Meer
Publicatiedatum: 24-07-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Programma 7 Volksgezondheid en milieu

Impact Coronacrisis

Afval
Onverwachte zaken die we tegenkomen zijn o.a. het extra inzamelen van huisvuil, meer grof vuil, textiel en aanbiedingen op het afvalbrengstation doordat mensen massaal hun huis opruimen. Meer inzamelen leidt ook tot meer afvoer vanaf het afvalbrengstation. Hiervoor zetten we extra mensen, o.a. verkeersbegeleiders, vrachtwagens en communicatie in.

Duurzaamheid

Op dit moment zijn er nog geen gevolgen van het corona virus op het gebied van duurzaamheid en milieu. Nu men meer thuis is en er ook meer wordt geklust in en om de woning, zien we zelfs een lichte toename in de vraag naar o.a. isolatie maatregelen en zonnepanelen.

Wijzigingsvoorstellen

De wijzigingsvoorstellen van programma 7 staan hieronder weergegeven. 

7.1 Duurzaamheidsagenda

Duurzaamheidsagenda - Technisch en Beleidskeuze
Lasten / Baten: N 119 / V 180 eenmalig in 2020
Kasstroom N 119 / V 180 eenmalig in 2020

Voor het Programma Duurzaamheid vragen wij u aandacht voor de volgende onderdelen:

1. Regeling reductie energiegebruik (N 180 / V 180 eenmalig in 2020) – Technisch
Wij hebben van de Rijksoverheid in december 2019 een subsidiebeschikking van 180 ontvangen om in 2020 huiseigenaren te stimuleren kleine energiebesparende maatregelen te nemen. De middelen zijn in 2020 ontvangen. Uitvoering van de Regeling Reductie Energiegebruik (RRE) is vormgegeven samen met de WoonWijzerWinkel en kost eenmalig 180. 

Wij stellen u voor de lasten en baten in de begroting 2020 eenmalig met N 180 / V 180 te verhogen.

2. Klimaatmiddelen decembercirculaire (V 61 eenmalig in 2020) – Technisch
Met de decembercirculaire 2019 hebben wij 258 aan klimaatmiddelen van de Rijksoverheid ontvangen, bedoeld voor het opstellen van de transitievisie warmte (202), wijkaanpak warmtetransitie (10) en het informeren van bewoners via het energieloket (46). In 2019 hebben wij voor de voorbereiding voor het opstellen van de Warmtetransitieagenda reeds 96 uitgegeven. Het resterende bedrag (162) hebben we via de Reserve eenmalige uitgaven overgeheveld naar 2020. Wij stellen voor hiervan 61 te laten vrijvallen en het resterende bedrag van 101 als volgt te besteden:

  • Voor de bezetting en programmering van het lokaal energieloket inclusief een helpdesk voor VvE’s een bedrag van 46;
  • Voor het opstellen van de Transitievisie Warmte een bedrag van 45;
  • Voor de inzet van de klimaatmiddelen voor de start van de wijkaanpak warmtetransitie binnen het project Gebiedsvisie Florabuurt (een verkenning naar de overstap aardgasvrij) een bedrag van 10.

De onttrekking hiervan staat in het overzicht van deze reserve op programma 0 (N 162 / V 162 eenmalig in 2020). 

Wij stellen u voor eenmalig V 61 te laten vrijvallen.

7.2 Lasten riolering

Lasten riolering – Onvermijdelijk
Lasten / Baten: N 51 / V 42 structureel vanaf 2020
Kasstroom: N 51 structureel vanaf 2020

De jaarlijkse energielasten voor de rioolgemalen liggen vanaf 2020 structureel hoger N 51. Dit wordt veroorzaakt door een stijging van de energietarieven en dan met name door een hogere opslag duurzame energie als onderdeel van de energiebelastingen. De stijging aan lasten N 51 leidt tot een onttrekking V 51 uit de Voorziening rioolrechten middelen derden.

