Financiële verantwoording

Inhoud

Inleiding

De raad stelt de programmabegroting vast op het niveau van de programma’s. De raad stelt de budgetten voor 2020 voor de programma’s vast op de bedragen, zoals genoemd in de tabellen in de programma’s. De raad autoriseert daarmee het college om uitvoering te geven aan de programmabegroting en de aangegeven budgetten te besteden. In onderstaande tabellen geven we tevens de realisatie op de budgetten weer.

Overzicht van baten en lasten

Onderstaand overzicht bevat een samenvatting van de in de programma's opgenomen rekeningcijfers.

Lasten
Programma Begroting 2020 Wijziging Begroting 2020 Totaal begroting 2020 Rekening 2020 Verschil 2020
0. Bestuur en Ondersteuning N32.883 V1.540 N31.344 N32.878 N1.534
1. Integrale Veiligheid en Openbare Orde N7.809 N519 N8.328 N7.765 V563
2. Verkeer, Vervoer en Waterstaat N8.187 N1.375 N9.562 N7.733 V1.829
3. Economie N1.252 V45 N1.208 N1.143 V65
4. Onderwijs N8.585 V721 N7.864 N7.708 V156
5A. Vrije tijdsbesteding (Sport en Cultuur) N11.996 N270 N12.266 N12.275 N9
5B. Openbaar groen en (openlucht) recreatie N6.232 N700 N6.931 N6.379 V552
6A. Sociale Infrastructuur N11.693 N263 N11.956 N11.718 V238
6B. Werk en Inkomen (Participatiewet) N54.003 N6.351 N60.354 N60.669 N315
6C. Wet Maatschappelijke Ondersteuning N14.411 N1.225 N15.636 N16.060 N424
6D. Jeugdhulp N19.576 N181 N19.757 N19.872 N115
7. Volksgezondheid en Milieu N16.460 N1.511 N17.971 N17.900 V71
8. Stadsontwikkeling N16.030 N2.125 N18.155 N13.993 V4.162
Saldo van lasten N209.117 N12.214 N221.332 N216.093 V5.239
Baten
Programma Begroting 2020 Wijziging Begroting 2020 Totaal begroting 2020 Rekening 2020 Verschil 2020
0. Bestuur en Ondersteuning V138.220 V79.525 V217.745 V218.960 V1.215
1. Integrale Veiligheid en Openbare Orde V665 N0 V665 V531 N134
2. Verkeer, Vervoer en Waterstaat V449 V273 V722 V1.115 V393
3. Economie V1.092 N121 V971 V937 N34
4. Onderwijs V3.283 N785 V2.498 V2.628 V130
5A. Vrije tijdsbesteding (Sport en Cultuur) V3.555 V68 V3.623 V3.730 V107
5B. Openbaar groen en (openlucht) recreatie V893 V80 V973 V1.086 V113
6A. Sociale Infrastructuur V1.077 N97 V979 V1.047 V68
6B. Werk en Inkomen (Participatiewet) V33.217 V9.782 V42.999 V44.730 V1.731
6C. Wet Maatschappelijke Ondersteuning V463 V127 V590 V468 N122
6D. Jeugdhulp V62 V160 V222 V282 V60
7. Volksgezondheid en Milieu V13.756 V201 V13.956 V14.021 V65
8. Stadsontwikkeling V11.979 V5.313 V17.292 V14.540 N2.752
Saldo van baten V208.711 V94.526 V303.235 V304.075 V840
Saldi
Programma Begroting 2020 Wijziging Begroting 2020 Totaal begroting 2020 Rekening 2020 Verschil 2020
0. Bestuur en Ondersteuning V105.337 V81.065 V186.401 V186.082 N319
1. Integrale Veiligheid en Openbare Orde N7.144 N519 N7.663 N7.234 V429
2. Verkeer, Vervoer en Waterstaat N7.738 N1.102 N8.840 N6.618 V2.222
3. Economie N160 N76 N237 N206 V31
4. Onderwijs N5.302 N64 N5.366 N5.080 V286
5A. Vrije tijdsbesteding (Sport en Cultuur) N8.441 N202 N8.643 N8.545 V98
5B. Openbaar groen en (openlucht) recreatie N5.339 N620 N5.958 N5.293 V665
6A. Sociale Infrastructuur N10.616 N360 N10.977 N10.671 V306
6B. Werk en Inkomen (Participatiewet) N20.786 V3.431 N17.355 N15.939 V1.416
6C. Wet Maatschappelijke Ondersteuning N13.948 N1.098 N15.046 N15.592 N546
6D. Jeugdhulp N19.514 N21 N19.535 N19.590 N55
7. Volksgezondheid en Milieu N2.704 N1.310 N4.015 N3.879 V136
8. Stadsontwikkeling N4.051 V3.188 N863 V547 V1.410
Saldo van baten en lasten N406 V82.312 V81.903 V87.982 V6.079
Mutaties reserves:
- Toevoegingen N1.828 N3.687 N5.515 N8.755 N3.240
- Onttrekkingen V4.796 V2.267 V7.063 V7.547 V484
Afrondingen N2 V1 V4 V1 N3
Resultaat V2.560 V80.893 V83.455 V86.775 V3.320

JS20 - Lasten per programma

JS20 - Baten per programma

Rekeningresultaat

Aangezien de toevoegingen en onttrekkingen aan reserves formeel niet als lasten en baten worden gezien, is in eerdere overzichten in hoofdstuk 4 afzonderlijk het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten (per programma) zichtbaar gemaakt. Hieronder geven we de mutaties van en naar de reserves, gesaldeerd, weer. Het overzicht geeft aan op welk programma de mutaties in reserves betrekking hebben.

