgenomen. In de jaarschijf 2026 staan naast het geprognosticeerde saldo ook mutaties van reeds genomen besluiten over de inzet van de algemene reserve. Dit betreft uit de Begroting 2026 de ombuigingsmaatregel voor het vormen van de reserves kapitaallasten en de inzet van de algemene reserve ter dekking van het begrotingssaldo. En uit de Kadernota 2027 de inzet van de reserve ten behoeve van het pilot-project maatschappelijke weerbaarheid en de grondexploitatie Stationsgebied Schollevaar.

Verloop van de Algemene reserve (bedragen x € 1.000)
Saldo 2026
Saldo 2027
Saldo 2028
Saldo 2029
Saldo 2030
Stand begin jaar
170.577
118.976
125.149
122.485
119.019
Mutaties:
- Inzet dekking negatief resultaat
-2.000
- Vormen van reserves kapitaallasten
-50.000
- Pilot-project maatschappelijke weerbaarheid
-131
- Grondexploitatie Stationsgebied Schollevaar
-7.140
- Geprognosticeerd begrotingssaldo
7.670
6.173
-2.664
-3.466
-11.047
Stand eind jaar
118.976
125.149
122.485
119.019
107.972

Ontwikkeling van de investeringsplanning

Terug naar navigatie - Begroting in hoofdlijnen - Ontwikkeling van de investeringsplanning

Onderstaand zijn de totale geplande netto investeringen per jaarschijf weergegeven met daaronder de cumulatieve investeringskredieten vanaf 2026. Over de periode 2026 tot en met 2034 bedraagt het totaal aan investeringskredieten € 475 miljoen. Met netto wordt bedoeld de verwachte uitgaven minus de verwachte inkomsten van subsidies. 

Ten opzichte van de begroting 2026 is er sprake van een toename in de investeringsplanning. Over de periode 2025 tot en met 2033 staat in de begroting 2026 een totaal aan investeringskredieten van € 403 miljoen. Voor inzicht in de verschillen tussen de begroting 2027 en begroting 2026 is onderstaand ook de investeringsplanning, vanaf 2026, uit de begroting 2026 opgenomen met de mutatie per jaarschijf.

In de bijlage Investeringskredieten is een specificatie opgenomen van alle investeringen voor de jaren 2026 tot en met 2034.

Investeringsplanning BG 2027
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
Netto investering
48.777
60.386
81.555
63.176
57.512
47.794
44.281
39.915
31.797
Cumulatief
48.777
109.163
190.718
253.893
311.406
359.200
403.481
443.396
475.192
Investeringsplanning BG 2026
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
Netto investering
47.027
55.425
63.640
47.272
42.862
36.092
32.384
32.163
Cumulatief
47.027
102.451
166.091
213.362
256.225
292.317
324.701
356.865
Mutatie BG 2027 t.o.v. BG 2026
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
Netto investering
1.751
4.961
17.915
15.904
14.650
11.702
11.897
7.752
Cumulatief
1.751
6.712
24.627
40.531
55.181
66.883
78.779
86.531

Ontwikkeling rente- en afschrijvingslasten

Terug naar navigatie - Begroting in hoofdlijnen - Ontwikkeling rente- en afschrijvingslasten

Onderstaand is de ontwikkeling van de kapitaallasten opgenomen. Door de toename in de bovenstaande investeringsplanning stijgen in het meerjarenperspectief de kapitaallasten komende jaren ten opzichte van kapitaallasten zoals opgenomen in de begroting 2026.

Voor inzicht in de verschillen tussen de begroting 2027 en begroting 2026 is onderstaand ook de ontwikkeling van de kapitaallasten, vanaf 2026, uit de begroting 2026 opgenomen met de mutatie per jaarschijf. Tot en met 2028 is er nog sprake van een voordeel ten opzichte van de begroting 2026., veroorzaakt door zowel lagere afschrijvings- en rentelasten. Vanaf 2029 is er echter sprake van oplopende kapitaallasten door stijgende afschrijvingslasten vanwege de oplopende investeringen.

