Meer
Publicatiedatum: 24-07-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Paragraaf Financiering

Bestuurlijke duiding

In het jaar 2019 zijn de rentetarieven voor externe financiering laag geweest. Voor kort geld (< 1 jaar) waren deze het hele jaar negatief en dat gold soms ook voor lang geld (> 1 jaar). Gedurende een groot deel van het jaar hebben we een liquiditeitstekort gehad, waardoor we geld moesten lenen. Daarom hebben we gedurende heel 2019 kasgeldleningen aangetrokken met wisselende looptijden van één tot negen maanden. Verder hebben we twee lange termijn leningen (> 1 jaar) aangetrokken van N 30.000 en N 10.000.

Wij hebben ons gehouden aan de wettelijke regels met betrekking tot de financiering. Het kasgeldlimiet van € 18 miljoen hebben wij niet overschreden; maximaal 2x is toegestaan, bij de derde keer moet er een herstelplan worden ingediend bij de toezichthouder. De renterisiconorm hebben wij niet overschreden.  

Voor de leningen die we hebben verstrekt aan niet-toegestane instellingen, waar wij enig risico lopen, geldt dat de instellingen in 2019 zonder problemen aan hun verplichtingen hebben voldaan.

Beleid van financiering

Het beleid van financieren van ons is gericht op:

  • Het voorzien in de financieringsbehoefte van ons op korte en lange termijn;
  • Het uitvoeren van de treasuryfunctie. Taken hiervan zijn het besturen en bewaken van de inkomende en uitgaande geldstromen, het beheersen van de daaraan verbonden kosten (tarifering), het minimaliseren van de daaraan verbonden risico’s (renterisico) en het optimaliseren van het rendement van beschikbare liquiditeiten (in beperkte vorm in verband met het Schatkistbankieren);
  • Het verstrekken van leningen of garanties uit hoofde van de “publieke taak” uitsluitend aan door de Gemeenteraad goedgekeurde derde partijen en in lijn met onze Verordening garantstellingen 2016.

Bepaling financieringsbehoefte

De financieringsbehoefte wordt voor een belangrijk deel bepaald door:

  • De leningenportefeuille;
  • De reserves en voorzieningen;
  • De renteontwikkeling;
  • Investeringen (kredieten);
  • Grondexploitaties.


Verloop liquiditeit in het jaar

Verloop liquiditeit 2019


Wij hebben een groot deel van het jaar een liquiditeitstekort gehad. Daarom hebben we gedurende heel 2019 kasgeldleningen aangetrokken met wisselende looptijden van een tot negen maanden. Allen tegen een negatieve rente. De kasgeldleningen betroffen geldleningen die zijn afgesloten bij de BNG bank. De piek in het 4e kwartaal ontstaat door de aangetrokken lange-geldleningen van N 30.000 en N 10.000 dit jaar.

Leningenportefeuille

Leningen O/G (Opgenomen geldleningen)
De gemeentelijke leningenportefeuille bestaat aan het eind van 2019 uit 13 leningen met een totaalbedrag van ruim € 96 miljoen.
In het vierde kwartaal zijn er twee gemeentelijke leningen aangetrokken van N 30.000 en N 10.000. De reguliere aflossingen zijn conform de prognose. In de Paragraaf Financiering van de Begroting 2019 is aangegeven dat de financieringsbehoefte € 50 miljoen zou zijn. Er bleek minder nodig te zijn. Dit had vooral te maken met het verschuiven van investeringen naar 2020.

Leningen O/G Mutaties x € 1.000 X € 1.000,-
Stand per 1-1-2019 85.279
Reguliere aflossingen -28.592
Vervroegde aflossingen 0
Nieuwe leningen 40.000
Stand per 31-12-2019 96.687


Leningen U/G (Uitgezette geldleningen)
De reguliere aflossingen zijn conform de prognose.

Leningen U/G Mutaties x € 1.000 € X 1.000
Stand per 1-1-2019 Niet-toegestane instellingen 676
Reguliere aflossingen -39
Extra aflossingen -125
Nieuwe leningen 0
Totale Stand per 31-12-2019 512


Leningen aan niet-toegestane instellingen

Op de leningen verstrekt aan niet-toegestane instellingen lopen wij wel enig risico. Het risico op deze leningen is moeilijk te kwantificeren, doordat het niet in te schatten is of de instellingen aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Jaarlijks worden wel de begroting en jaarrekening van de instellingen opgevraagd. De diverse instellingen hebben in 2019 zonder problemen aan hun betalingsverplichtingen voldaan.

