Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

De jaarrekening is opgemaakt in overeenstemming met de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft en de eigen vastgestelde kaders.

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

Terug naar navigatie - Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het betreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva tegen nominale waarden gewaardeerd.

De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden verwerkt indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn.

Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als bate genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar wordt gesteld.

Met betrekking tot de verwerking van de algemene uitkering heeft de commissie BBV een stellige uitspraak gedaan. Deze uitspraak houdt in dat in de jaarrekening de algemene uitkering wordt opgenomen conform de in het jaar laatst gepubliceerde accresmededeling, die doorgaans is opgenomen in de september circulaire van het boekjaar. Voor de gemeentefondsuitkering in de jaarrekening gaan we uit van de decembercirculaire 2019.

Met betrekking tot de eigen bijdragen die het CAK int en aan de gemeenten afdraagt geldt op basis van de Kadernota rechtmatigheid 2019 van de commissie BBV het volgende. Gemeenten kunnen op basis van de overzichten van het CAK wel de aantallen personen, soort en omvang van de zorgverlening beoordelen met de eigen WMO-administratie. Probleempunt is dat door het ontbreken van inkomensgegevens op deze overzichten de informatie over de eigen bijdrage ontoereikend is om als gemeente de juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen als geheel te kunnen vaststellen. Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdragen door het CAK, heeft de wetgever in feite bepaald, dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dat betekent dat door de gemeenten geen zekerheden over omvang en hoogte van de eigen bijdragen kunnen worden verkregen als gevolg van het niet kunnen vaststellen van de juistheid op persoonsniveau, zoals hiervoor is toegelicht. De gemeente zal deze onzekerheid in de jaarstukken moeten noemen, ook al ligt de oorzaak niet bij de gemeente.

Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken.

Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten dient wel een verplichting opgenomen te worden.

Balans

Terug naar navigatie - Balans

In de volgende onderdelen beschrijven we de grondslagen voor de verschillende posten binnen de jaarrekening.

Immateriële vaste activa

Terug naar navigatie - Immateriële vaste activa

Algemeen
De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs- c.q. vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijving en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. Eventuele van derden verkregen specifieke investeringsbijdragen worden in mindering gebracht op het geactiveerde bedrag (artikel 62 lid 2 BBV). Hierbij wordt de verkregen bijdrage als bate verantwoord.

Voorbereidingskosten strategische gronden
Voorbereidingskosten van strategische gronden worden geactiveerd onder de immateriële vaste activa en worden alsnog aan de grondexploitaties toegevoegd als deze door de gemeenteraad zijn vastgesteld. De voorbereidingskosten blijven maximaal vijf jaar onder de immateriële vaste activa staan. Na vijf jaar worden de kosten alsnog genomen.

Materiële vaste activa

Terug naar navigatie - Materiële vaste activa

Algemeen
Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgingsprijs- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvlak die aan de vervaardiging van het actief worden toegerekend; in dat geval vermeld de toelichting dat deze kosten worden geactiveerd.

In erfpacht uitgegeven gronden
Voor in erfpacht uitgegeven percelen geldt de uitgifteprijs van de eerste uitgifte als verkrijgingsprijs (i.c. de waarde die bij eerste uitgifte als basis voor de canonberekening in aanmerking is genomen). Percelen in eeuwig durende erfpacht worden gewaardeerd tegen een geringe registratiewaarde. Eventuele afkoopsommen voor voortdurende contracten zijn verwerkt onder de langlopende schulden en vervallen na rato van de afkoopperiode vrij ten gunste van het resultaat. Op de gronden in erfpacht wordt niet afgeschreven.

Overige investeringen met economisch nut
Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Investeringen worden beginnend het jaar na het jaar waarin het actief in gebruik wordt genomen lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op grondbezit met een economisch nut wordt niet afgeschreven.

Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. Dit is in overeenstemming met de regelgeving vanuit het BBV artikel 65 lid 1. Toetsingcriteria: we beoordelen de boekwaarden aan de hand van de directe opbrengstwaarde, die is bepaakd aan de hand van de WOZ, taxaties of overige waarderingsmethodes.


Investeringen kleiner dan 25 worden niet geactiveerd en de last wordt volledig in het boekjaar genomen.  De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar, volgens onderstaande vastgestelde (standaard)afschrijvingstermijnen.



