Meer
Publicatiedatum: 06-10-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Paragraaf Lokale heffingen

Inleiding

De paragraaf lokale heffingen bevat een overzicht van de taakvelden waarvan lasten in de heffing zijn meegenomen. Voor de legesheffing geldt dat per hoofdstuk van de tarieventabel. Ook hebben wij de mate van kostendekkendheid en eventuele kruissubsidies toegelicht op hoofdlijnen.

Met het opstellen van deze paragraaf en de begroting hebben wij een primaire prognose van de waardestijging en/of -daling van het onroerend goed binnen de gemeentegrenzen opgesteld. De effecten hiervan zijn in de ramingen meegenomen en overeenkomstig weergegeven in de paragraaf en de begroting.
Gelet op het tijdstip van opstellen is nog geen absolute zekerheid af te geven over genoemde tarieven. Echter het ligt in de lijn der verwachting dat de tarieven 2021 die de raad in december 2020 vaststelt niet substantieel afwijken van de nu in dit document genoemde tarieven.

Het doel van deze paragraaf is om een actueel overzicht van de stand van zaken rondom de gemeentelijke belastingen en heffingen te geven.
Onderwerpen die hierbij aan bod komen zijn:

  • De samenstelling van het pakket aan gemeentelijke belastingen en heffingen
  • De kostendekkendheid van de heffingen
  • De druk van de lokale belastingen en heffingen

De gemeentelijke inkomsten bestaan voor een deel uit eigen belastinginkomsten. De onroerendezaakbelastingen (OZB) horen naast de hondenbelasting en de logiesbelasting tot de zogenoemde algemene dekkingsmiddelen.
Andere belangrijke heffingen waarmee onze gemeente kosten verhaalt zijn de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Beide heffingen worden gerekend tot de specifieke dekkingsmiddelen. Daarnaast heffen wij leges op verstrekte diensten (documenten) en berekenen wij tarieven voor het gebruik van gemeentelijke bezittingen in de vorm van Marktgeld.

Uitgangspunten tarievenbeleid

In het coalitieakkoord 2018-2022 wordt er van uitgegaan dat er geen lastenverzwaring worden doorgevoerd. De belastingtarieven zijn voor 2021 met het inflatiepercentage van de prijsontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (1,7%) geïndexeerd. Daarnaast zijn de tarieven voor de overige heffingen zoals afvalstoffenheffing, rioolheffing en marktgelden op een kostendekkend niveau gehandhaafd. Ook bij de leges is het uitgangspunt van kostendekkende tarieven zoveel mogelijk toegepast. Binnen de legesverordening worden er drie titels toegepast: Algemene dienstverlening, Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning en Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn. Bij het bepalen van de kostendekkendheid wordt het principe van kruissubsidiëring toegepast. Dit betekent dat alle titels tezamen worden beoordeeld voor het bepalen van de kostendekkendheid.  

Berekening overhead


De berekening van de in deze paragraaf genoemde post overhead is als volgt. De verhouding tussen de totale som van de overhead en de totale som van de personeelslasten vermenigvuldigt met de totale begrote personeelslasten voor deze taak. Voor 2020 bedroeg dit 69,69%, in 2021 is dit 64,90%.

Baten en lasten belastingen en heffingen

De begrote baten en lasten belastingen/ heffingen 2021 zijn:

Begrote baten belastingen / heffingen 2021
Onroerende zaakbelastingen 12.039
Afvalstoffenheffing 7.906
Rioolheffing 4.071
Hondenbelasting 305
Logiesbelasting 72
Totaal 24.393
Begrote lasten belastingen / heffingen 2021
Voorziening dubieuze debiteuren 134
Kwijtschelding afvalstoffenheffing 641
Kwijtschelding rioolheffing 140
Kwijtschelding hondenbelasting 22
Totaal 937

Belastingdruk over de jaren

De gemiddelde woonlast voor een huishouden van twee personen (OZB, afvalstoffenheffing en rioolrechten gebruikers + eigenaren) bedroeg in 2017 € 581,43. In 2021 bedraagt de gemiddelde woonlast € 617,08. In de periode 2017-2021 betekent dit een lastenverzwaring van 6,1%.

Lokale lastendruk in relatie tot andere gemeenten

Bovenstaande overzichten geven een inzicht in de situatie binnen de gemeente Capelle. Om dit in een breder perspectief te plaatsen is hieronder een overzicht opgenomen met daarin de gegevens van de gemeenten die in de directe omgeving van de gemeente Capelle aan den IJssel gelegen zijn.
De gegevens die hiervoor gebruikt zijn, zijn afkomstig uit de “Atlas van de lokale lasten 2020” van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO), Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen.
Hoe lager het in de tabel gebruikte rangnummer, des te lager de woonlasten in die gemeenten zijn.

Meerpersoons huishouden Eigenaar – bewoner Huurder
Woonlasten Rangnummer landelijk Rangnummer provincie ZH Woonlasten Rangnummer landelijk Rangnummer provincie ZH
Capelle aan den IJssel 634 17 4 338 128 12
Krimpen aan den IJssel 904 324 45 458 251 32
Nissewaard 722 75 13 345 138 14
Ridderkerk 747 109 15 385 180 24
Rotterdam 776 153 20 371 163 20
Schiedam 803 205 27 353 150 18
Vlaardingen 800 197 25 352 144 15
Zuidplas 839 259 35 292 84 3
gemiddeld Zuid-Holland 788 410

Wet waardering onroerende zaken (WOZ)

In 2020 is de jaarlijkse herwaardering van alle onroerende zaken uitgevoerd. Alle objecten zijn gewaardeerd naar het waardepeil van 1 januari 2020. Wij informeren de belanghebbenden (eigenaren en gebruikers) over de uitkomst van de waardevaststelling begin 2021 door middel van een voor bezwaar en beroep vatbare waardebeschikking. Deze waarde vaststelling is alleen van toepassing voor de belastingheffingen van het jaar 2021. De prijspeildatum ligt één jaar voor het WOZ-tijdvak.

