Meer
Publicatiedatum: 15-12-2020

Inhoud

Financieel perspectief te voeren beleid

Inhoud

Eindstand inclusief doorkijk naar 2028

Na verwerking van alle mutaties komt de eindstand van de meerjarenbegroting uit op:

Begroting en meerjarenbegroting Doorkijk
2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028
Eindstand Begroting 2021/ VJN 2020 V80.579 N1.568 V1.370 V3.345 V51 V435 V25 V44 V141
Begroting 2021:
Dotatie aan Reserve Besteding verkoop Eneco-aandelen N20.000
Besluitvorming Begroting 2021:
Amendement verlenging Denk & Doe Mee!-fonds (DDMF):
- Verlagen/ verhogen lasten V1.170 N3.000
- Dotatie/ onttrekking Reserve DDMF N1.170 V3.000
Amendement Bestemmingsreserve Eneco - eerst de kaders:
- Vervallen dotatie/ onttrekking reserve V20.000 N965 N455 N315 N174
Beginstand Najaarsnota 2020 V80.579 N2.533 V915 V3.030 N123 V435 V25 V44 V141
Totaal wijzigingsvoorstellen in de Najaarsnota V2.876 V381 N2.171 N1.673 N1.925 N2.178 N2.492 N2.710 N2.899
Verhogen Algemene taakstelling i.v.m. proces kadernota kerntaken V2.250 V2.250 V2.500 V2.750 V3.000
Eindstand Najaarsnota 2020 V83.455 N2.152 N1.256 V1.357 V202 V507 V33 V84 V242

Wijzigingen die niet zijn meegenomen

In de Begroting 2021 hadden wij de financiële effecten van de stijgende Wmo-lasten nog niet meerjarig meegenomen, maar nu in deze Najaarsnota 2020 wel. Verder hebben wij in deze Najaarsnota 2020 nog niet onze ambities meegenomen om de hondenbelasting af te schaffen (ca. N 270 structureel) en om een structurele impuls aan de buitenruimte te geven (N 500 vanaf 2022). 

Financiële ratio's

In de onderstaande onderdelen worden de gevolgen van de begrotingsmutaties van deze Najaarsnota 2020 voor financiële ratio's inzichtelijk gemaakt. 

In grote lijnen zien we bij deze Najaarsnota 2020 dezelfde trend als bij de Voorjaarsnota 2020 en Begroting 2021. Als gevolg van een financieringsbehoefte stijgt de netto schuldquote en daalt de solvabiliteit. Het EMU-saldo is negatief in alle jaren. In deze Najaarsnota verwerken we diverse structurele nadelen, met name de volumestijging voor de Wmo vanaf 2022. Bij de Begroting 2021 hadden we de volgende oplopende taakstelling opgenomen: V 500 in 2024 t/m 2026, V 1.500 in 2027 en V 2.000 vanaf 2028. Nu bij deze Najaarsnota 2020 passen wij deze aan naar V 2.750 in 2024 en 2025, V 3.000 in 2026, V 4.250 in 2027 en V 5.000 in 2028.

Netto schuldquote (gecorrigeerd voor doorverstrekte leningen)

Grafiek netto schuldquote

De Netto schuldquote, gecorrigeerd voor doorverstrekte leningen, wordt berekend door de verschillende schuld-posten van de balans te delen door de baten. Deze quote laat de volgende ontwikkeling zien. In de meeste jaren komt deze zo'n 4 à 6 % hoger uit dan bij de Begroting 2021. In 2020 komt deze lager uit dan bij de Voorjaarsnota 2020. De Netto schuldquote ontwikkelt zich de komende jaren van de "groene" zone naar de "oranje" zone (indicatie van de provincie Zuid-Holland). 

Netto schuldquote (gecorr.) 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028
VJN 2020 (incl. Eneco) 24% 43% 56% 67% 74% 84% 90% 92% 95%
Begroting 2021 0% 48% 60% 69% 79% 88% 93% 94% 95%
NJN 2020 16% 48% 64% 75% 88% 96% 101% 102% 103%

Solvabiliteit

Grafiek Solvabiliteit

De solvabiliteit, oftewel de verhouding “eigen vermogen / totaal vermogen”, ontwikkelt zich 1 à 2% lager dan in eerdere P&C-documenten, behalve in het jaar 2020. De solvabiliteit blijft meerjarig in de "oranje" zone (indicatie van provincie Zuid-Holland). 