Leningen niet toegestane instellingen Per 31-12-2019 x € 1.000 Restant Looptijd
CVV Zwervers (kleedkamers) 48 16 jaar
BLICK (voorheen OPOCK) (Fascinatio-gedeeltelijk) 4 2 jaar
TCC (investeringen accommodatie) * 235 18 jaar
Stichting PCPO 225 20 jaar
Totaal 512
* TCC heeft in 2019 een bedrag van 125 extra afgelost.

Renteontwikkeling in het jaar

Renteontwikkeling 2019


Bovenstaand treft u een overzicht aan van de ontwikkeling van de rente met een aantal looptijden. Dit overzicht is gebaseerd op cijfers van de Rabobank. De korte rente (< 1 jaar) heeft als uitgangspunt het Euribor en de lange rente (> 1 jaar) is gebaseerd op swaptarieven. Onze tarieven worden verhoogd met een liquiditeitsopslag.
Bij de Begroting 2019 was de verwachting dat de korte rente in de loop van het jaar licht zou stijgen, dit klopt ook met de werkelijkheid. De 10-jaars en 30 jaars swap daalden in de eerste 3 kwartalen en steeg in het 4e kwartaal 2019.

Risicobeheer

Korte termijn financiering
Waar mogelijk maken wij gebruik van intermediairs. Dit jaar is vooral gebruik gemaakt van de faciliteiten van BNG. Daarnaast maken wij gebruik van de diensten van een tweetal bankinstellingen, te weten de ING en de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Bij beide instellingen hebben wij een kredietfaciliteit in rekening-courant. Omdat kredietfaciliteiten relatief duur zijn, worden deze alleen gebruikt als veiligheidsbuffer voor onverwachte en/of spoedeisende uitgaven.

Lange termijn financiering
Om de risico’s van de lange termijn financiering in te perken, is in de wet Fido gesteld dat de renterisiconorm niet overschreden mag worden. Daarnaast zijn er regels rondom de kasgeldlimiet opgenomen. Hierin is onder andere bepaald dat er na een overschrijding van meer dan twee kwartalen er een herstelplan ingediend moet worden bij de provincie.
Bij de berekening van de renterisiconorm gaat het om renterisicobeheer. Wij willen de invloed van (externe) rentewijzigingen op onze resultaten zoveel mogelijk beperken. Wanneer er een financieringsbehoefte ontstaat, zal rekening gehouden moeten worden met de renterisiconorm. Deze heeft als doel om het toekomstige renterisico te beperken door aflossingen in de tijd te spreiden. Het renterisicobedrag wordt berekend door een vastgesteld percentage van 20% (voor gemeenten) van het totale begrotingstotaal te nemen. Het totaal aan aflossingen en renteherzieningen mag niet groter zijn dan het renterisicobedrag. Het renterisico kan worden gestuurd door bij het aantrekken van nieuwe langlopende financieringsmiddelen rekening te houden met de vervaldata en renteherzieningen van de bestaande schuld. In 2019 zijn wij binnen de renterisiconorm gebleven.

Berekening renterisiconorm

Berekening renterisiconorm
Begrotingstotaal (primitieve begroting) 214.419
Percentage regeling (*) 20%
Renterisiconorm, in bedrag 42.884
Berekening renterisico
Renteherzieningen (**) 0
Aflossingen (***) 28.592
Renterisico 28.592
Toets aan renterisiconorm
Renterisiconorm, in bedrag 42.663
Renterisico 28.592
Ruimte (+) / overschrijding (-) 14.071
* Percentage conform Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (Ufdo)
** Alleen voor OG-leningen; slechts bij doorverstrekking te salderen met UG-leningen
***Alleen m.b.t. OG-leningen

Kasgeldlimiet

Voor 2019 is de kasgeldlimiet vastgesteld vanaf het 2e kwartaal op € 18 miljoen. Dit betekent dat gemiddeld per kwartaal niet meer dan € 18 miljoen kort mag worden gefinancierd. Het gemiddelde wordt berekend door te kijken naar de stand van de vlottende schuld en de vlottende middelen per de 1e van iedere maand Het gemiddelde van deze momentopnames bepaald of wij voldoen aan de toegestane kasgeldlimiet. In 2019 is het 4e kwartaal overschreden conform afspraak in het Treasuryjaarplan 2019.

