Een deel van de gemeentelijke inkomsten bestaat uit eigen belastinginkomsten. Van de belastinginkomsten behoren de onroerendezaakbelastingen (OZB) en de logiesbelasting tot de zogenoemde algemene dekkingsmiddelen. Andere belangrijke heffingen waarmee onze gemeente kosten verhaalt, zijn de bestemmingsheffingen zoals de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Bestemmingsheffingen zijn belastingen waarvan de opbrengsten zijn bestemd voor specifieke taken of voorzieningen met een duidelijk algemeen belang. Beiden worden gerekend tot de specifieke dekkingsmiddelen waarbij de baten niet mogen uitgaan boven de geraamde kosten. Dit principe geldt ook bij de door onze gemeente geheven leges op verstrekte diensten (documenten) en de exploitatie van de weekmarkt in de vorm van heffen van marktgeld.
Paragraaf Lokale heffingen
Uitgangspunten tarievenbeleid
Terug naar navigatie - Uitgangspunten tarievenbeleidIn het coalitieakkoord 2022-2026 wordt er van uitgegaan dat er geen lastenverzwaring worden doorgevoerd. De belastingtarieven zijn voor 2023 met het inflatiepercentage 3% geïndexeerd. Daarnaast zijn de tarieven voor de overige heffingen zoals afvalstoffenheffing, rioolheffing en marktgelden op een kostendekkend niveau gehandhaafd. Ook bij de leges is het uitgangspunt van kostendekkende tarieven zoveel mogelijk toegepast. Binnen de legesverordening worden er drie titels toegepast: Algemene dienstverlening, Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning en Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn. Bij het bepalen van de kostendekkendheid wordt het principe van kruissubsidiëring toegepast. Dit betekent dat alle titels tezamen worden beoordeeld voor het bepalen van de kostendekkendheid.
Berekening overhead
Terug naar navigatie - Berekening overheadDe definitie behorend bij de in deze paragraaf genoemde post overhead is als volgt: Het aandeel van het bedrag van overhead wordt berekend door de verhouding tussen de totale som van de overhead en de totale som van de personeelslasten en deze vervolgens te vermenigvuldigen met de totale begrote personeelslasten voor deze taak. Voor 2022 bedroeg de overhead 60,39%, in 2023 bedraagt dit 60,17%, dit is op basis van voorcalculatie en dus in lijn met de begroting 2023. In de berekening van het overheadpercentage is het onderdeel ICT van IJsselgemeenten meegenomen omdat dit ook als een overhead taak wordt gezien.
Baten en lasten belastingen en heffingen
Terug naar navigatie - Baten en lasten belastingen en heffingenBegrote en gerealiseerde baten
Baten belastingen / heffingen | Begroting 2023 na wijziging | Realisatie 2023 | Resultaat |
---|---|---|---|
Onroerende zaakbelastingen | V12.349 | V12.432 | V83 |
Afvalstoffenheffing | V7.564 | V7.689 | V125 |
Rioolheffing | V3.767 | V3.836 | V69 |
Logiesbelasting | V75 | V52 | N23 |
Totaal | V23.755 | V24.009 | V254 |
Begrote en gerealiseerde lasten
Lasten 2023 belastingen / heffingen | Begroting 2023 na wijziging | Realisatie 2023 | Resultaat |
---|---|---|---|
Voorziening dubieuze debiteuren | N1.202 | N1.052 | V150 |
Kwijtschelding afvalstoffenheffing | N463 | N445 | V18 |
Kwijtschelding rioolheffing | N110 | N92 | V18 |
Totaal | N1.775 | N1.589 | V186 |
Belastingdruk over de jaren
Terug naar navigatie - Belastingdruk over de jarenDe gemiddelde woonlast voor een huishouden van twee personen (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing gebruikers + eigenaren) bedroeg in 2020 € 597,02. In 2023 bedraagt de gemiddelde woonlast € 641,21. In de periode 2020-2023 betekent dit een lastenverzwaring van 7,4%.
Lokale lastendruk in relatie tot andere gemeenten
Terug naar navigatie - Lokale lastendruk in relatie tot andere gemeentenHet Centrum van Onderzoek van de Economie van Lagere Overheden (COELO) geeft jaarlijks inzicht in de positie van onder andere onze gemeente op het gebied van lokale lastendruk ten opzichte van de andere gemeenten in Nederland. In 2023 eindigde onze gemeente op de 7e plaats in van de in totaal 352 geënquêteerde gemeenten (*). Hoe lager het nummer hoe lager de woonlasten. In 2022 eindigde onze gemeente nog op de 9e plaats van de in totaal 354 geënquêteerde gemeenten (*).
