Algemene uitkering gemeentefonds, Meicirculaire 2020 - Onvermijdelijk
Lasten / Baten: V 2.892 in 2021, V 3.665 in 2022, V 4.441 in 2023, V 3.755 in 2024
Kasstroom: V 2.892 in 2021, V 3.665 in 2022, V 4.441 in 2023, V 3.755 in 2024
In de Meicirculaire 2020 hebben gemeenten informatie ontvangen over de te verwachten inkomsten uit het gemeentefonds. Deze circulaire verwerken wij in deze Begroting 2021 en de Najaarsnota 2020 voor wat betreft de jaarschijf 2020.
Meicirculaire 2020: positief meerjarenbeeld
In de onderstaande tabel geven wij een overzicht van de belangrijkste wijzigingen uit de Meicirculaire 2020. In de tekst geven wij een toelichting.
1. Verdeelmaatstaven medicijngebruik
Bij de Decembercirculaire 2019 ontvingen we het bericht dat de verdeelmaatstaven medicijngebruik nieuwe data hadden. De fondsbeheerders constateerden dat deze zo veel impact hebben, dat ze deze toen al verwerkt hadden in plaats van in de Meicirculaire 2020. De uitkeringsbasis wordt met ongeveer hetzelfde bedrag verlaagd (zie punt 7).
Er is veel kritiek geweest op de maatstaven medicijngebruik en daarom komen ze in het nieuwe verdeelmodel ook niet terug.
2. Gezond in de Stad (DU)
We ontvangen V 10 extra gedurende 2 jaar. We ontvangen nu totaal V 78 in 2020 en 2021. Vooralsnog stopt deze uitkering daardoor in 2022.
3. Overige mutaties
Dit betreft de suppletie- uitkering Sociaal Domein (N 93) en de DU Combinatiefuncties / buurtsportcoaches (V 4) Voor de Combinatiefuncties/buurtsportcaoches
De suppletie-uitkering Sociaal Domein zorgt ervoor dat verdelingsverschillen als gevolg van de integratie van het sociaal domein in 2019 ongedaan gemaakt worden. De Combinatiefuncties/buurtsportcoaches is reeds een oude decentralisatie-uitkering, die op verschillende plekken in de begroting besteed is. We ontvangen V 4 structureel extra.
4. Accres
Het accres is hoger in 2021 en 2022, maar lager in 2020, 2023 en 2024. In jaren 2020 en 2021 wordt het accres gefixeerd, om stabiliteit aan gemeenten te geven. Hierdoor kan onze eerdere behoedzame begroting vrijvallen. Het accres van het nieuwe jaar 2025 is iets hoger dan het meerjarige gemiddelde, waardoor we deze vanuit behoedzaamheid iets verlagen (zie punt 5).
5. Actualisatie Stelpost behoedzaamheid
De stelpost wordt aangepast:
- Vrijval stelpost in 2020 en 2021, omdat het accres wordt gefixeerd;
- Verhoging stelpost in 2022 met N 716, omdat het accres hoger uitkomst dan bij de Septembercirculaire 2019;
- Vrijval stelpost in 2023 en 2024, omdat het nieuwe accres (iets) lager uitkomt dan het gemiddelde en er dus geen stelpost meer nodig is;
- Introductie van stelpost voor 2025.
Per saldo resteert deze stelpost: N 931 in 2022 en N 381 in 2025. In alle andere jaren is het accres conform de raming van de Meicirculaire 2020.
6. Ontwikkeling uitkeringsbasis
Diverse verdeelmaatstaven hebben een groter volume en dit wordt gecorrigeerd via de uitkeringsbasis.
7. Ontwikkeling uitkeringsbasis medicijngebruik
Dit is de tegenhanger van regel 1: door forse toename van de aantallen medicijngebruik, wordt ook de uitkeringsbasis behoorlijk aangepast.
8. Inburgering (IU)
Per 1 juli 2021 treedt de Wet Inburgering in werking. Zowel de incidentele bijdrage in de invoeringskosten als de structurele bijdrage in de uitvoeringskosten wordt verstrekt via een integratie-uitkering. De benodigde middelen voor de kosten van inburgeringsvoorzieningen worden verstrekt via een specifieke uitkering van het Ministerie van SZW.
9. Armoedebestrijding kinderen (IU)
De hoogte van de structurele uitkering wordt elk jaar opnieuw beoordeeld o.b.v. de beschikbare gegevens over kinderen in armoedesituatie. Dit keer pakt dit nadelig voor ons uit. De uitkering wordt verlaagd van V 524 structureel naar V 493 structureel.
10. Doortrekken middelen Jeugdhulp
Vanwege tekorten op de Jeugdhulp hebben gemeenten in de Meicirculaire 2019 voor drie jaar middelen ontvangen voor Jeugdhulp: 2019 t/m 2021. Het kabinet wilde deze middelen niet structureel doortrekken, omdat er onderzoek naar de kosten nodig was. De provinciaal toezichthouders van gemeenten hebben echter aangegeven dat het toegestaan is om de middelen structureel door te trekken in de begroting, omdat kostenstijgingen nu eenmaal niet te vermijden zijn. Heel veel gemeenten hebben dit ook gedaan en in deze Begroting doen wij dit nu ook. Aan het eind van 2020 worden de uitkomsten van het onderzoek verwacht, maar het kabinet laat besluitvorming over de middelen over aan het nieuwe kabinet. In de Septembercirculaire 2020 is al wel te lezen dat de middelen met 1 jaar zijn verlengd naar 2022.
11. Overige mutaties
Dit betreffen mutaties zoals wijzigingen bij verdeelmaatstaven en decentralisatie-uitkeringen.