Solvabiliteit 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028
VJN 2020 (incl. Eneco) 59% 56% 53% 51% 49% 46% 44% 43% 42%
Begroting 2021 0% 52% 49% 47% 45% 43% 41% 41% 41%
NJN 2020 63% 53% 48% 45% 43% 41% 40% 40% 40%

EMU-saldo

Grafiek EMU-saldo

Het EMU-saldo geeft een indicatie van de feitelijke geldstromen van de gemeente. Volgens de Septembercirculaire 2020 zou deze niet nadeliger moeten zijn dan N 7.518, oftewel ons Capelse aandeel in het totale begrotingstekort van Nederland. Dit is echter geen harde norm, maar een indicatie. Uit de tabel en grafiek blijkt dat wij hier niet aan voldoen, behalve in de laatste jaren 2027 en 2028. Een EMU-saldo van 0 is overigens de theoretisch beste situatie, als uitgaven en inkomsten aan elkaar gelijk zijn.

EMU-saldo 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028
VJN 2020 (incl. Eneco) -49.655 -28.590 -20.757 -21.233 -14.439 -19.334 -12.955 -4.668 -4.842
Begroting 2021 0 -34.988 -22.640 -22.133 -16.076 -17.451 -11.870 -2.835 -2.120
NJN 2020 -30.195 -56.594 -32.990 -26.823 -16.825 -17.727 -11.949 -2.933 -2.157

Debt Service Coverage Ratio (DSCR)

De Debt Service Coverage Ratio (DSCR) geeft een beeld van de plek die rente en aflossingen innemen in de begroting. De DSCR wordt als volgt berekend: (resultaat + afschrijving en rente) / (rente + aflossingen). Wanneer rente of aflossingen een relatief groot deel van de kasstromen uit maken, daalt deze waarde onder 1. Bij voorkeur is deze ratio boven de 1. In het jaar 2021 is dat niet het geval, wat vooral veroorzaakt wordt door het negatieve resultaat in dat jaar. Meerjarig is de ratio wel boven 1. 

Debt Service Coverage Ratio 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028
Resultaat voor bestemming 81.905 -8.820 -1.274 1.036 -308 319 -168 -127 20
Afschrijving 6.842 7.029 9.129 10.164 12.323 12.985 13.467 14.398 14.908
Rente 232 486 730 1.038 1.323 1.624 1.928 2.135 2.242
EBITDA (A) 88.979 -1.305 8.585 12.238 13.338 14.928 15.227 16.406 17.170
Rentelasten 232 486 730 1.038 1.323 1.624 1.928 2.135 2.242
Aflossingen bestaande leningen 36.092 15.092 5.092 5.092 4.092 4.092 4.094 3.595 3.597
Aflossingen nieuwe leningen 0 0 1.582 3.139 4.446 5.272 6.133 6.771 7.031
Rente + Aflossing (B) 36.324 15.578 7.404 9.269 9.861 10.988 12.155 12.501 12.870
DSCR (A/B) 2,4 -0,1 1,2 1,3 1,4 1,4 1,3 1,3 1,3

Grafiek Debt Service Coverage Ratio (DSCR)

 

Debt Service Coverage Ratio 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028
VJN 2020 (incl. Eneco) 2,4 0,8 2,2 1,9 1,5 1,2 1,1 1,2 1,1
Begroting 2021 0,0 0,4 1,6 1,6 1,5 1,5 1,4 1,5 1,5
NJN 2020 2,4 -0,1 1,2 1,3 1,4 1,4 1,3 1,3 1,3

Afschrijvingsnorm

De afschrijvingsnorm geeft een indicatie van het relatieve aandeel van afschrijvingslasten ten opzichte van de totale lasten. Als gevolg van investeringen nemen de afschrijvingslasten de komende jaren toe. Deze nemen relatief meer toe dan de totale lasten, waardoor de ratio stijgt. 