Onroerendezaakbelastingen woningen & niet-woningen (taakveld 0.61 en 0.62)

De onroerendezaakbelastingen (OZB) zijn de omvangrijkste gemeentelijke belastingen. De opbrengst behoort tot de algemene dekkingsmiddelen en mag vrij worden besteed. De gemeente is autonoom bij het bepalen van de OZB-tarieven. Er worden door het Rijk geen maximale tarieven bepaald.
Met ingang van 2020 is een benchmark ingevoerd die niet alleen de OZB maar ook de riool- en de afvalstoffenheffing van de verschillende gemeenten in Nederland met elkaar vergelijkt. De benchmark geeft een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de gemeentelijke tariefontwikkeling per provincie, net als de landelijke en provinciale gemiddelden. Deze vergelijking maakt de onderlinge verschillen tussen gemeenten nog inzichtelijker. Het overzicht vergelijkt binnen de provincie de tariefswijzigingen per gemeente en het cumulatief bedrag van de drie heffingen per gemeente.

Als gevolg van de jaarlijkse waarde herziening wordt voor 2021 een nieuwe WOZ-waarde bekend gemaakt. In deze waarde zijn de gevolgen van de ontwikkelingen op de vastgoedmarkt zichtbaar. Er mag geen misverstand over bestaan dat uitsluitend rekening gehouden wordt met de marktontwikkelingen rond de prijspeildatum 1 januari 2020.

Sinds 2015 is er weer sprake van een stijging van de woningmarkt. Er is een heel duidelijke toename van het aantal verkopen en ook een stijging van de transactieprijzen waarneembaar. Het vorige jaar was de stijging al fors met 12,5%, maar ook in het afgelopen jaar heeft deze trend zich nadrukkelijk voortgezet hetgeen resulteert in beduidend hogere huizenprijzen. De huidige inschatting is dat deze over de gehele bandbreedte met 7,1% zijn gestegen.
De forse prijsstijgingen in het voorafgaande jaar waren een indicatie voor de stijging van het aantal te ontvangen bezwaarschriften. Nu deze trend zich verder heeft voortgezet in combinatie met de corona crisis lijkt het welhaast onvermijdelijk dat ook het aantal bezwaarschriften verder zal oplopen.

Bij het bedrijfsvastgoed is er in het afgelopen jaar weer sprake van een stijgende marktontwikkeling. Ondanks dat Capelle sterk afwijkt (ruim 30%) van het landelijk leegstandspercentage van 15% en de daling van de waarde van de incourante objecten laat het totale waardeareaal van de niet-woningen een lichte stijging zien.

In algemene zin compenseren wij de marktontwikkeling van woningen en niet-woningen volledig in de tarieven van de gemeente Capelle aan den IJssel.

Tarieven OZB

De tarieven voor de OZB voor het Belastingjaar 2021 zijn gebaseerd op de geprognosticeerde uitkomsten van de waarde herziening met als prijspeildatum 1 januari 2020. Hierbij is uitgegaan van de tarieven 2020. Daarnaast zijn tegelijkertijd de areaalaanpassingen verwerkt in de berekening. Dit betreft zowel uitbreidingen (nieuw-/verbouw) als sloopobjecten.

Mutatie WOZ-waarden huidige areaal Woningen Niet-woningen
Totale WOZ-waarde 2020 7.071.000 1.000.812
Totale WOZ-waarde 2021 7.573.041 1.010.820
Procentuele toename 7,10% 1,00%
Mutatie WOZ-waarden nieuwe areaal Woningen Niet-woningen
Totale WOZ-waarde 2021 bestaand areaal 7.573.041 1.010.820
Nieuwbouw 2020 47.200 0
Amovatie 2020 -36.000 -9.085
Totale WOZ-waarde 2021 (a) 7.584.241 1.001.735


De tarieven worden gecompenseerd met de uitkomst van de herwaardering. De definitieve WOZ-waarden 2021 zijn eind 2020 beschikbaar. Daarnaast zijn deze gecorrigeerd voor de toegepaste inflatiecorrectie. Voor 2021 voorzien wij voorlopig de volgende tarieven:

Woningen proportioneel 2021
Eigenaren: 0,0950 %

Niet-woningen proportioneel 2021
Eigenaren: 0,2894 %
Gebruikers: 0,02409 %

Nieuwe proportionele tarieven 2021 Woningen Niet-woningen
eigenaar eigenaar gebruiker
Voor waardeherziening (x) 0,1104% 0,2800% 0,2331%
Na waardeherziening (y) 0,9340% 0,2845% 0,2368%
Na indexering = tarief 2021 (z) 0,0950% 0,2894% 0,2409%
Begrote opbrengst 2021 Woningen Niet-woningen
eigenaar eigenaar gebruiker
Totale WOZ-waarde 2021 (a) 7.584.241 1.001.735 1.001.735
Tarief 2021(z) 0,0950% 0,2894% 0,2409%
Totale heffingsgrondslag 7.205 2.899 2.413
Leegstand -478
Dubieuze debiteuren -38 -14
Begrote opbrengst 2021 7.167 2.899 1.921
Totale begrote opbrengst 2021 11.987

Hondenbelasting (taakveld 0.64 )

De hondenbelasting is een algemene belasting waarvan de opbrengst ten goede komt aan de algemene middelen. De opbrengst is niet specifiek bedoeld voor het dekken van kosten die gerelateerd zijn aan het uitvoeren van beleid ter bestrijding van overlast door honden.

