Leges kunnen worden geheven voor gemeentelijke dienstverlening. Legesheffing mag alleen dienen om kosten te verhalen. Het is niet toegestaan dat er winst wordt gemaakt. Dit betekent dat de totale opbrengst uit de legesverordening in zijn geheel niet meer dan kostendekkend mag zijn. Een belangrijk deel van de legestarieven is gebaseerd op de inzet van personeel en wordt het meest beïnvloed door de loonontwikkeling.
Binnen de legesverordening worden drie hoofdstukken toegepast. Hoofdstuk 1 heeft betrekking op 'Algemene dienstverlening' zoals huwelijken, paspoorten en rijbewijzen, bij Hoofdstuk 2 gaat het om 'Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet' en bij Hoofdstuk 3 gaat het om 'Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2'. Voor een aantal tarieven stelt het Rijk een maximumtarief vast, bijvoorbeeld voor de leges reisdocumenten. Voor de overige legestarieven is de inflatiecorrectie van 2,3% toegepast. De mate van kostendekkendheid van de legestarieven is onderzocht, deze mag maximaal 100% bedragen. Hierbij is uitgegaan van de begrotingscijfers van 2025. De conclusie uit het onderzoek is dat onze legesopbrengsten binnen de geldende kaders niet hoger zijn dan de kosten die we maken.
Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening
De in Hoofdstuk 1 opgenomen legesbedragen zijn gebaseerd op de producten zoals deze door de diverse afdeling aan burgers of bedrijven op aanvraag worden geleverd. De lasten die toegerekend zijn, betreffen vooral medewerkers van de afdeling dienstverlening. Ook afdrachten aan het Rijk voor bepaalde leges zijn meegenomen.
Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het lader van de omgevingswet
Bij de in Hoofdstuk 2 opgenomen legesbedragen gaat het om dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving. Voorbeelden zijn aanvragen van vergunningen voor bouw- of verbouwactiviteiten. De lasten die toegerekend zijn, betreffen vooral medewerkers van de afdeling stadsbeheer die zich bezig houden met de aanvraag van de omgevingsvergunningen.
Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2
De in Hoofdstuk 3 opgenomen legesbedragen hebben betrekking op de overige vergunningen zoals horecavergunningen en vergunningen voor evenementen.
Kruissubsidiëring
De opbrengstlimiet ingevolge artikel 229b van de Gemeentewet brengt met zich mee dat de tarieven van de leges zodanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet uitgaan boven de geraamde lasten ter zake. Verder is van belang dat voor de kostendekkendheid moet worden gekeken naar de totale lasten en totale opbrengsten. Hierbij geldt het beginsel van zogenaamde kruissubsidiëring. Dit houdt in dat de dekking per product verschillend mag zijn als de dekkingsgraad van alle producten binnen de verordening tezamen maar niet boven 100% uitkomt. Kruissubsidiëring tussen de hoofdstukken onderling is dus ook mogelijk. Dit is af te leiden uit een arrest van de Hoge Raad van 13 februari 2015 (ECLI:NL:HR:2015:282, nr. 14/00655). Hierin werd door de Hoge Raad uitgemaakt dat de toetsing van de geraamde baten en lasten aan de opbrengstlimiet van artikel 229b Gemeentewet nog steeds verordeningbreed moet plaatsvinden, dat wil zeggen op het totaal van de geraamde baten van de rechten die in een verordening zijn geregeld en het totaal van de geraamde lasten die de werkzaamheden meebrengen waarvoor deze rechten worden geheven. Naast de kruissubsidiëring tussen hoofdstukken, kan deze zich ook voordoen tussen paragrafen onderling.
Beoordeling kostendekkendheid legesverordening
Voor het beoordelen van de kostendekking geldt dat op basis van de eventuele kruissubsidiëring het totaal van de opbrengsten en kosten van alle titels tezamen beoordeeld moet worden. Op basis hiervan toont onderstaand overzicht aan dat, uitgaande van de opbrengstramingen uit de begroting 2025, de kostendekkendheid van de totale verordening 77,8% bedraagt. Hiermee voldoet de legesheffing aan de wettelijke voorschriften van een maximale kostendekkendheid van 100%.