(*) In de door Coelo gehanteerde overzichten zijn in enkele gevallen nog gemeenten apart opgenomen die inmiddels zijn samengevoegd met andere gemeenten. Of als er sprake is van uiteenlopende tarieven voor delen van gemeenten dan zijn deze delen apart meegenomen in de Coelo overzichten.
Wet waardering onroerende zaken (WOZ)
Terug naar navigatie - Wet waardering onroerende zaken (WOZ)In januari 2023 zijn alle WOZ-beschikkingen verzonden. Deze beschikkingen waren voor bezwaar en beroep vatbaar. Ondanks dat er beduidend meer bezwaren zijn ontvangen heeft afhandeling voor het eind van het jaar plaatsgevonden. Bij slechts een enkel bezwaarschrift is gebruikgemaakt van de mogelijkheid om de afhandeltermijn met zes weken te verlengen.
Alle objecten zijn gewaardeerd naar het waardepeil van 1 januari 2022. De belanghebbenden (eigenaren en gebruikers) zijn in januari 2023 over de uitkomst van de waardevaststelling geïnformeerd. Deze waardevaststelling geldt voor slechts één tijdvak en is gebaseerd op een prijspeildatum die één jaar voor het tijdvak ligt. Daarnaast is de jaarlijkse herwaardering van alle onroerende zaken voor het WOZ tijdvak 2024 uitgevoerd.
Het deel van de aanslagbiljetten/WOZ-beschikkingen wat in 2023 digitaal verzonden is via MijnOverheid bedraagt 51,3%.
Onroerendezaakbelastingen woningen & niet-woningen (Taakveld 0.61 en 0.62)
Terug naar navigatie - Onroerendezaakbelastingen woningen & niet-woningen (Taakveld 0.61 en 0.62)De onroerendezaakbelastingen (OZB) zijn de belangrijkste gemeentelijke belastingen. De opbrengst behoort tot de algemene dekkingsmiddelen en mag vrij worden besteed. De gemeente is autonoom bij het bepalen van de OZB-tarieven. De macronorm (een jaarlijkse monitoring voor de ontwikkeling van de lokale lasten) niet langer in gebruik. Hiervoor in de plaats is een benchmark ingevoerd die niet alleen de OZB maar ook de riool- en de afvalstoffenheffing vergelijkt. De benchmark geeft een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de gemeentelijke tariefontwikkeling per provincie, net als de landelijke en provinciale gemiddelden.
Tarieven OZB
Terug naar navigatie - Tarieven OZBDe aanslagen OZB worden in 2023 gebaseerd op de gelijktijdig bekendgemaakte nieuwe WOZ-waarde. In deze waarde zijn de gevolgen van de ontwikkelingen op de vastgoedmarkt zichtbaar. Er is rekening gehouden met de marktontwikkelingen tot rond de prijspeildatum 1 januari 2022. Tussen 2022 en 2023 hebben de woningen een flinke waardeontwikkeling doorgemaakt. Dit heeft voor woningen geresulteerd in de stijgende waardevaststelling van 17,9% . Bij het bedrijfsvastgoed is er inmiddels een lichte stijging te zien van 2,5%.
Door de verschillen tussen de geprognotiseerde en de gerealiseerde waardeontwikkeling zijn de tarieven voor 2023 aangepast. Het tarief van 2022 wat als uitgangspunt dient, is eerst gecorrigeerd met het gecumuleerde verschil van de afgelopen jaren en vervolgens op de gebruikelijke wijze aangepast op basis van de stijging van het waarde areaal. Daarnaast zijn deze gecorrigeerd voor de toegepaste inflatiecorrectie.
De tarieven OZB voor het belastingjaar 2023 zijn gebaseerd op de uitkomsten van de waardeherziening met als prijspeildatum 1 januari 2022. Zoals aangegeven werd in de tarieven rekening gehouden met de waardeontwikkeling. Los van de trendmatige verhoging en de toename van het aantal objecten, is uitgegaan van een gelijkblijvende opbrengst. Voor 2023 zijn de volgende tarieven toegepast.
OZB Tarieven | Woningen | Niet-woningen |
---|---|---|
Eigenaren | 0,0762% | 0,2644% |
Gebruikers | n.v.t. | 0,2201% |
Bedrijveninvesteringszones (BIZ) (Taakveld 3.1)
Terug naar navigatie - Bedrijveninvesteringszones (BIZ) (Taakveld 3.1)BIZ is een wettelijk instrument waarmee de ondernemers gezamenlijk investeren in de kwaliteit en uitstraling van hun bedrijfsomgeving. Met de opbrengst van de BIZ worden op bedrijventerreinen CapelleWest en CapelleXL zaken gerealiseerd en/of verbeterd die te maken hebben met thema's schoon, heel en veilig.