Door het uitbreken van de corona crisis is er geen gelegenheid meer geweest om de huis-aan-huis controleurs uit te voeren. Normaal worden er jaarlijks ongeveer 10.000 adressen bezocht. Op die wijze wordt de afname van het aantal geregistreerde honden min of meer gecompenseerd door het aantal nieuwe aanmeldingen als gevolg van de controles. Controles zijn er nu niet gehouden waardoor we nu met een lichte daling van het aantal geregistreerde honden te maken hebben. Ondanks het toepassen van de inflatiecorrectie van 1,7% is er sprake van een lichte afname van de baten naar 305.

Hondenbelasting
Baten heffing 305
Kwijtschelding -22

Toelichting opbrengsten taakveld
De opbrengst hondenbelasting behoort tot de algemene dekkingsmiddelen van de gemeente.

Toelichting baten heffing
Door de corona crises en het ontbreken van de huis-aan-huis controles is aantal geregistreerde honden licht gedaald. Geraamde opbrengst 305.

Toelichting lasten taakveld
Binnen de unit Belastingen voert de taakgroep Heffingen de hondenbelasting uit. Deze taakgroep houdt de geautomatiseerde registratie van het hondenbezit up-to-date en past de opgelegde aanslagen aan naar aanleiding van wijzigingen in het bezit. In reguliere situatie is het gebruikelijk dat wij daarnaast een jaarlijkse controle op het hondenbezit uitvoeren. Zodra de corona crisis voorbij is zal dit opnieuw opgepakt worden. Met betrekking tot de inning zijn er geen te kwantificeren kosten omdat de hondenbelasting meelift met de heffing en inning van de aanslagen gemeentelijke belastingen.
De afdeling Stadsbeheer maakt in het kader van het beleid tot bestrijding van hondenpoep diverse kosten zoals de aanleg en onderhoud van uitlaatplaatsen.

Bedrijveninvesteringszones (BIZ) (taakveld 3.1 )

De ondernemers op CapelleXL hebben sinds 2012 een Bedrijfsinvesteringszone (BIZ). Dit is een wettelijk instrument waarmee de ondernemers gezamenlijk investeren in de kwaliteit en uitstraling van hun bedrijfsomgeving. Van deze eerste BIZ zijn vooral de fysieke resultaten, zoals de upgrading van het groen en de verbeterde parkeervoorzieningen, zichtbaar. In het eerste kwartaal van 2016 hebben de ondernemers op CapelleXL voor een vervolg van de BIZ gestemd. De BIZ wordt hierdoor voortgezet voor de jaren 2016 t/m 2020. Dit gebeurt op basis van de per 1 januari 2015 in werking getreden (nieuwe) Wet op de Bedrijfsinvesteringzones. Deze wet biedt de mogelijkheid nieuwe BIZ-initiatieven te realiseren worden. Speerpunten voor de jaren 2016 t/m 2020 zijn onder meer beveiliging, gebiedsontwikkeling, gebiedspromotie en bereikbaarheid.

De 2e BIZ CapelleXL periode loopt op 31-12-2020 af. Het is de bedoeling de BIZ opnieuw voor 5 jaar vast te stellen. Dat betekend tot nog dit jaar de overeenkomst ter goedkeuring aan de raad wordt voorgelegd en dat de stemming in het 1e kwartaal 2021 wordt gehouden. Dit alles om, met terugwerkende kracht, de 3e periode BIZ CapelleXL in te laten gaan op 1-1-2021.
De BIZ CapelleWest loopt nog door tot 31-12-2021. Komend jaar wordt de stemming voor een 2e periode voorbereid.

De heffingsplichtigen zijn alle gebruikers van een pand gekarakteriseerd als niet-woning, vallend binnen het BIZ gebied. Voor de bepaling van de bijdrage van de ondernemers heeft het bestuur gekozen voor een bijdrage gerelateerd aan de WOZ waarde. De netto-opbrengst wordt in de vorm van een subsidie uitgekeerd.
In het eerste kwartaal van 2017 hebben de ondernemers op Capelle West met een ruime meerderheid eveneens voor een Bedrijfsinvestering zone gestemd. Deze BIZ wordt hierdoor voor de jaren 2017 t/m 2021 ingezet.

Perceptiekosten
Dit budget is benodigd voor het aanpassen van grondslagen, afhandelen van bezwaarschriften, doorvoeren van wijzigingen in de objectafbakening, het verzenden van de aanslagbiljetten en aanmaningen, inning van de openstaande posten en het uitvoeren van dwanginvordering maatregelen.

Risicobijdrage
Risicobijdrage betreft 1% van de omzet. Dit percentage is gereserveerd voor oninbare posten.

Geraamde opbrengst
Voor de BIZ Capelle XL zijn ruim 370 objecten in de heffing betrokken en voor de BIZ Capelle West zijn dit een kleine 130 objecten. In totaal brengen wij ruim 500 aanslagbiljetten in rekening. Geraamde opbrengst 288.