Kapitaallasten BG 2027
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
Afschrijving
11.631
13.611
15.239
17.286
20.483
22.320
23.924
25.094
26.395
Rente
3.134
3.083
6.187
8.654
10.510
11.784
12.967
13.938
14.909
Totaal
14.764
16.693
21.426
25.940
30.994
34.104
36.892
39.032
41.303
Kapitaallasten BG 2026
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
Afschrijving
12.438
14.315
15.504
17.176
19.226
20.069
21.157
21.927
Rente
3.043
4.735
6.479
8.202
9.693
11.165
12.402
13.704
Totaal
15.481
19.050
21.983
25.378
28.919
31.234
33.559
35.631
Mutatie BG 2027 t.o.v. BG 2026
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
Afschrijving
-807
-704
-265
110
1.257
2.251
2.767
3.167
Rente
91
-1.652
-292
452
817
619
565
234
Totaal
-717
-2.357
-557
562
2.075
2.870
3.333
3.401

De afschrijvingslasten nemen in de periode 2026 tot en met 2034 fors toe. Deze toename wordt veroorzaakt door de nieuwe investeringskredieten. Deze investeringskredieten bestaan uit investeringen welke in eerdere P&C-producten zijn verstrekt en investeringen welke in het Coalitieakkoord 2026-2030 'Samen voor Capelle' staan opgenomen.

In onderstaande tabel staan de afschrijvingslasten per programma opgenomen voor zowel de reeds afgeronde investeringen en de nieuwe investeringen welke momenteel in uitvoering zijn of waarvan in de komende jaren de werkzaamheden worden opgestart.

Afschrijving afgeronde investeringen
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2 Veiligheid en handhaving
81
81
81
79
79
16
16
15
14
3 Wonen en openbare ruimte
6.527
6.510
6.510
6.465
6.452
6.418
6.217
5.965
5.677
4 Zorg en ondersteuning
1.009
959
796
612
465
332
221
105
105
5 Onderwijs, werk en vrije tijd
3.907
3.913
3.913
3.736
3.736
3.682
3.682
3.499
3.437
6 Financiën
107
97
97
89
46
46
44
43
24
Totaal afgerond
11.631
11.561
11.397
10.982
10.778
10.494
10.180
9.627
9.258
Afschrijving nieuwe investeringen
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2 Veiligheid en handhaving
-
30
30
30
30
30
30
30
30
3 Wonen en openbare ruimte
-
1.608
3.084
4.612
6.586
8.336
9.804
11.275
12.747
4 Zorg en ondersteuning
-
133
262
390
519
647
776
905
905
5 Onderwijs, werk en vrije tijd
-
32
209
1.005
2.303
2.505
2.930
3.053
3.262
6 Financiën
-
246
257
267
267
307
203
203
193
Totaal nieuw
0
2.050
3.842
6.304
9.705
11.826
13.744
15.467
17.137
Totaal afgerond en nieuw
11.631
13.611
15.239
17.286
20.483
22.320
23.924
25.094
26.395

Financiële kengetallen

Terug naar navigatie - Begroting in hoofdlijnen - Financiële kengetallen

Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten schrijft voor dat we door middel van financiële kengetallen inzicht geven in onze financiële positie. Gemeenten zijn vrij om hier zelf duiding aan te geven. Niettemin heeft de provincie Zuid-Holland in een themacirculaire een aantal signaleringswaarden aangegeven. Deze staan in onderstaande tabel opgenomen.

Signaleringswaarden provincie Zuid Holland voor ratio's
Categorie A minst risicovol
Categorie B neutraal
Categorie C meest risicovol
1a
netto schuldquote
<90%
90-130%
>130%
1b
netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
<90%
90-130%
>130%
2
solvabiliteit
>50%
20-50%
<20%
3
grondexploitatie
<20%
20-35%
>35%
4
structurele exploitatieruimte
>0%
0%
<0%
5
belastingcapaciteit
<95%
95-105%
>105%

In de onderstaande tabel is een totaaloverzicht verstrekt van de verschillende ratio's. Vanwege investeringen moeten meer leningen worden aangetrokken, wat ongunstig is voor de schuldquote. De solvabiliteit verslechtert in meerjarenperspectief omdat de begrotingsresultaten afnemen. De kengetallen benadrukken de noodzaak van ombuigingen. In de de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing is inzichtelijk gemaakt hoe enkele ratio's zich ontwikkelen ten opzichte van de Begroting 2026.

Financiële ratio's
Rekening 2025
Begroting 2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
1a
netto schuldquote
29,6%
23,1%
44,9%
67,4%
82,8%
100,5%
117,0%
132,7%
147,8%
162,3%
1b
netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
28,5%
22,0%
43,8%
66,3%
81,8%
99,5%
115,9%
131,6%
146,7%
161,2%
2
solvabiliteit
55,5%
54,1%
47,8%
40,4%
35,9%
31,3%
27,4%
23,6%
19,9%
16,3%
3
grondexploitatie
-0,9%
3,3%
3,6%
3,5%
3,4%
3,5%
3,6%
3,7%
3,7%
3,7%
4
structurele exploitatieruimte
3,3%
2,1%
1,2%
-2,2%
-2,4%
-3,7%
-4,7%
-5,3%
-6,2%
-7,1%
5
belastingcapaciteit
71,5%
77,4%
81,4%
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.