Daarnaast zijn er enkele ontwikkelingen die de Voorziening raken naar aanleiding van de actualisatie van de begroting 2020. Dit betreft een voordeel op de lasten V 6 (N13+V9+V10=V6) wat een dotatie N6 betekent aan de Voorziening en een voordeel op de baten V 3 wat een dotatie N 3 betekent aan de Voorziening:

  • er is sprake van jaarlijkse structurele hogere lasten N 13 voor het gemaal aan Spoorlaan 18. Daartegenover staan structureel hogere huurbaten V 3 voor het pand aan Spoorlaan 18,
  • de jaarlijks structurele lasten welke worden doorbelast voor de gemeentewerf en van de afdeling financiën liggen lager V 9,
  • er is een structureel jaarlijks voordeel op de kwijtscheldingen V 10.


Per saldo betekent dit vanaf 2020 structureel jaarlijks tot een lastenverzwaring N 51 en tot een jaarlijkse onttrekking V 42 uit de Voorziening rioolrechten middelen derden (51-6-3=42).

Wij stellen u voor met bovenstaande wijzigingen akkoord te gaan.

7.3 Afval

Afval – Lasten en Baten – Onvermijdelijk
Lasten / Baten: éénmalig N 439 / V 315 in 2020 en structureel N 128 / V 72 vanaf 2021
Kasstroom: N 589 in 2020 en structureel N 278 vanaf 2021

Lasten afval
Op diverse vlakken worden we geconfronteerd met hogere lasten voor de verwerking van afval:

  1. Bij Irado wordt voor 2020 een structurele prijsindexatie van 3,9% doorgevoerd N 90. De prijsindexatie gaat alleen over de inzameling en heeft geen betrekking op de verwerking van het afval. De verwerking loopt via Omrin waar overigens ook sprake is van een prijsstijging, zie punt 3.
  2. De verwerkingsprijs van het GFT-afval stijgt dit jaar met € 24,- van € 30,- naar € 54,- per ton. Op basis van ruim 3.000 ton wat jaarlijks aan GFT-afval wordt verwerkt, bedraagt de lastenverzwaring N 75. De aanbesteding hiervoor heeft met Irado en Midwaste plaatsgevonden. Landelijk is hierbij hetzelfde beeld te zien van stijgende tarieven.
  3. Het verwerkingstarief van Omrin voor de nascheiding van het huisvuil wordt met € 1,50 verhoogd van € 99,- naar € 100,50 per ton. Op basis van 20.000 ton huisvuil bedraagt de lastenverzwaring N 30.
  4. Het belastingtarief op het verbranden van huishoudelijk afval wordt met € 0,51 verhoogd van € 32,12 naar € 32,63. Op basis van ruim 15.000 ton bedraagt de lastenverzwaring N 8.


De bovenstaande 4 punten bedragen bij elkaar N 203 (N 90+N 75+N 30+N 8=N 203) aan structureel extra jaarlijkse lasten vanaf 2020. Daarnaast volgt in 2020 éénmalig N 311 als gevolg onderstaande 3 punten:

  • afrekening N 39 van de papieropbrengsten over de periode 2013-2017. De oorzaak hiervan is dat Renewi geen factuur heeft gestuurd van de uitbetaling aan subsidieklanten en dit nu alsnog corrigeert. Dit speelt overigens alleen voor deze periode en verder niet voor de daaropvolgende jaren,
  • als gevolg van Corona N 122 door extra inzamelen huisvuil, extra inzet bijplaatsingen en grof vuil, inzet verkeersbegeleider bij afvalbrengstation en vernietigingskosten ingezamelde kleding,
  • N 150 voor extra inzet (N 72) voor inzameling grof vuil, extra inzet (N 75) Promen voor aanpak bijplaatsingen en gedumpt grof (zwerf)afval en onvoorzien/communicatie hierover (N 3).