Marktgeld (taakveld 3.3 )

Vanwege afnemende interesse van winkeliers is de kleinere markt aan het Pier Panderplein omgevormd naar een groep standplaatshouders en verplaatst naar het nabij gelegen plein aan de Aïda. De effecten van de corona crisis op de weekmarkt in 2020 zijn vooralsnog van beperkte aard gebleken. Daarom gaan we er vanuit dat de weekmarkt in 2021 gedurende het gehele jaar gehouden zal kunnen worden. Hieronder beschrijven wij de kostenopzet voor de weekmarkt in Capelle-Centrum. Voor de markt in Capelle Centrum geldt dat de lasten en baten voor 76% in evenwicht zijn.

In de onderstaande tabel geven wij een overzicht van de kostendekkendheid.

Marktgeld begroting Capelle Centrum
1. Personeelslasten 17
2. Overhead 11
3. Materiële lasten 39
4. Afschrijvingslasten 19
Totaal lasten 86
Totaal baten 65
Kostendekkendheid 76%


Toelichting Baten heffing

Voor de weekmarkt geldt dat er, door het per kwartaal berekenen van de tarieven voor standplaatshouders die in het bezit zijn van een jaarplaats, een bezettingsgraad ontstaat van 100% (bij afwezigheid wordt de vrijgekomen plaats op dat moment aan een ander beschikbaar gesteld). Hierdoor kennen wij een reductie toe op deze tarieven van 10% van het dagtarief.

Berekening tarieven
Voor 2021 worden de tarieven trendmatig aangepast met de inflatiecorrectie van 1,7%. Voor winkeliers die een plek voor een kwartaal reserveren, geldt een gereduceerd tarief van 10%. In de onderstaande tabel staan de nieuwe tarieven.

In het verleden zijn de markttarieven berekend op basis van de beschikbare vierkante meters op de markt en de aanname van een dekking van 100%. Omdat de markt naar een tijdelijke locatie onder de metrobaan is verplaatst, kan er niet meer gerekend worden met deze gegevens. Daarom wordt nu de indexatie op het tarief van vorig jaar toegepast.

2020 2021
Dagtarief per m2 € 0,57 € 0,58
Kwartaaltarief per m2 inclusief 10% korting € 6,79 € 7,02

Logiesbelasting (taakveld 3.4 )

Deze belasting heffen wij bij het overnachten van niet-ingezetenen van de gemeente in hotels, pensions en B&B’s. De opbrengst van de logiesbelasting is niet bedoeld om de kosten van toeristische voorzieningen te dekken, maar komt ten gunste van de algemene middelen van de gemeente. Deze belasting is in ruime mate gebaseerd op de profijtgedachte.

De afgelopen jaren zijn de opbrengsten gestegen door een toename van het aantal overnachtingen. De effecten van de corona crisis laten zich op het moment van opstellen van de begroting nog moeilijk inschatten. Vooralsnog lijkt er nog geen reden om aan te nemen dat de opbrengsten voor het komend jaar lager zullen uitvallen. Derhalve gaan we uit van een door het aangepaste tarief gecorrigeerde opbrengst van 72. Andere inkomsten zijn bij logiesbelasting niet van toepassing.

Het jaarlijks indexeren van het tarief logiesbelasting is gelet op de hoogte van het tarief weinig effectief, daarom wordt het tarief elke drie jaar met € 0,05 verhoogd. De laatste verhoging heeft in 2018 plaats gevonden zodat in 2021 de tarieven weer worden aangepast. Voorgesteld wordt om het tarief per overnachting voor 2021 op € 1,25 per persoon per overnachting vast te stellen.

Toelichting opbrengsten taakveld
De opbrengst logiesbelasting behoort tot de algemene dekkingsmiddelen van de gemeente.

Toelichting Lasten taakveld
Binnen de unit Belastingen voert de taakgroep Heffen de logiesbelasting uit. Ieder kwartaal nodigen wij diverse belastingplichtigen uit om aangifte te doen. Wijzigingen naar aanleiding van de aangiftes houden wij bij in de geautomatiseerde registratie en passen wij de op te leggen aanslagen aan.
Door de geringe hoeveelheid belastingplichtigen en daarmee samenhangende acties voor de heffing en inning is er slechts een zeer beperkte inzet van de unit benodigd.

Kwijtscheldingen (taakveld 6.3 )

Wij handhaven het bestaande kwijtscheldingsbeleid. Dit betekent dat als men niet in staat is om de aanslag gemeentelijke belastingen te betalen, bij de gemeente een verzoek om kwijtschelding kan worden ingediend. Kwijtschelding kan alleen aangevraagd worden voor afvalstoffenheffing, rioolheffing gebruikers en de hondenbelasting (alleen eerste hond).
Bij de beoordeling van een kwijtscheldingsverzoek toetsen wij, met behulp van een geautomatiseerde inkomenstoets, het inkomen bij het Inlichtingenbureau (opgericht door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de VNG) voordat er kwijtschelding wordt verleend. Het Inlichtingenbureau (IB) toetst de gegevens die nodig zijn voor eventuele kwijtschelding aan de voorwaarden om voor kwijtschelding in aanmerking te komen. Het gaat hierbij om gegevens van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SoZaWe), de Belastingdienst en de Dienst Wegverkeer (RDW).

De criteria die gehanteerd worden, zijn vastgelegd in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de beleidsregels met betrekking tot invordering van gemeentelijke belastingen 2021 (Leidraad invordering) en de Verordening kwijtscheldingsregeling gemeentelijke belastingen 2021.

De zogenaamde automatische/ambtshalve kwijtschelding blijft onverkort van toepassing. Hierbij gaat het om cliënten die in voorgaande jaren kwijtschelding hebben gekregen. Doordat inkomens van jaar tot jaar sterk kunnen verschillen passen wij een jaarlijkse inkomenstoets toe. Ook voor ondernemers blijft het mogelijk om kwijtschelding aan te vragen voor aanslagen gemeentelijke belastingen in de privésfeer.

