Financieel perspectief te voeren beleid

Eindstand inclusief doorkijk naar 2029

Na verwerking van alle mutaties komt de eindstand van de meerjarenbegroting uit op:

Begroting en meerjarenbegroting Doorkijk
2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Eindstand Najaarsnota 2020 N2.152 N1.256 V1.357 V202 V507 V33 V84 V242
Beginstand Voorjaarsnota 2021 N2.152 N1.256 V1.357 V202 V507 V33 V84 V242 V242
Totaal wijzigingsvoorstellen in de Voorjaarsnota V1.386 V374 N277 V140 N28 V18 V28 V140 N368
Eindstand Voorjaarsnota 2021 N766 N882 V1.080 V342 V479 V51 V112 V382 N126

Financiële ratio's

In de onderstaande onderdelen worden de gevolgen van de begrotingsmutaties van deze Voorjaarsnota 2021 voor financiële ratio's inzichtelijk gemaakt. 

In grote lijnen zien we bij deze Voorjaarsnota 2021 dezelfde trend als bij de Begroting 2021 en de Najaarsnota 2020. Als gevolg van een financieringsbehoefte stijgt de netto schuldquote en daalt de solvabiliteit. Het EMU-saldo is negatief in alle jaren. In de Najaarsnota 2020 hebben we de volgende oplopende taakstelling opgenomen: V 2.750 in 2024 en 2025, V 3.000 in 2026, V 4.250 in 2027 en V 5.000 vanaf 2028. Bij deze Voorjaarsnota 2021 passen we de taakstelling niet aan, maar betrekken we bij de integrale afwegingen van de bezuinigingen bij de Begroting 2022 en latere P&C documenten.

Netto schuldquote (gecorrigeerd voor doorverstrekte leningen)

Grafiek netto schuldquote

De Netto schuldquote, gecorrigeerd voor doorverstrekte leningen, wordt berekend door de verschillende schuld-posten van de balans te delen door de baten. De trend is nog steeds stijgend, zoals ook bij de Begroting 2021 en de Najaarsnota 2020 het geval was, maar zal naar verwachting significant lager eindigen dan eerder verwacht bij de Najaarsnota 2020. Dit is mede ingegeven doordat de schuldquote per ultimo 2020 lager was dan verwacht. De Netto schuldquote ontwikkelt zich de komende jaren van de "groene" zone naar de "oranje" zone (indicatie van de provincie Zuid-Holland). 

Netto schuldquote (gecorr.) 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Begroting 2021 48% 60% 69% 79% 88% 93% 94% 95%
NJN 2020 48% 64% 75% 88% 96% 101% 102% 103%
VJN 2021 38% 57% 69% 80% 88% 93% 94% 95% 96%

Solvabiliteit

Grafiek Solvabiliteit

De solvabiliteit, oftewel de verhouding “eigen vermogen / totaal vermogen”, ontwikkelt zich 1 tot 2% hoger dan bij de Najaarsnota 2020. De solvabiliteit blijft meerjarig in de "oranje" zone (indicatie van provincie Zuid-Holland), met uitzondering van het jaar 2021 waarin de solvabiliteit in de "groene" zone zit.

Solvabiliteit 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Begroting 2021 52% 49% 47% 45% 43% 41% 41% 41%
NJN 2020 53% 48% 45% 43% 41% 40% 40% 40%
VJN 2021 54% 49% 46% 44% 42% 41% 41% 41% 41%

EMU-saldo

Grafiek EMU-saldo

Het EMU-saldo geeft een indicatie van de feitelijke geldstromen van de gemeente. Volgens de Septembercirculaire 2020 zou deze niet nadeliger moeten zijn dan N 7.518, oftewel ons Capelse aandeel in het totale begrotingstekort van Nederland. Dit is echter geen harde norm, maar een indicatie. Uit de tabel en grafiek blijkt dat wij hier niet aan voldoen, behalve in de laatste jaren 2027 t/m 2029. Een EMU-saldo van 0 is overigens de theoretisch beste situatie, als uitgaven en inkomsten aan elkaar gelijk zijn.

EMU-saldo 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Begroting 2021 -34.988 -22.640 -22.133 -16.076 -17.451 -11.870 -2.835 -2.120 0
NJN 2020 -56.594 -32.990 -26.823 -16.825 -17.727 -11.949 -2.933 -2.157 0
VJN 2021 -54.676 -36.091 -26.877 -16.710 -17.090 -11.605 -2.536 -1.740 -1.852

Debt Service Coverage Ratio (DSCR)

De Debt Service Coverage Ratio (DSCR) geeft een beeld van de plek die rente en aflossingen innemen in de begroting. De DSCR wordt als volgt berekend: (resultaat + afschrijving en rente) / (rente + aflossingen). Wanneer rente of aflossingen een relatief groot deel van de kasstromen uit maken, daalt deze waarde onder 1. Bij voorkeur is deze ratio boven de 1. In het jaar 2021 is dat niet het geval, wat vooral veroorzaakt wordt door het negatieve resultaat in dat jaar. Meerjarig is de ratio wel boven 1. 