Speerpunten zijn de aanwezigheid van parkmanagement, camerabewaking, beveiliging surveillance, het verbeteren van de communicatie met ondernemers en de verbinding met het onderwijs, als ook het onderhoud en schoonmaak van het vastgoed en de omgeving.
De huidige BIZ voor de ondernemers op CapelleXL heeft een looptijd van 2021 t/m 2025 . Afgelopen najaar is er een draagvlakmeting gehouden onder de ondernemers van CapelleWest en is de verordening voor CapelleWest vastgesteld. Hierdoor is er voor CapelleWest weer een BIZ voor de jaren 2023 t/m 2027.
Marktgeld (taakveld 3.3)
Terug naar navigatie - Marktgeld (taakveld 3.3)De kostendekkendheid van de weekmarkt in Capelle-Centrum bedraagt 64.97% over 2023. De tarieven 2023 zijn ten opzichte van 2022 met 3,0% geïndexeerd.
Logiesbelasting (taakveld 3.4)
Terug naar navigatie - Logiesbelasting (taakveld 3.4)Deze belasting heffen wij voor het overnachten van niet-ingezetenen van de gemeente in hotels, pensions (B&B), recreatiewoningen en dergelijke. De opbrengst van de logiesbelasting is niet bedoeld om de kosten van toeristische voorzieningen te dekken, maar komt ten gunste van de algemene middelen. Er is een daling in de opbrengsten van de logiesbelasting omdat er in 2023 twee ondernemers minder zijn dan in 2022.
Het tarief van € 1,25 per overnachting is in 2023 gelijk gebleven aan dat van 2022. Gelet op de omvang van het tarief wordt deze eens in de drie jaar verhoogd. De laatste verhoging heeft in 2021 plaatsgevonden.
Kwijtscheldingen (taakveld 6.3)
Terug naar navigatie - Kwijtscheldingen (taakveld 6.3)Het kwijtscheldingsbeleid is in 2023 gehandhaafd. Kwijtschelding was alleen mogelijk voor afvalstoffenheffing en rioolheffing gebruikers. Als een inwoner niet in staat was om de aanslag gemeentelijke belastingen te betalen, deze bij de gemeente een aanvraag kwijtschelding kon indienen. Bij de beoordeling van een aanvraag kwijtschelding hebben wij, met behulp van een geautomatiseerde inkomenstoets, het inkomen bij het Inlichtingenbureau (opgericht door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de VNG) getoetst. Het gaat hierbij om gegevens van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SoZaWe), de Belastingdienst en de Dienst Wegverkeer (RDW).
De criteria die gehanteerd werden, zijn vastgelegd in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, de Leidraad invordering gemeentelijke heffingen 2023 en de Verordening kwijtscheldingsregeling gemeentelijke belastingen 2023. Daarnaast werd de zogenaamde automatische kwijtschelding toegepast. Hierbij gaat het om inwoners die in voorgaande jaren kwijtschelding hebben gekregen. Doordat inkomens van jaar tot jaar sterk kunnen verschillen hebben wij een jaarlijkse inkomenstoets toegepast. De inwoners die onder de meerjarige kwijtschelding vallen zien op hun aanslagbiljet niet alleen de belastingsoorten waarvoor zij aangeslagen worden, maar ook tegelijkertijd de aanslagen die onder de meerjarige kwijtschelding vallen.
In 2022 hebben wij 1.645 verzoeken moeten verwerken. Hiervan is aan 484 huishoudens gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de aanslag gemeentelijke belastingen verleend. Dit is 28,4% van het totale aantal ontvangen verzoeken.