Daarnaast zijn er enkele ontwikkelingen die de Voorziening afvalstoffenheffing middelen derden raken naar aanleiding van de actualisatie van de begroting 2020. Dit betreft structureel vanaf 2020 een voordeel op de lasten van V 6 wat een structureel lagere onttrekking N 6 uit de Voorziening tot gevolg heeft en éénmalig in 2020 een voordeel op de lasten van V 68 wat alleen in 2020 een lagere onttrekking N 68 uit de Voorziening tot gevolg heeft:

  • Een structureel lagere doorbelasting van lasten V 6 door de afdeling Financiën aan afval.
  • Een lager bedrag aan kwijtscheldingen afvalstoffenheffing V 68 in 2020.


Bovenstaande ontwikkelingen leiden tot een evenredige onttrekking van éénmalig V 440 (203+311-6-68=440) in 2020 en structureel V 197 (203-6=2023)  vanaf 2021  uit de Voorziening afvalstoffenheffing middelen derden.

Baten afval 
Gezien de lagere vergoeding die wij ontvangen voor het ingezamelde papier én de terugloop in de hoeveelheid aangeboden papier, vallen de baten structureel lager uit N 75. De daling aan baten leidt tot een structureel evenredig lagere dotatie aan de Voorziening afvalstoffenheffing middelen derden.
Daarnaast staat momenteel abusievelijk nog V 50 structureel begroot als baat voor bijdrage straatreiniging. De N 75 op oud papier en de N 50 op straatreiniging zorgt voor een verlaging van de baten van N 125.
Wij stellen u voor om de baten met N 125 te verlagen. Voor de Voorziening afvalstoffenheffing middelen derden stellen wij u voor de dotatie V 75 te verlagen vanwege de lagere papieropbrengst N 75.

Wij stellen u voor met bovenstaande wijzigingen akkoord te gaan.

Lasten 2020 2021 2022 2023 2024
Lasten structureel N 203 N 203 N 203 N 203 N 203
Lasten éénmalig N 311 N 0 N 0 N 0 N 0
Voorziening afvalstoffenheffing middelen derden V 440 V 197 V 197 V 197 V 197
Lasten / Baten N514 / V440 N203 / V197 N203 / V197 N203 / V197 N203 / V197
Kasstroom N 514 N 203 N 203 N 203 N 203
Baten 2020 2021 2022 2023 2024
Baten structureel N 125 N 125 N 125 N 125 N 125
Voorziening afvalstoffenheffing middelen derden V 75 V 75 V 75 V 75 V 75
Lasten / Baten V 75 / N 125 V 75 / N 125 V 75 / N 125 V 75 / N 125 V 75 / N 125
Kasstroom N 75 N 75 N 75 N 75 N 75
Totaal Lasten / Baten N 439 / V 315 N 128 / V 72 N 128 / V 72 N 128 / V 72 N 128 / V 72
Totaal Kasstroom N 589 N 278 N 278 N 278 N 278

7.4 Voorziening afvalstoffenheffing middelen derden

Voorziening afvalstoffenheffing middelen derden - Onvermijdelijk
Lasten / Baten: N 195 éénmalig in 2020 en N 180 structureel vanaf 2021
Kasstroom: Geen

Dit voorstel is onder verwijzing naar het voorstel 7.4.3 in de VJN 2019 met betrekking tot het laten vervallen van de Stelpost BTW van 751 in 2020 en structureel 756 vanaf 2021. Het laten vervallen van deze stelpost in de VJN 2019, heeft geleid tot lagere lasten en daarmee tot een lagere onttrekking uit de Voorziening afvalstoffenheffing middelen derden. Met het opstellen van de Jaarrekening 2019 zijn wij tot de conclusie gekomen dat als gevolg van het laten vervallen van de Stelpost BTW, de onttrekking uit de Voorziening afvalstoffenheffing verder verlaagd kan worden.

Wij stellen u voor als gevolg van de lagere lasten akkoord te gaan met de lagere onttrekking uit de Voorziening afvalstoffenheffing middelen derden van éénmalig N 195 in 2020 en structureel N 180 vanaf 2021.