Toelichting
De kwijtschelding wordt binnen de unit Belastingen uitgevoerd. Hier handelen wij de meerjarige kwijtschelding als ook de incidentele aanvragen voor kwijtschelding af.
Voor het belastingjaar 2021 verwachten we voor zowel de Afvalstoffenheffing alsook de Rioolheffing een 1.850 -tal belastingplichtigen kwijtschelding te verlenen. Dit betreft de groep meerjarige kwijtschelders. Daarnaast verwachten we 1.600 incidentele aanvragen.

Kwijtschelding
Lasten taakveld 31
Overhead 22
Totale lasten taakveld 53
Lasten heffing 803
Andere inkomsten n.v.t.
Totale lasten 803
Specificatie lasten heffing Meerjarig Incidenteel Totaal
Afvalstoffenheffing 466 175 641
Rioolheffing 102 38 140
Hondenbelasting 16 6 22
Totaal 584 219 803

Rioolheffing (taakveld 7.2)

Rioolheffingen kunnen zowel van de eigenaar (aansluitrecht) als van de gebruiker (afvoerrecht) van woningen en bedrijfspanden worden geheven. Wanneer er sprake is van grootverbruikers (meer dan 250 m³) wordt het tarief gekoppeld aan het waterverbruik. Voor wat betreft de rioolheffing eigenaar wordt er slechts één tarief voor het vastrecht toegepast. Woningen en bedrijven betalen tot 250 m³ waterverbruik een vast tarief, daarboven geldt een tarief dat afhankelijk is van het waterverbruik. Ook bij het bepalen van de tarieven van deze heffing is uitgegaan van het solidariteitsprincipe, waarbij rekening gehouden wordt met een bedrag aan te verlenen kwijtschelding bij het gebruikersdeel. Daarnaast wordt binnen de opbrengst eveneens rekening gehouden met oninbare bedragen.

VGRP
Het verbrede Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP) beschrijft het beleid ten aanzien van de riolerings- en grondwaterzorg. Het VGRP is gebaseerd op de Wet milieubeheer en is in overleg met andere overheden tot stand gekomen. De looptijd van het huidige VGRP is van 2016-2020. In dit plan is de onderhouds- en exploitatieplanning  vastgelegd. Momenteel wordt gewerkt aan het VGRP 2021-2025 wat naar verwachting in 2021 wordt afgerond. Het VGRP geeft aan wat op basis van de te verwachten kosten benodigd is aan inkomsten uit de rioolheffing om de lasten te kunnen dekken. Hierbij wordt uitgegaan van de kapitaallasten die voortvloeien uit de feitelijke investeringen en is daarom van invloed op  de tarieven voor de rioolheffing. Het komt in de praktijk soms ook voor dat de kosten voor de eerste aanleg van nieuwe rioleringen in anterieure overeenkomsten verrekend worden met ontwikkelaars. Deze kosten maken dan geen deel uit van de kostendekkendheid. Voor 2021 wordt de indexering van 1,7% toegepast. 

Kostendekkendheid rioolheffing
Lasten taakveld 7.2 riolering (specificatie zie tabel hieronder) N3.684
Baten taakveld exclusief heffingen:
• bijdrage onderhoud gemalen V250
• huurbaten V28
Netto lasten taakveld N3.407
Toe te rekenen indirecte lasten: (overhead)
• overhead N849
Totale lasten N4.256
Baten rioolheffing V4.071
Kwijtscheldingen N140
Opbrengst rioolheffing V3.931
Kostendekkendheid rioolheffing 92,4%
Specificatie Lasten taakveld 7.2 rioolheffing
Afschrijving N807
Bedrijfs Verzekeringspremies N9
Dotatie voorziening dubieuze debiteuren N32
Energie N213
Onderhoud subgemalen N45
Overige goederen en diensten N1.074
Rente N56
Toerekening kosten panden Stadsbeheer van FD N162
Kosten bedrijfsvoering:
Personeel Stadsbeheer N1.224
Personeel unit Belastingen N62
Totaal lasten taakveld 7.2 riolering N3.684
Percentage toerekening lasten aan eigenaren 42%
Percentage toerekening lasten aan gebruikers 58%


Toelichting lasten taakveld

Ten opzichte van 2020 zijn de grootste verschillen te vinden in:

  • de stijging van de afschrijvings- en energielasten en een hogere doorbelasting van de personeelslasten;
  • daartegenover staat een lagere toerekening van rentelasten, echter kan dit de stijging aan lasten maar ten dele opvangen.

Toelichting baten rioolheffing
Ten opzichte van 2020 is er sprake van een stijging van de baten welke grotendeels te verklaren is door de toegepaste prijsindexatie op basis van de prijsontwikkeling van het bruto binnenlands product.

Aantal aansluitingen
Het aantal aansluitingen is verkregen door het geschatte aantal aansluitingen per 1 januari 2020 te vermeerderen met het aantal tot medio 2021 op te leveren woningen. 