Debt Service Coverage Ratio 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Resultaat voor bestemming -9.560 -904 750 -179 259 -190 -140 120 -398
Afschrijving 7.113 9.158 10.369 12.604 13.311 13.838 14.779 15.229 15.746
Rente 415 609 937 1.222 1.522 1.816 2.014 2.111 2.198
EBITDA (A) -2.032 8.863 12.056 13.647 15.092 15.464 16.653 17.460 17.546
Rentelasten 415 609 937 1.222 1.522 1.816 2.014 2.111 2.198
Aflossingen bestaande leningen 15.092 5.092 5.092 4.092 4.092 4.094 3.595 3.597 3.598
Aflossingen nieuwe leningen 0 2.757 4.036 4.901 5.748 6.373 6.616 6.829 7.044
Rente + Aflossing (B) 15.507 8.458 10.065 10.215 11.362 12.283 12.225 12.537 12.840
DSCR (A/B) -0,1 1,0 1,2 1,3 1,3 1,3 1,4 1,4 1,4

Grafiek Debt Service Coverage Ratio (DSCR)

 

Debt Service Coverage Ratio 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Begroting 2021 0,4 1,6 1,6 1,5 1,5 1,4 1,5 1,5
NJN 2020 -0,1 1,2 1,3 1,4 1,4 1,3 1,3 1,3
VJN 2021 -0,1 1,0 1,2 1,3 1,3 1,3 1,4 1,4 1,4

Afschrijvingsnorm

De afschrijvingsnorm geeft een indicatie van het relatieve aandeel van afschrijvingslasten ten opzichte van de totale lasten. Als gevolg van investeringen nemen de afschrijvingslasten de komende jaren toe. Deze nemen relatief meer toe dan de totale lasten, waardoor de ratio stijgt. 

Begroting en meerjarenbegroting Doorkijk
Afschrijvingsnorm 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Totaal afschrijvinglasten (A) 7.113 9.158 10.369 12.604 13.311 13.838 14.779 15.229 15.746
Totaal exploitatielasten (B) 243.494 220.468 220.384 211.553 210.828 211.820 212.326 212.697 213.362
Afschrijvingsnorm (A/B*100) 2,9% 4,2% 4,7% 6,0% 6,3% 6,5% 7,0% 7,2% 7,4%

Algemene uitkering

De recent verschenen Meicirculaire 2021 is niet verwerkt in deze voorjaarsnota. Deze verwerken we zoals gebruikelijk in de begroting 2022 voor de jaren 2022-2025 en de Najaarsnota 2021 voor het jaar 2021. Het accres is voor het jaar 2021 bevroren. In deze voorjaarsnota is voorgesteld om het eerdere besluit om de accrespercentages te maximeren op het meerjarige gemiddelde terug te draaien en de Algemene uitkering reëel te ramen.

Op 2 februari 2021 hebben de fondsbeheerders de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) advies gevraagd over het voorlopige voorstel voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. De ROB heeft op 26 maart 2021 in een tussenbericht aan de fondsbeheerders om meer toelichting op de keuzes en effecten gevraagd en enkele kritische kanttekeningen geplaatst bij de uitlegbaarheid van de uitkomsten, met name in het sociaal domein. Daarnaast heeft de Tweede Kamer naar aanleiding van de adviesaanvraag vragen gesteld en hebben de fondsbeheerders veel reacties en vragen gekregen van gemeenten. Met de ROB is afgesproken dat het nieuwe verdeelvoorstel, zodra het gereed is, tezamen met de antwoorden op de vragen uit het tussenbericht met hem gedeeld zal worden, opdat hij tot een eindadvies kan komen. Het aangepaste verdeelvoorstel zal naar verwachting begin juni 2021 gereed zijn en – samen met de geactualiseerde voorlopige uitkomsten per gemeente – op de website van de rijksoverheid worden gepubliceerd. Ook de VNG zal om advies worden gevraagd. Besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling – voorzien per 1 januari 2023 - is aan het nieuwe kabinet. 

Advies raadswerkgroep SIR

In april 2019 en mei 2020 heeft de raadswerkgroep SIR een aantal bijeenkomsten gehad. Hieronder geven wij aan hoe wij met de adviezen om zijn gegaan.