Afval 2020 2021 2022 2023 2024
Inzet stelpost prijzen (VJN 2019 7.4.3) V 448 V 448 V 448 V 448 V 448
Vervallen stelpost BTW (VJN 2019 7.4.3) N 751 N 756 N 756 N 756 N 756
Verwacht resultaat N 303 N 308 N 308 N 308 N 308
Resultaat (VJN 2019 7.4.3) N 108 N 128 N 128 N 128 N 128
Afwijking resultaat V 195 V 180 V 180 V 180 V 180
Mutatie voorziening afvalstoffenheffing middelen derden N 195 N 180 N 180 N 180 N 180
Saldo 0 0 0 0 0

7.5 Investering IBOR (Krediet 1.829)

Investering IBOR programma 7 Krediet 1.829 - Onvermijdelijk
Lasten / Baten: V 84 / N 84 in 2021, V 40 / N 40 in 2022, V 244 / N 244 in 2023 en V 94 / N 94 in 2024
Kasstroom: V 4.723 in 2020, V 3.804 in 2021, V 620 in 2022, N 5.161 in 2023 en N 885 in 2024

Het gevraagde investeringskrediet bedraagt 693 voor riolering, voornamelijk vanwege de werkzaamheden aan de Burgemeester van Dijklaan en het gebied rondom het gemeentehuis:

  • In het project rotondes wordt dit jaar o.a. de Burgemeester van Dijklaan aangepakt. Hierbij is geen rekening gehouden met de daaronder gelegen riolering. We hebben de wens om dit toch op te pakken zodat we werk met werk kunnen maken, overlast beperken en het gebied in zijn geheel te upgraden.
  • In het project Centrum wordt dit jaar het gebied rondom het gemeentehuis opgepakt. Binnen dit project valt niet het vervangen van het rioolstelsel. Eind vorig jaar is toch de wens gekomen om het rioolstelsel, dat op de nominatie staat voor vervanging in de planperiode 2021-2025, in dit werk mee te nemen. De voornaamste redenen hiervoor zijn; werk met werk maken en het beperken van overlast door nog een extra afsluiting in het centrumgebied, over enige jaren.

De gevoteerde kredieten en de kapitaallasten zijn gekoppeld aan de voorgenomen projecten zoals opgenomen in de IBOR planning voor 2016 tot en met 2020. Door diverse omstandigheden is er vertraging ontstaan bij de feitelijke uitvoering van de voorgenomen projecten. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn:

  • Uitlopen van werkzaamheden door de Nuts bedrijven,
  • Door het aantrekken van de arbeidsmarkt kunnen wij niet volledig onze projecten bemensen,
  • Verkeersdruk binnen de woonwijken mag niet te hoog oplopen,
  • Parkeersituatie geeft beperkingen in de mogelijkheden om in diverse straten tegelijkertijd te gaan werken, (door het afsluiten van teveel parkeerplaatsen ontstaat er elders een te groot parkeerprobleem),
  • Bij werkzaamheden moet te allen tijde de doorgaande wegen worden ontzien dan wel levert dit beperkingen op bij andere werkzaamheden (niet tegelijkertijd),
  • Projecten hebben een langere doorlooptijd dan ze financieel zijn verwerkt (1 jaar voorbereiding inclusief de bewonersparticipatie en 2 jaar uitvoering),
  • Centrumring heeft hoge prioriteit en vraagt hierdoor extra capaciteit en inzet.


Wij stellen u voor de lasten in de begroting te verlagen met 93 in 2021, 50 in 2022, 254 in 2023 en 110 in 2024. De wijziging op de afschrijvingen leiden tot een evenredige dotatie aan de Voorziening rioolrechten middelen derden.

Het gevraagde investeringskrediet bedraagt 1.137 voor afval om komende jaren ondergrondse containers nieuw te kunnen plaatsen en bestaande te kunnen vervangen. Wij stellen u voor de lasten in de begroting te verhogen met 9 in 2021, 10 in 2022, 10 in 2023 en 16 in 2024. De wijziging op de afschrijvingen leiden tot een evenredige onttrekking uit de Voorziening afvalstoffenheffing middelen derden.