Omschrijving Afschrijvingstermijn
Inventaris computer 4 jaar
kantoorapparaten 5 jaar
server 5 jaar
meubilair 10 jaar
Materiaal auto's 5 jaar
klein materiaal 5 jaar
materiaal gladheidsbestrijding 8 jaar
groot materiaal 10 jaar
Sport inrichting gymzalen, sporthallen 10 jaar
toplaag tennisbanen 10 jaar
toplaag sportvelden 20 jaar
onderbouw plus sporttechnische laag 30 jaar
accommodaties en gebouwen 40 jaar
Gebouwen inrichting gebouwen 10 jaar
noodlokalen 10 jaar
semi-permanente gebouwen 25 jaar
permanente gebouwen 40 jaar
zonnepanelen 25 jaar
Riool saneringswerken 30 - 40 jaar
gemaal overig 25 jaar
vervangen gemaal 50 jaar
persleidingen 50 jaar
Afval bovengrondse container 10 jaar
ondergrondse container - binnenbak 10 jaar
ondergrondse container - buitenbak 20 jaar


Investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven

Wanneer investeringen grotendeels of meer worden gedaan voor riolering of het inzamelen van huishoudelijk afval of andere alsook rechten op grond van artikel 229 lid 1 a en b Gemeentewet worden geheven, dan worden deze investeringen op de balans opgenomen in een aparte categorie: de investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven. Investeringen worden beginnend het jaar na het jaar waarin het actief in gebruik wordt genomen lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde.

Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut
Investeringen met een maatschappelijk nut worden, evenals investeringen met een economisch nut, geactiveerd en over de verwachte toekomstige gebruiksduur afgeschreven. De verplichting om alle investeringen te activeren volgens de nieuwe methode geldt alleen voor investeringen die vanaf het begrotingsjaar 2017 worden gedaan. De investeringen in maatschappelijk nut in de buitenruimte hebben de onderstaande afschrijvingstermijnen.

Verkeersvoorzieningen Afschrijvingstermijn Bijzonderheden
Verkeersregelinstallatie 15 jaar
Verhardingen Afschrijvingstermijn Bijzonderheden
Verhardingen asfalt 15 -30 jaar afhankelijk van zettingsgevoeligheid
Verhardingen elementen 15 - 30 jaar afhankelijk van zettingsgevoeligheid
Verhardingen overige 15 - 30 jaar afhankelijk van zettingsgevoeligheid
Civieltechnische werken Afschrijvingstermijn Bijzonderheden
Brug beton 90 jaar afhankelijk van het soort (constructie-)materiaal
staal 50 jaar afhankelijk van het soort (constructie-)materiaal
hout 25 - 40 jaar afhankelijk van het soort (constructie-)materiaal
Visplaats boven water met dekdelen 25 jaar
aan het water 30 jaar
Afmeervoorziening boven water met dekdelen 50 jaar
aan het water 50 jaar
Geluidkerende constructies hout 40 jaar
transparant 90 jaar
staal 50 jaar
granulaat 40 jaar
Keerwand beton 90 jaar
hout 30 jaar
metselwerk 100 jaar
elementen 90 jaar
Damwand beton 90 jaar
hout 30 jaar
staal 40 jaar
(Gefundeerde) Trap met leuning 70 jaar
Tunnel beton 90 jaar
Viaduct beton 90 jaar
Overkluizing beton 90 jaar
Portaal staal 20 - 25 jaar
Openbare verlichting Afschrijvingstermijn Bijzonderheden
Lichtmast 40 jaar
Armaturen 20 jaar
Speelplaatsen Afschrijvingstermijn Bijzonderheden
Speeltoestellen 15 jaar
Water Afschrijvingstermijn Bijzonderheden
Duikers 40 jaar
Groenvoorzieningen Afschrijvingstermijn Bijzonderheden
Groen bomen 20 - 30 jaar afhankelijk van het zettingsgebied
struiken 20 - 30 jaar afhankelijk van het zettingsgebied

Financiële vaste activa

Terug naar navigatie - Financiële vaste activa

Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen, (overige) leningen u/g en (overige) uitzettingen zijn – tenzij hierna anders is vermeld – opgenomen tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht.

Participaties in het aandelenkapitaal van Naamloze Vennootschappen en Besloten Vennootschappen (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingprijs van de aandelen. Indien de marktwaarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingprijs zal afwaardering plaatsvinden. Tot dusver is een dergelijke afwaardering gelukkig niet noodzakelijk gebleken. De actuele waarde ligt veelal ruim boven de verkrijgingsprijs.

Van een deelneming is krachtens artikel 1 lid d BBV sprake als de gemeente participeert in het aandelenkapitaal van een Naamloze Vennootschap of Besloten Vennootschap.