Toets kasgeldlimiet 2019 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
Toegestaan kasgeldlimiet
Toegestane limiet in % 8,50% 8,50% 8,50% 8,50%
Begrotingstotaal (lasten primitieve begroting) 214.419 214.419 214.419 214.419
Omvang kasgeld werkelijk
Omvang vlottend schuld (gemiddelde 1e dag vd maand) 17.000 18.000 18.000 18.000
Omvang vlottende middelen (gemiddeld 1e dag vd maand) 13.646 9.569 9.910 21.315
Saldo vlottende schuld 3.354 8.431 8.090 -3.315
Toets kasgeldlimiet en werkelijk
Toegestane limiet (8,5 % t.o.v. begrotingstotaal) 18.226 18.226 18.226 18.226
Ruimte: verschil limiet en saldo vlottende schuld 14.872 9.795 10.136 21.541
Werkelijk % t.o.v. begrotingstotaal 1,56% 3,93% 3,77% -1,55%

Schatkistbankieren

Voor 2019 was het limiet van het schatkistbankieren 1,6 miljoen. Dit is 0,75% van het begrotingstotaal.

Schema rentetoerekening jaarrekening

Schema rentetoerekening Jaarrekening 2019 2019
De externe rentelasten over de korte en lange financiering -381
De externe rentebaten over de korte en lange financiering 21
Saldo rentelasten en rentebaten -360
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend 12
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend 0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente -348
Rente over eigen vermogen 0
Rente over voorzieningen 0
Totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente -348
De aan taakvelden toe te rekenen rente (renteomslag) -322
Renteresultaat op het taakveld Treasury 26

Gewaarborgde geldleningen (garantstellingen)

Onderstaande staat geeft een overzicht weer van de gewaarborgde geldleningen gecumuleerd op geldnemer.

Geldnemer Stand per 31-12-2018 x € 1.000 Stand per 31-12-2019 x € 1.000
Verpleeghuis Rijckehove 824 787
St. IJsselland Ziekenhuis 9.302 8.508
VV Capelle 25 15
St. Woonzorg Nederland 8.768 8.768
Stichting Havensteder 328.296 277.424
Rijksmonument Dorpsstraat 164 2.124 2.091
Vestia Groep 10.500 10.500
Totaal 359.839 308.093


Indien één van deze woningcorporaties niet aan hun betalingsverplichtingen kan voldoen, lopen wij een renterisico in de vorm van het verstrekken van een renteloze lening aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw(WSW). Echter, voor het beroep doen op het verstrekken van de renteloze lening, zal eerst aanspraak worden gemaakt op de borgstelling van het WSW en de obligoverplichting bij de overige corporaties in Nederland (tertiaire achtervang). Het eventueel resterend gedeelte wordt verdeeld onder de schadegemeenten en alle gemeenten. Het WSW zal in zo’n geval het onderliggend bezit ten gelde maken wat veelal veel hoger is dan de hoogte van de geborgde leningen. Tot op heden is het nooit voorgekomen dat gemeenten renteloze leningen hebben moeten verstrekken aan het WSW.
Voor de overige leningen met garantie staan wij rechtstreeks borg. Als zij niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen dan zijn wij direct verantwoordelijk (primaire achtervang).
De stichting Havensteder heeft drie leningen volledig afgelost en is twee nieuwe leningen aangegaan in 2019.

Ontwikkelingen in het jaar

Korte termijnfinanciering
Gedurende 2019 is er met kort geld gefinancierd. Dit varieerde tussen N 15.000 en N 18.000. Met de toegestane kasgeldlimiet is rekening gehouden. Door de negatieve rentes was dit zeer gunstig voor ons.

Lange termijnfinanciering
In 2019 zijn er twee leningen aangetrokken met een totaal bedrag van N 40.000. In het 4e kwartaal is er een lening van N 30.000 en N 10.000 aangetrokken voor respectievelijk ruim 11 jaar en ruim 1 jaar.

Liquiditeitsprognose
In 2019 is de liquiditeitsprognose drie keer geactualiseerd en één keer geanalyseerd. De actualisaties hebben plaatsgevonden bij de Voorjaarsnota 2019, de Begroting 2020 en de Najaarsnota 2019.

Leningen niet-toegestane instellingen
Tennisclub Capelle heeft in 2019 een extra aflossing van 125 gedaan.