Begroting en meerjarenbegroting Doorkijk
Afschrijvingsnorm 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028
Totaal afschrijvinglasten (A) 6.842 7.029 9.129 10.164 12.323 12.985 13.467 14.398 14.908
Totaal exploitatielasten (B) 221.332 226.223 216.232 217.284 207.463 207.970 209.013 209.515 209.979
Afschrijvingsnorm (A/B*100) 3,1% 3,1% 4,2% 4,7% 5,9% 6,2% 6,4% 6,9% 7,1%
Ter vergelijking: Begroting 2021 2,7% 4,5% 4,6% 5,7% 6,1% 6,2% 6,7% 6,9%

Algemene uitkering

In deze Najaarsnota verwerken wij, zoals gebruikelijk, de Septembercirculaire van het gemeentefonds. Ook verwerken wij de jaarschijf 2020 van de Meicirculaire, terwijl de overige jaren in de Begroting 2021 zijn verwerkt. In de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing is toegelicht welke onzekerheden er zijn met betrekking tot onze grootste inkomstenbron.

Bijzonder aan de Septembercirculaire 2020 is dat het kabinet het accres (= groei van het fonds) voor alle begrotingsjaren bevroren heeft, waardoor we voorlopig op dit onderdeel geen mutaties meer hoeven te verwachten. Onzeker is echter wanneer de gebruikelijke “trap op, trap af” systematiek weer wordt aangezet. Deze besluitvorming is aan het nieuwe kabinet. In onze begroting volgen wij de accresbegroting van het kabinet, behalve wanneer de accrespercentages hoger zijn dan het meerjarige gemiddelde van 2,81%. Hiervoor hanteren wij een stelpost voorzichtigheid (besluit in Najaarsnota 2019). Deze bedraagt in 2022 N 931 en in 2025 N 382. In 2023 en 2024 is het accres lager dan dit gemiddelde, waardoor er geen stelpost nodig is. De accressen van 2020 en 2021 zijn inmiddels definitief.

Ook wijzen wij op de herziening van het gemeentefonds, die kan leiden tot herverdeeleffecten tussen gemeenten. Na verwachting gaat de herziening in het najaar van 2020 in consultatie. Wanneer wij hierover informatie hebben, delen wij deze met u.

Advies raadswerkgroep SIR

In april 2019 en mei 2020 heeft de raadswerkgroep SIR een aantal bijeenkomsten gehad. Hieronder geven wij aan hoe wij met de adviezen om zijn gegaan.