In 2023 hebben wij 1499 verzoeken moeten verwerken. Hiervan is aan 674 huishoudens gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de aanslag gemeentelijke belastingen verleend. Dit is 45% van het totale aantal ontvangen verzoeken
Rioolheffing (taakveld 7.2)
Terug naar navigatie - Rioolheffing (taakveld 7.2)Rioolheffing wordt zowel van de eigenaar (aansluitrecht) als van de gebruiker (afvoerrecht) van woningen en bedrijfspanden geheven. Ingeval er sprake is van grootverbruikers (meer dan 250 m³) wordt het tarief gekoppeld aan het waterverbruik. Voor wat betreft de rioolheffing eigenaar wordt er slechts één tarief voor het vastrecht toegepast. Woningen en bedrijven betalen tot 250 m³ waterverbruik een vast forfaitair tarief, daarboven is voor bedrijven het aanslagbedrag afhankelijk van het waterverbruik. Uitgangspunt voor de vaststelling van de tarieven is maximaal 100% kostendekkendheid. Normaliter wordt bij het bepalen van de tarieven rekening gehouden met het verlenen van kwijtschelding en wordt binnen de opbrengst een bedrag gereserveerd voor oninbare aanslagen. Met het amendement van 19-12-2022 is besloten om de kwijtscheldingen en oninbare aanslagen ten laste van de exploitatie te brengen. Dit heeft geleid tot ruimte om het tarief voor het gebruikersdeel te verlagen met 3,8% ten opzichte van 2022. Het tarief voor het eigenarendeel is met 3,1% geïndexeerd op basis van de uitgangspuntenbrief. Aangezien het tarief wordt afgerond in hele euro's komt de indexatie van het eigenarendeel uit op 3,1% in plaats van de 3,0% zoals staat opgenomen in de uitgangspuntenbrief. Voor 2023 zijn de volgende tarieven toegepast:
Rioolheffing | 2023 | |||
---|---|---|---|---|
Eigenaren | € 67 | |||
Gebruikers | € 50 | |||
Totaal | € 117 | |||
In de Begroting 2023 bedraagt het percentage kostendekkendheid 84,8%. Bij de Jaarstukken 2023 is een percentage van 96,2 % gerealiseerd. Het verschil van 11,4% is voornamelijk te verklaren door:
- lagere energiekosten,
- hogere ontvangen bijdrage voor het onderhoud van gemalen,
- de kwijtscheldingen rioolheffing zijn niet toegerekend aan riolering.
Kostendekking rioolheffing | ||
---|---|---|
Lasten taakveld 6.3 Inkomensregelingen kwijtscheldingen | N0 | |
Lasten taakveld 7.2 riool | N4.126 | |
Baten taakveld 7.2 exclusief heffingen: | ||
- Onderhoud gemalen: bijdrage HHSK en gemeente Rotterdam | V553 | |
- Spoorlaan 18 | V33 | |
- Overige inkomsten | V8 | |
Netto lasten taakveld | N3.532 | |
Toe te rekenen indirecte lasten (overhead) | N457 | |
Totale lasten | N3.989 | |
Totale baten rioolheffing | V3.836 | |
Kostendekking | 96,2% | |
Specificatie lasten taakveld 7.2 riool | ||
Kapitaallasten: | ||
Afschrijvingen | N1.102 | |
Rente | N46 | |
N1.148 | ||
Divers: | ||
Riool uitbesteed werk | N1.066 | |
Energie | N453 | |
Dotatie voorziening dubieuze debiteuren | N29 | |
Overig | N123 | |
N1.671 | ||
Lasten bedrijfsvoering: | ||
afdeling Stadsbeheer | N1.129 | |
afdeling Dienstverlening | N110 | |
afdeling Financiën | N97 | |
N1.336 | ||
Totaal* | N4.155 | |
* Het totaal aan lasten bedraagt in de bovenstaande specificatie aan lasten op taakveld 7.2 N29 hoger dan de lasten van N4.126 in de daarboven opgenomen berekening van de kostendekking. Het verschil zit in de dotatie aan de Voorziening dubieuze debiteuren. Met het amendement van 19-12-2022 is ervoor gekozen om deze lasten niet ten laste van de Voorziening rioolheffing middelen derden te brengen en dus niet mee te nemen in de berekening van de kostendekking, maar deze lasten ten laste van de exploitatie te brengen. Het betreffen echter wel lasten op het taakveld 7.2. |
Afvalstoffenheffing (taakveld 7.3)
Terug naar navigatie - Afvalstoffenheffing (taakveld 7.3)De kosten van afvalinzameling en verwerking worden aan de gezinshuishoudens in rekening gebracht via een afvalstoffenheffing. In het verleden is besloten om bij de heffing uit te gaan van een tariefdifferentiatie, waarbij het tarief afhankelijk is gesteld van het aantal personen in een huishouden. De opbrengst van de afvalstoffenheffing behoort niet tot de algemene middelen, maar dient gebruikt te worden om de kosten te dekken van de afvalinzameling en -verwerking. Uitgangspunt voor de vaststelling van de tarieven is maximaal 100% kostendekkendheid. Normaliter wordt bij het bepalen van de tarieven rekening gehouden met het verlenen van kwijtschelding en wordt binnen de opbrengst een bedrag gereserveerd voor oninbare aanslagen. Met het amendement van 19-12-2022 is besloten om de kwijtschelding en oninbare aanslagen ten laste van de exploitatie te brengen. Dit heeft geleid tot ruimte om de tarieven 2023 met 6,0% te verlagen ten opzichte van 2022. Voor 2023 zijn de volgende tarieven toegepast:
Afvalstoffenheffing | 2023 | |||
---|---|---|---|---|
Eénpersoonshuishouden | € 219,79 | |||
Tweepersoonshuishouden | € 257,07 | |||
Meer dan tweepersoonshuishouden | € 287,88 | |||
In de Begroting 2023 bedraagt het percentage kostendekkendheid 93,2%. Bij de Jaarstukken 2023 is een percentage van 102,8% gerealiseerd. Het verschil van 9,6% is voornamelijk te verklaren door:
- minder aangeboden hoeveelheden afval,
- de verwerkingstarieven zijn lager uitgevallen als gevolg van hogere verkoopprijzen van energie bij de afvalverwerker,
- de kwijtscheldingen afvalstoffenheffing zijn niet toegerekend aan afval.