Aantal aansluitingen riool
Het geschat aantal aansluitingen per 1 januari 2020 32.983
Tot medio 2020 op te leveren woningen 236
Tot medio 2020 te amoveren woningen -445
Wijzigingen niet-woningen 0
Totaal aantal eenheden (eigendom) 32.774
Leegstand 1.943
Automatische kwijtschelding 1.850
Overige kwijtschelding 650
Totaal aantal eenheden (gebruikers) 28.331
Gemiddelde tussen aantal eigendom en gebruikers 30.553

 

Tarieven 2021
Voor de tariefberekening behoeven niet alle kosten, zoals BTW, te worden toegerekend aan het taakveld. Hierdoor is het mogelijk om tegemoet te komen aan het streven van gelijkmatige tariefontwikkeling. Door het toepassen van de prijsindexatie van 1,7% wordt het tarief 2021 zowel voor de gebruikers als ook de eigenaren verhoogd. De tarieven worden afgerond in hele euro's. Door de afronding ligt de stijging boven de 1,7% prijsindexatie zoals opgenomen in de uitgangspuntenbrief. Dit in tegenstelling tot de begroting 2020 waar de tarieven voor zowel het eigenaren als gebruikersdeel door de afronding op hele euro's beneden de 2,0% prijsindexatie uitkwam zoals opgenomen in de uitgangspuntenbrief.

Tarieven rioolheffing (na afronding) 2021 2020
Eigenaren € 70 € 68
Gebruikers € 56 € 55
Totaal € 126 € 123

Toelichting mutatie voorziening rioolheffing middelen derden
Wat betreft de baten is het uitgangspunt het jaarlijks toepassen van de prijsindexatie met een stijging van € 10. De stijging van € 10 was meerdere jaren niet noodzakelijk. Met de Voorjaarsnota 2019 is besloten deze voor het eerst in 2022 doorgang te laten vinden. Ook voor de jaren daarna is deze stijging noodzakelijk om te voorkomen dat het saldo van de voorziening ontoereikend wordt. Ondanks deze stijging daalt het saldo in de voorziening, maar blijft het saldo ultimo 2024 nog wel positief.

Voorziening rioolheffing middelen derden Begroting 2021 2022 2023 2024
Baten rioolheffing V4.071 V4.396 V4.754 V5.047
Kwijtscheldingen N 140 N 150 N 163 N 173
Totale netto baten V3.931 V4.246 V4.592 V4.875
Lasten riolering N3.684 N3.982 N4.079 N4.710
Baten taakveld exclusief heffingen V278 V278 V278 V278
Indirecte lasten (overhead) N849 N849 N849 N849
Totale lasten N4.256 N4.554 N4.651 N5.281
Mutatie voorziening middelen derden N325 N308 N59 N407
Stand voorziening middelen derden per 31 december V1.614 V1.306 V1.247 V840
Kostendekkendheid rioolheffing 92,4%

Afvalstoffenheffing (taakveld 7.3)

De kosten van afvalinzameling en verwerking worden aan de gezinshuishoudens in rekening gebracht via een afvalstoffenheffing. In onze gemeente wordt bij de heffing uitgegaan van een tariefdifferentiatie, waarbij het tarief afhankelijk is gesteld van het aantal personen in een huishouden. De opbrengst van de afvalstoffenheffing behoort niet tot de algemene middelen, maar moet worden gebruikt om de kosten te dekken van afvalinzameling en verwerking. Uitgangspunt voor de vaststelling van de tarieven is maximaal 100% kostendekkendheid. Bij het bepalen van de tarieven is uitgegaan van het solidariteitsprincipe, waarbij rekening gehouden wordt met een bedrag aan te verlenen kwijtschelding. Daarnaast wordt binnen de opbrengst rekening gehouden met oninbare bedragen.

Koatendekkendheid afvalstoffenheffing
Lasten taakveld 7.3 afvalstoffenheffing (specificatie; zie tabel hieronder) N8.381
Baten taakveld exclusief heffingen:
• nascheiding afval V982
• dividend Irado V330
Netto lasten taakveld N7.069
Toe te rekenen lasten:
• indirecte lasten (overhead + rentelasten aandelen Irado N200
Totale lasten N7.269
Baten afvalstoffenheffing V7.906
Kwijtscheldingen N641
Totale baten (opbrengst heffingen) V7.265
Kostendekkendheid afvalstoffenheffing 99,9%
Sepcificatie Lasten taakveld 7.3 afvalstoffenheffing
Afschrijving N562
Afvalbelasting N572
Afvalinzameling en -verwerking N5.158
Dotatie voorziening dubieuze debiteuren N50
Energie N5
Inkopen algemeen N477
Nascheiding afval N742
Perscontainer N60
Rente N16
Straatreiniging N347
Lasten bedrijfsvoering:
Personeel Stadsbeheer N286
Personeel unit Belastingen N105
Totaal lasten taakveld 7.3 afvalstoffenheffing N8.381


Toelichting lasten taakveld

  • Er is sprake van een stijging van de lasten voor de afvalinzameling en verwerking door een structurele prijsindexatie voor de afvalinzameling en hogere verwerkingskosten voor het GFT-afval en nascheiding van afval. Daarnaast is het belastingtarief op het verbranden van huishoudelijk afval verhoogd;
  • Het Afvalactieplan brengt extra lasten met zich mee. Zie hiervoor het opgenomen voorstel in de Begroting 2021 waarin deze lasten staan gespecificeerd. In de periode 2021-2023 wordt jaarlijks voor V 250 dekking gevonden uit de inzet van de Eneco middelen ter dekking van de extra hoge lasten N 250 jaarlijks gedurende deze periode ten opzichte van de jaren vanaf 2024. Zowel de baat V 250 als deze last N 250 zijn daarom niet meegenomen in de Voorziening afvalstoffenheffing middelen derden en daarom ook niet meegenomen in de berekening van de kostendekkendheid;
  • Tegenover de stijging van de lasten wordt een voordeel gerealiseerd door de lagere toerekening van de rentelasten en op de afschrijvingslasten door een langere levensduur van de ondergrondse afvalcontainers. Zie ook de toelichting welke hierover is opgenomen in de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen. Dit voordeel kan echter de stijging aan lasten slechts ten dele opvangen.