In de meerjarendoorkijk in de  Najaarsnota 2019 is voor 2024 reeds een kasstroom opgenomen van 4.931. Het effect op de kasstroom volgens onderstaande tabel in 2024 van 5.816 bedraagt daarom 885 (5.816 - 4.931).

Wij stellen u voor met bovenstaande wijzigingen akkoord te gaan.

Taakveld 7.2 (riolering) 2020 2021 2022 2023 2024 Totaal 2020 2021 2022 2023 2024
Verschuiving in de jaren -2.854 -3.786 -69 5.721 989 0 N 0 V 59 V 31 V 204 V 6
Aframen/aanramen -1.963 -89 -622 -689 4.055 693 N 0 V 35 V 20 V 50 V 105
Totaal -4.817 -3.875 -690 5.032 5.044 693 N 0 V 93 V 50 V 254 V 110
Taakveld 7.3 (afval) 2020 2021 2022 2023 2024 Totaal 2020 2021 2022 2023 2024
Aframen/aanramen 94 71 71 130 772 1.137 N 0 N 9 N 10 N 10 N 16
Totaal 94 71 71 130 772 1.137 N 0 N 9 N 10 N 10 N 16
Totaal Investering IBOR -4.723 -3.804 -620 5.161 5.816 1.829 N 0 V 84 V 40 V 244 V 94
Voorziening rioolrechten middelen derden N 0 N 93 N 50 N 254 N 110
Voorziening afvalstoffenheffing middelen derden N 0 V 9 V 10 V 10 V 16
Saldo N 0 N 0 N 0 N 0 N 0

7.6 Voorziening rioolrechten en afvalstoffenheffing middelen derden

Voorziening rioolrechten / afvalstoffenheffing middelen derden – Stelpost indexering – Beleidskeuze
Lasten / Baten: N 22 in 2021, N 55 in 2022, N 74 in 2023 en structureel N 127 in 2024
Kasstroom: Geen

Dit voorstel is onder verwijzing naar het voorstel Stelpost indexering in Programma 0. De vrijval uit de Stelpost indexering wordt op basis van onderstaande verdeling ingezet ten gunste van de Voorziening rioolrechten en de Voorziening afvalstoffenheffing middelen derden. Deze bedragen zijn gebaseerd op de budgetverhoging IBOR waarvan een groot deel van de stijging is toe te rekenen aan stijgende prijzen door de marktwerking. De onttrekking uit de Stelpost indexering, zie programma 0, van V 22 in 2021, V 55 in 2022, V 74 in 2023 en V 127 in 2024 wordt gedoteerd aan de Voorziening rioolrechten en afvalstoffenheffing middelen derden wat leidt tot N 22 in 2021, N 55 in 2022, N 74 in 2023 en N 127 in 2024. De lasten als gevolg van de stijgende prijzen door de marktwerking op de taakvelden 7.2 riool en 7.3 afval worden volledig onttrokken uit de Voorzieningen zoals is opgenomen onder het voorstel Budget IBOR in Programma 2.

Met betrekking tot de ontwikkeling van de Voorziening rioolrechten middelen derden en afvalstoffenheffing derden zien we dat het aanwezig saldo in beide voorzieningen terugloopt.

Wij stellen u voor akkoord te gaan met de dotatie aan de Voorzieningen van totaal N 22 in 2021, N 55 in 2022, N 74 in 2023 en N 127 in 2024.
Bij de Begroting 2021 geven wij u een doorkijk van de voorzieningen rioolrechten en afvalstoffenheffing en mogelijke tariefsontwikkelingen.

Inzet Stelpost indexering 2020 2021 2022 2023 2024
Voorziening rioolrechten middelen derden N 0 N 11 N 34 N 43 N 86
Voorziening afvalstoffenheffing middelen derden N 0 N 11 N 21 N 31 N 41
Totaal N 0 N 22 N 55 N 74 N 127