Kostendekking afvalstoffenheffing | ||
---|---|---|
Lasten taakveld 6.3 Inkomensregelingen kwijtscheldingen | N0 | |
Lasten taakveld 7.3 afval | N8.119 | |
Baten taakveld 7.3 exclusief heffingen: | ||
- grondstoffen | V457 | |
- dividend Irado -/- rentelasten | V359 | |
Netto lasten taakveld | N7.302 | |
Toe te rekenen indirecte lasten (overhead) | N175 | |
Totale lasten | N7.477 | |
Totale baten afvalstoffenheffing | V7.689 | |
Kostendekking | 102,8% | |
Specificatie lasten taakveld 7.3 afval | ||
Kapitaallasten: | ||
Afschrijvingen | N664 | |
Rente | N11 | |
N675 | ||
Divers: | ||
Onderhoud containers | N455 | |
Algemeen beleid, communicatie en Klantcontactcentrum | N193 | |
Perscontainer | N70 | |
Dotatie voorziening dubieuze debiteuren | N50 | |
Overig | N433 | |
N1.202 | ||
Afvalstromen: | ||
Restafval | N2.959 | |
Milieustraat | N862 | |
Grofvuil | N1.019 | |
GFT-afval | N553 | |
Oud papier en karton | N313 | |
Glas | N36 | |
N5.743 | ||
Lasten bedrijfsvoering: | ||
Afdeling SB | N370 | |
Afdeling FIN | N154 | |
Afdeling DV | N26 | |
N550 | ||
Totaal* | N8.169 | |
* Het totaal aan lasten bedraagt in de bovenstaande specificatie aan lasten op taakveld 7.3 N50 hoger dan de lasten van N8.119 in de daarboven opgenomen berekening van de kostendekking. Het verschil zit in de dotatie aan de Voorziening dubieuze debiteuren. Met het amendement van 19-12-2022 is ervoor gekozen om deze lasten niet ten laste van de Voorziening afvalstoffenheffing middelen derden te brengen en dus niet mee te nemen in de berekening van de kostendekking, maar deze lasten ten laste van de exploitatie te brengen. Het betreffen echter wel lasten op het taakveld 7.3. |
Leges
Terug naar navigatie - LegesLeges kunnen worden geheven voor gemeentelijke dienstverlening. Legesheffing mag alleen dienen om kosten te verhalen. Het is niet toegestaan dat er winst wordt gemaakt. Dit betekent dat de totale begrote opbrengst uit de legesverordening in zijn geheel niet meer dan kostendekkend mag zijn op basis van de begroting. Een belangrijk deel van de legestarieven is gebaseerd op de inzet van personeel en wordt het meest beïnvloed door de loonontwikkeling.
Kostendekkendheid
De mate van kostendekkendheid van de legestarieven is onderzocht. Op basis van de werkelijke aantallen, afdrachten rijksleges, kosten en opbrengsten in 2023 bedraagt de kostendekkendheid 102,2%. Dit is hoger dan de prognose bij de Begroting 2023 van 76,3%.Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de hogere opbrengsten bij titel 2 als gevolg van enkele grote aanvragen.
Kostendekking leges | Kosten | Opbrengsten | Kostendekking |
---|---|---|---|
Titel 1 Algemene dienstverlening | N956 | V864 | 90,4% |
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning | N1.274 | V1.419 | 111,4% |
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn | N18 | V15 | 83,3% |
Totaal | N2.248 | V2.298 | 102,2% |