Voorraden

Terug naar navigatie - Voorraden

Grond en hulpstoffen
Grond- en hulpstoffen zijn opgenomen tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Wanneer de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, wordt afgewaardeerd naar deze lagere marktwaarde.

Onderhanden werk, gronden in exploitatie
De als ‘onderhanden werken’ opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingprijs, dan wel lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijpmaken) alsmede de rentekosten berekend zoals voorgeschreven in het BBV en de administratie- en beheerskosten.

Voor winstneming geldt de percentage of completion methode (POC-methode): voor zover de gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. Hiervoor moet het resultaat op de grondexploitatie wel op betrouwbare wijze kunnen worden ingeschat. Indien aan de volgende voorwaarde is voldaan, bestaat er voldoende zekerheid om winst te kunnen nemen:

  1. Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat;
  2. De grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht;
  3.  De kosten zijn gerealiseerd (winst wordt na rato van de realisatie gerealiseerd).


Indien er sprake is van winst, wordt deze berekend op basis van de eindwaarde van het project, conform de notitie 'grondbeleid in begroting en jaarstukken (2019) ' van de commissie BBV. Als de berekening van de tussentijdse winstneming volgens de percentage of completion methode ertoe leidt dat er in eerdere jaren teveel winst is genomen, dan neemt de gemeente de eerder teveel genomen winst terug.

Subsidiebaten en de daarbij behorende subsidiabele kosten bij grondexploitaties maken geen onderdeel uit van de tussentijdse winstneming en worden verantwoord op het moment dat de subsidie volgens de subsidievoorwaarden is gerealiseerd.

Zolang daarvan geen sprake is, worden de verkregen verkoopopbrengsten ten volle op de vervaardigingskosten in mindering gebracht.

Verliesvoorzieningen voor bouwgronden in exploitatie zijn gebaseerd op de geactualiseerde grondexploitaties en gewaardeerd op eindwaarde. De voorziening voor verwachte verliezen in mindering wordt gebracht op de bijbehorende balanspost. De bouwgronden in exploitatie worden jaarlijks naar actuele inzichten herzien. Mogelijke scenario’s, zoals daling van opbrengsten in de toekomst, worden meegenomen als risico’s en verwerkt in de benodigde weerstandscapaciteit bij de beoordeling van het weerstandsvermogen.

Gereed product
Gerede producten worden gewaardeerd tegen de kostprijs of tegen de marktwaarde indien de marktwaarde lagere is dan de kostprijs. Dit laatste doet zich vooral voor indien voorraden incourant worden.

Uitzettingen met een rentetypische kooptijd korter dan 1 jaar

Terug naar navigatie - Uitzettingen met een rentetypische kooptijd korter dan 1 jaar

Vorderingen
De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening voor publiekrechtelijke vorderingen wordt dynamisch bepaald (% status per vordering) op basis van de geschatte inningskansen. Voor privaatrechtelijke vorderingen wordt de voorziening statisch bepaald op basis van individuele beoordeling.

Voorzieningen

Terug naar navigatie - Voorzieningen

Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De pensioenverplichting ten behoeve van de wethouders is echter tegen de contante waarde van de (reeds opgebouwde) toekomstige uitkeringsverplichtingen gewaardeerd. De onderhouds-egalisatievoorzieningen zijn gebaseerd op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de gemeentelijke kapitaalgoederen, waarbij rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn. In de paragraaf B onderhoud kapitaalgoederen die is opgenomen in het jaarverslag is het beleid ter zake nader uiteengezet.

Stelselwijziging
Met ingang van de begroting 2019 brengen we de jaarlijkse wachtgeldlasten ten laste van de exploitatie. Voorheen werden deze gedekt vanuit de voorziening algemene pensioenen. Bij de voorzieningen is deze stelselwijziging verwerkt en toegelicht.

Met ingang van de jaarrekening 2018 zijn de zogenaamde slapers en pensioengerechtigden voor 2013, welke in voorgaande begrotingsjaren nog niet in de voorziening zaten, eveneens opgenomen in de voorziening Appa. Hierdoor is vanaf het boekjaar 2018 de volledige pensioenverplichting voor wethouders voorzien.

Vaste schulden

Terug naar navigatie - Vaste schulden

Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

Borg- en garantstellingen

Terug naar navigatie - Borg- en garantstellingen

Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten de balanstelling het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. In de toelichting op de balans is nadere informatie opgenomen.