Nummer Advies werkgroep Hoe verwerkt in Najaarsnota 2020?
1 Blijf de meerjarige doorrekening van de verschillende ratio’s, indicatoren en kengetallen presenteren in P&C-documenten. Hier is aan voldaan.
2 Blijf in de meerjarige doorrekening binnen de neutrale categorie van onze toezichthouder voor wat betreft de netto schuldquote (< 130%) en de solvabiliteit (> 20%). Hier is aan voldaan.
3 Blijf voldoen aan de wettelijke regelgeving vanuit de wet HOF indien hier wijzigingen op ontstaan en kom/blijf voor de periode 2024 tot en met 2027 gemiddeld binnen de referentiewaarde voor het EMU-saldo en streef naar een waarde van minimaal € 0 EMU-saldo vanaf 2027. Hier is niet aan voldaan. Gemiddelde 2024-2027 is -/- 12.359. Referentiewaarde is -/- 7.518. EMU-saldo is in 2027 -/- 2.933 en in 2028 -/- 2.157.
4 Minimaliseer het aantal bestemmingsreserves, aangezien bestemmingsreserves weliswaar een dekkingsmiddel zijn, maar nadrukkelijk geen financieringsmiddel. Uitgevoerd in Voorjaarsnota 2019.
5 Blijf behoudend begroten; Zet daarbij financiële voordelen eerst en vooral in voor versterking van de balans en het terugdringen van de verwachte schuldenlast; Laat zichtbaar de afweging terugkomen over het mogelijk heroverwegen en/of temporiseren van eerder gemaakte keuzes in de P&C-cyclus; Zoek voor het rentepercentage voor de nieuwe langlopende leningen aansluiting bij de bovenkant van wat omliggende gemeenten als lange termijn rente hanteren; Handhaaf de soort “behoedzaamheidsreserve” voor de te ontvangen accressen in de Algemene uitkering; Verhoog de lasten voor de Capellenaar niet met meer dan de inflatie, zolang daar geen directe noodzaak voor is. Rente: uitgevoerd in Najaarsnota 2019 en opnieuw in Voorjaarsnota 2020. In de Begroting 2021 zijn de percentages verlaagd meer in lijn met regiogemeenten. Algemene uitkering: uitgevoerd in Najaarsnota 2019, door de raming voor het accres te zetten op het 25-jarige gemiddelde van 2,81% i.p.v. accresraming van circulaire. Bij de meicirculaire 2020 is het accres voor de jaren 2020 en 2021 gefixeerd en derhalve ook op deze wijze verwerkt in onze begroting. Belastingen: geïndexeerd in deze Begroting 2021; afvalstoffenheffing: deels verhogen voor Afvalactieplan (principe van kostendekkendheid) en deels uit algemene middelen dekken.
6 Formuleer een procesvoorstel voor de actualisatie van de Kadernota Kerntakendiscussie 2010, zodat actualisatie nog dit jaar plaats kan vinden. Het procesvoorstel is gelijktijdig met deze Najaarsnota aan uw raad aangeboden. We koersen aan op het voorleggen van keuzes in de Voorjaarsnota 2021.
7 Bepaal vanaf 2020 de norm voor de Debt Service Coverage Ratio (DSCR) op minimaal 1,0. Hier is niet in alle jaren aan voldaan. In 2021 komt deze uit op -0,1. Dit wordt met name veroorzaakt door een negatief resultaat in dat jaar.
8 Begroot behoedzaam en behoudt vooralsnog de volledige Eneco opbrengst ter versterking van de balans en bepaal op een later moment of een gedeelte van deze opbrengsten incidenteel kan worden ingezet voor het realiseren van bestaande en/of nieuwe beleidswensen. Het bedrag dat minimaal behouden dient te blijven om het wegvallende dividend van structureel € 890.000 te kunnen opvangen bedraagt (tegen 2%) € 44,5 miljoen. Bij de jaarrekening 2020 zullen wij u, in lijn met het bij de Begroting 2021 aangenomen amendement, naar verwachting een voorstel doen voor het vormen van een reserve Eneco.
9 Geef bij elk P&C-document een expliciete toelichting op die resultaten (begrotingsresultaat en EMU-saldo) en ratio’s (netto schuldquote, solvabiliteit en DSCR) waar in enig jaar en/of structureel niet wordt voldaan aan de gestelde kaders. Geef daarbij aan op welke wijze er wel (weer) voldaan gaat worden aan deze kaders. Er is niet voldaan aan een positief begrotingsresultaat (jaar 2021 en 2022) en het EMU-saldo in 2024-2028 (zie punt 3). De DSCR is in het jaar 2021 niet boven 1,0. Daarentegen komt de de netto schuldquote niet boven 130% en de solvabiliteit niet onder 20%. Er is veel protest van gemeenten over te weinig middelen die zij van het kabinet krijgen voor de Jeugdzorg en Wmo. We sluiten ons aan bij dit protest. Bij de Begroting 2021 was het meerjarig oplopende nadeel van de Wmo nog niet verwerkt, maar in deze Najaarsnota 2020 wel. Verder starten wij een proces om de Kadernota kerntaken te actualiseren met uw raad. Bij de Begroting 2021 hadden we de volgende oplopende taakstelling opgenomen in de begroting: V 500 in 2024 t/m 2026, V 1.500 in 2027 en V 2.000 vanaf 2028. Nu bij deze Najaarsnota 2020 passen wij deze aan naar V 2.750 in 2024 en 2025, V 3.000 in 2026, V 4.250 in 2027 en V 5.000 in 2028.