Toelichting baten afvalstoffenheffing

  • Ten opzichte van 2020 is er sprake van een stijging van de baten welke grotendeels te verklaren is door een prijsindexatie van 1,7% op basis van de prijsontwikkeling van het bruto binnenlands product. Daarnaast is er sprake van een stijging van de baten ter dekking van de lasten van het Afvalactieplan. Zie hiervoor het opgenomen voorstel in de Begroting 2021.

Tarieven 2021
Voor de tariefberekening behoeven niet alle kosten, zoals BTW, te worden toegerekend aan het taakveld. Hierdoor is het mogelijk om tegemoet te komen aan het streven van gelijkmatige tariefontwikkeling.  We passen een prijsindexatie van 1,7% op het tarief voor 2021 toe. Daarnaast stijgt het tarief met gemiddeld € 12 per jaar per huishouden als gevolg van het afvalactieplan.

Aantal huishoudens
Het aantal aansluitingen is verkregen door het geschatte aantal aansluitingen per 1 januari 2020 te vermeerderen met het aantal tot medio 2021 op te leveren woningen.

Aantal aansluitingen afval
Het geschatte aantal aansluitingen per 1 januari 2020 31.155
Tot medio 2020 op te leveren 236
Tot medio 2020 te amoveren -445
Gemiddeld aantal huishoudens in 2020 30.946
Leegstand -1.056
Automatische kwijtschelding -1.850
Overige kwijtschelding -650
Feitelijk aantal huishoudens 27.390

Toelichting mutatie voorziening afvalstoffenheffing middelen derden
Bij de begroting 2021 is het tarief geïndexeerd met 1,7%.

Toekomstige ontwikkelingen kunnen een negatieve invloed hebben op het verloop van de voorziening. We zien dat het afvoeren van diverse afvalstromen, zoals grofvuil, asbest en klein gevaarlijk (chemisch) afval steeds duurder wordt. Daar tegenover staat een steeds lagere opbrengst van het aangeboden oud papier, textiel en ijzer. Dit betreft een landelijke trend. 

Voorziening afvalstoffenheffing middelen derden 2021 2022 2023 2024
Baten afvalstoffenheffing V7.906 V7.906 V7.946 V7.946
Kwijtscheldingen N641 N641 N644 N644
Totale netto baten V7.265 V7.265 V7.301 V7.301
Lasten taakveld N8.381 N8.414 N8.460 N8.515
Baten nascheiding afval V982 V982 V982 V982
Indirecte baten (dividend Irado) V330 V330 V330 V330
Indirecte lasten (overhead + rentelasten aandelen Irado) N200 N212 N218 N224
Totale lasten N7.269 N7.314 N7.365 N7.426
Mutatie voorziening middelen derden N4 N49 N64 N125
Stand voorziening middelen derden per 31 december N1.450 N1.401 N1.337 N1.212
Kostendekkendheid afvalstoffenheffing 99,9%

Leges

Leges kunnen worden geheven voor gemeentelijke dienstverlening. Legesheffing mag alleen dienen om kosten te verhalen. Het is niet toegestaan dat er winst wordt gemaakt. Dit betekent dat de totale opbrengst uit de legesverordening in zijn geheel niet meer dan de geraamde lasten mag bedragen (opbrengstlimiet). Een belangrijk deel van de legestarieven is gebaseerd op de inzet van personeel
en wordt voornamelijk beïnvloed door de loonontwikkeling.

Binnen de legesverordening worden 3 titels toegepast. Titel 1 heeft betrekking op "Algemene dienstverlening" zoals huwelijken, paspoorten en rijbewijzen, bij Titel 2 gaat het om "Fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning" en bij Titel 3 gaat het om "Diensten vallend onder de Europese dienstenrichtlijn" (overige vergunningen).
Voor een aantal tarieven stelt het Rijk een maximumtarief vast, bijvoorbeeld voor de leges reisdocumenten. Voor de overige legestarieven is de inflatiecorrectie van 1,70 % toegepast. De mate van kostendekkendheid van de legestarieven is onderzocht. Hierbij is uitgegaan van de begrotingscijfers van 2021. De conclusie uit het onderzoek is dat onze legesopbrengsten binnen de geldende kaders niet hoger zijn dan de kosten die we maken.

Uitgangspunt
Het aandeel van het bedrag van overhead is berekend door de verhouding tussen de totale som van de overhead en de totale som van de personeelslasten te vermenigvuldigen met de totale begrote personeelslasten per hoofdstuk.

De kostendekkendheid is in de tabel hierna per 'soort' onderverdeeld. Zowel titel 1 als ook titel 2 en titel 3 kennen een onderdekking waarmee de gehele legesverordening niet boven de kostendekkendheid uitkomt.

Titel 1 Algemene dienstverlening
De in Titel 1 opgenomen legesbedragen zijn gebaseerd op de producten zoals deze door de diverse afdeling aan burgers of bedrijven op aanvraag worden geleverd. Uitgaande van de geraamde lasten en baten is per hoofdstuk de kostendekkendheid bepaald. De lasten die toegerekend zijn, betreffen vooral medewerkers van de afdeling publiekszaken. Ook afdrachten aan het Rijk voor bepaalde leges zijn meegenomen. In Titel 1 is sprake van een onderdekking. De kostendekkendheid voor Titel 1 is 40%.