Nummer Advies werkgroep Stand van zaken Voorjaarsnota 2021
1 Blijf de meerjarige doorrekening van de verschillende ratio’s, indicatoren en kengetallen presenteren in P&C-documenten. Hier is aan voldaan.
2 Blijf in de meerjarige doorrekening binnen de neutrale categorie van onze toezichthouder voor wat betreft de netto schuldquote (< 130%) en de solvabiliteit (> 20%). Hier is aan voldaan. Voor beide onderdelen zitten we in 2029 in "Categorie B neutraal".
3 Blijf voldoen aan de wettelijke regelgeving vanuit de wet HOF indien hier wijzigingen op ontstaan en kom/blijf voor de periode 2024 tot en met 2027 gemiddeld binnen de referentiewaarde voor het EMU-saldo en streef naar een waarde van minimaal € 0 EMU-saldo vanaf 2027. Hier is niet aan voldaan. Gemiddelde 2024-2027 is -/- 11.985. Referentiewaarde is -/- 7.518. EMU-saldo is in 2027 -/- 2.536, in 2028 -/- 1.740 en in 2029 -/- 1.852.
4 Minimaliseer het aantal bestemmingsreserves, aangezien bestemmingsreserves weliswaar een dekkingsmiddel zijn, maar nadrukkelijk geen financieringsmiddel. Uitgevoerd in Voorjaarsnota 2019.
5 Blijf behoudend begroten; Zet daarbij financiële voordelen eerst en vooral in voor versterking van de balans en het terugdringen van de verwachte schuldenlast; Laat zichtbaar de afweging terugkomen over het mogelijk heroverwegen en/of temporiseren van eerder gemaakte keuzes in de P&C-cyclus; Zoek voor het rentepercentage voor de nieuwe langlopende leningen aansluiting bij de bovenkant van wat omliggende gemeenten als lange termijn rente hanteren; Handhaaf de soort “behoedzaamheidsreserve” voor de te ontvangen accressen in de Algemene uitkering; Verhoog de lasten voor de Capellenaar niet met meer dan de inflatie, zolang daar geen directe noodzaak voor is. Rente: uitgevoerd in Najaarsnota 2019 en opnieuw in Voorjaarsnota 2020. In de Begroting 2021 zijn de percentages verlaagd meer in lijn met regiogemeenten. Bij deze voorjaarsnota is er geen aanleiding om de gehanteerde rentepercentages te herzien. Algemene uitkering: Ondanks dat het accres fluctueerd, willen wij toch een zo reëel mogelijke begroting presenteren. Om deze reden stellen wij bij deze Voorjaarsnota voor om het accres te ramen op basis van de circulaires. Belastingen: geïndexeerd in de Begroting 2021.
6 Formuleer een procesvoorstel voor de actualisatie van de Kadernota Kerntakendiscussie 2010, zodat actualisatie nog dit jaar plaats kan vinden. Over het procesvoorstel is in uw Raadswerkgroep SIR gesproken. Gelijktijdig met deze Voorjaarsnota is de gemeenteraad een memo aangeboden welke ook ingaat op de kadernota kerntaken.
7 Bepaal vanaf 2020 de norm voor de Debt Service Coverage Ratio (DSCR) op minimaal 1,0. Hier is in 2021 niet aan voldaan. De oorzaak hiervoor is het negatieve resultaat voor bestemming. Voor de jaren 2022 e.v. is hier (ruim) aan voldaan.
8 Begroot behoedzaam en behoudt vooralsnog de volledige Eneco opbrengst ter versterking van de balans en bepaal op een later moment of een gedeelte van deze opbrengsten incidenteel kan worden ingezet voor het realiseren van bestaande en/of nieuwe beleidswensen. Het bedrag dat minimaal behouden dient te blijven om het wegvallende dividend van structureel € 890.000 te kunnen opvangen bedraagt (tegen 2%) € 44,5 miljoen. In de raadsvergadering van 31 mei heeft u de kaders voor besteding van de Eneco-gelden vastgesteld. Bij de jaarstukken 2020 is een voorstel gedaan voor een gedeeltelijke resultaatbestemming voor de te vormen reserve.
9 Geef bij elk P&C-document een expliciete toelichting op die resultaten (begrotingsresultaat en EMU-saldo) en ratio’s (netto schuldquote, solvabiliteit en DSCR) waar in enig jaar en/of structureel niet wordt voldaan aan de gestelde kaders. Geef daarbij aan op welke wijze er wel (weer) voldaan gaat worden aan deze kaders. De verschillende ratio's voldoen aan de gestelde kaders in 2021. De toekomstige ontwikkeling van de ratio's worden meegenomen in de gesprekken met uw raad rondom de invulling van de taakstelling.