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning
Bij de in Titel 2 opgenomen legesbedragen gaat het om dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving. Voorbeelden zijn aanvragen van vergunningen voor bouw- of verbouwactiviteiten. De lasten die toegerekend zijn, betreffen vooral medewerkers van de afdeling stadsbeheer die zich bezig houden met leges en vergunningen. Op dit moment worden er plannen gemaakt voor grootschalige transformatie en woningbouw in de wijk Rivium. Vooralsnog is de aanname dat de projectontwikkelaars in 2020 hun aanvragen gaan indienen, waardoor de baten voor de omgevingsvergunningen ook in dat jaar vallen. Tegelijkertijd is er een kans dat de piek van aanvragen verschuift naar latere jaren, als het project meer tijd gaat kosten. Bij de Najaarsnota 2020 beoordelen we opnieuw de planning en passen we de meerjarige begroting eventueel aan. Als de kostendekkendheid van titel II wijzigt, verwerken we dit ook in de Legesverordening 2021, die in de raad van december 2020 voor besluitvorming wordt geagendeerd. De kostendekkendheid voor Titel 2 is 78%. 

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn
De in Titel 3 opgenomen legesbedragen hebben betrekking op de overige vergunningen zoals horecavergunningen en vergunningen voor markten en evenementen. Bij het bepalen van de kostendekkendheid is op dezelfde wijze te werk gegaan als in de overige Titels. De kostendekkendheid in Titel 3 kent een forse onderdekking, hoewel het in absolute zin om relatief geringe bedragen gaat. De kostendekkendheid voor Titel 3 is 3%.

Kruissubsidiëring
De opbrengstlimiet ingevolge artikel 229b van de Gemeentewet brengt met zich mee dat de tarieven van de leges zodanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet uitgaan boven de geraamde lasten ter zake. Verder is van belang dat voor de kostendekkendheid moet worden gekeken naar de totale lasten en totale opbrengsten. Hierbij geldt het beginsel van zogenaamde kruissubsidiëring.
Dit houdt in dat de dekking per product verschillend mag zijn als de dekkingsgraad van alle producten binnen de verordening tezamen maar niet boven 100% uitkomt. Kruissubsidiëring tussen de titels onderling is dus ook mogelijk. Dit is af te leiden uit een arrest van de Hoge Raad van 13 februari 2015  (ECLI:NL:HR:2015:282, nr. 14/00655). Hierin werd door de Hoge Raad uitgemaakt dat de toetsing
van de geraamde baten en lasten aan de opbrengstlimiet van artikel 229b Gemeentewet nog steeds verordeningbreed moet plaatsvinden, dat wil zeggen op het totaal van de geraamde baten van de rechten die in een verordening zijn geregeld en het totaal van de geraamde lasten die de werkzaamheden meebrengen waarvoor deze rechten worden geheven.

Naast de kruissubsidiëring tussen titels, kan deze zich ook voor doen tussen hoofdstukken onderling. Voor 2021 is dat niet van toepassing: bij alle hoofdstukken is er sprake van onderdekking waardoor er van kruissubsidiëring geen sprake is.

Beoordeling kostendekkendheid legesverordening
Voor het beoordelen van de kostendekkendheid geldt dat op basis van de eventuele kruissubsidiëring het totaal van de opbrengsten en lasten van alle titels tezamen beoordeeld moet worden. Op basis hiervan toont onderstaand overzicht aan dat, uitgaande van de opbrengstramingen uit de begroting 2021, de kostendekkendheid van de totale verordening 50% bedraagt. Dit is af te leiden uit de totale geraamde opbrengst ad V 1.532 en de totale geraamde lasten ad N 3.089. Hiermee voldoet de legesheffing aan de wettelijke voorschriften van een maximale kostendekkendheid.

Verordening Omschrijving Personeel Overhead Materiële kosten Automatisering BTW Toezicht & handhaving Overige lasten Mutaties voorziening Afdrachten Rijk Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid
Titel I Algemene dienstverlening
T1 -H2 Reisdocumenten N213 N138 N8 N22 N11 N0 N0 N0 N113 N504 V197 39%
T1 -H3 Rijbewijzen N310 N201 N11 N32 N15 N0 N0 N0 N164 N734 V286 39%
T1 -H9 Overige Publiekszaken N127 N83 N5 N13 N6 N0 N0 N0 N0 N233 V117 50%
T1 -H10 Gemeentearchief N8 N5 N0 N0 N0 N0 N0 N0 N0 N13 V8 57%
T1 -H11 Naturalisatie N116 N75 N4 N12 N6 N0 N0 N0 N0 N213 V107 50%
T1 -H17 Kinderopvang N1 N1 N0 N0 N0 N22 N0 N0 N0 N24 V10 42%
T1 -H18 Kabels en Leidingen N74 N48 N0 N0 N0 N0 N0 N0 N0 N122 V20 16%
Totaal N850 N552 N28 N78 N38 N22 N0 N0 N277 N1.844 V745 40%
Titel II Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning
T2 -H3 Omgevingsvergunning N521 N338 N0 N50 N127 N463 N308 V807 N0 N1.000 V779 78%
Totaal N521 N338 N0 N50 N127 N463 N308 V807 N0 N1.000 V779 78%
Titel III Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn
T3 -div Horeca/evenementen/overig N60 N39 N0 N60 N10 N75 N0 N0 N0 N245 V8 3%
Totaal N60 N39 N0 N60 N10 N75 N0 N0 N0 N245 V8 3%
Totaal legesverordening N1.431 N929 N28 N188 N175 N560 N308 V807 N277 N3.089 V1.532 50%