Resultaatverdeling Begroting 2020 Wijziging Begroting 2020 Totaal begroting 2020 Rekening 2020 Verschil 2020
Saldo van baten en lasten N406 V82.312 V81.906 V87.982 V6.076
Progr. Mutaties in reserves
0 Reserve bedrijfsvoering V586 V288 V874 V388 N486
0 Reserve eenmalige uitgaven N0 V32 V32 N46 N78
0 Reserve Doe Mee Fonds V2.498 N1.770 V728 V1.173 V445
0 Reserve rekenkamer N0 N0 N0 V27 V27
1 Reserve bedrijfsvoering V34 N0 V34 N213 N247
1 Reserve eenmalige uitgaven N0 V86 V86 V86 N0
2 Reserve bedrijfsvoering N152 N0 N152 V102 V254
2 Reserve eenmalige uitgaven N0 N19 N19 N1.467 N1.447
3 Reserve bedrijfsvoering N59 N0 N59 N98 N39
3 Reserve eenmalige uitgaven N0 V55 V55 V61 V6
4 Reserve bedrijfsvoering N37 N0 N37 V48 V85
4 Reserve eenmalige uitgaven N0 V192 V192 V192 N0
5A Reserve bedrijfsvoering N38 N0 N38 V2 V40
5A Reserve eenmalige uitgaven V121 N100 V21 V21 N0
5B Reserve Water N34 N0 N34 N136 N103
5B Reserve bedrijfsvoering N69 N0 N69 V152 V221
5B Reserve eenmalige uitgaven N0 V43 V43 N629 N672
6A Reserve bedrijfsvoering N94 N0 N94 V65 V158
6A Reserve eenmalige uitgaven N0 V2 V2 N157 N159
6B Reserve bedrijfsvoering V189 N0 V189 V225 V36
6B Reserve eenmalige uitgaven V213 N238 N25 N25 N0
6C Noodfonds N0 N0 N0 N0 N0
6C Reserve bedrijfsvoering N52 N10 N62 V108 V170
6D Reserve eenmalige uitgaven N0 V104 V104 V104 N0
6D Reserve bedrijfsvoering N0 N0 N0 V32 V32
7 Reserve bedrijfsvoering N18 N0 N18 N1 V17
7 Reserve eenmalige uitgaven N0 V242 V242 V150 N92
8 Reserve bedrijfsvoering N122 N0 N122 N377 N255
8 Reserve eenmalige uitgaven N0 N325 N325 N994 N669
Totaal mutaties in reserves V2.968 N1.419 V1.548 N1.208 N2.756
Subtotaal V2.562 V80.893 V83.454 V86.774 V3.320
Afrondingen V1 V1
Resultaat V2.562 V80.893 V83.455 V86.775 V3.320

Incidentele baten en lasten

Structureel evenwicht in de rekening is aanwezig, omdat de structurele lasten door de structurele baten worden gedekt. Het gerealiseerd resultaat moet hiervoor worden gecorrigeerd met het saldo van Incidentele baten en lasten. Ook na de correctie van de incidentele baten en lasten is dat het geval.

Algemene dekkingsmiddelen

De algemene dekkingsmiddelen van de gemeente bestaan uit:

  1. Algemene uitkering uit het gemeentefonds
  2. Gemeentelijke belastingen
  3. Commerciële contracten
  4. Dividenden
  5. Saldo van de financieringsfunctie (rente)

De invloed van de coronacrisis is ook zichtbaar bij de algemene dekkingsmiddelen, met name bij de algemene uitkering (corona compensatie), de logiesbelasting (minder overnachtingen) en de dividenden (opschorten dividenduitkeringen). 

Hieronder wordt toelichting per onderdeel gegeven. 

1. Algemene uitkering uit het gemeentefonds
Het gemeentefonds is veruit de grootste inkomstenbron voor onze gemeente. In 2020 is de begroting hiervoor geactualiseerd in de Voorjaarsnota en Najaarsnota 2020. Het resultaat is V 378. Dit resultaat wordt veroorzaakt door de Decembercirculaire 2020. In deze circulaire ontvangen we extra middelen, met name als corona compensatie. De decembercirculaire wordt te laat gepubliceerd om nog in een begrotingswijziging te verwerken, waardoor het resultaat in de jaarrekening valt.

2. Gemeentelijke belastingen
De opbrengsten van Onroerendzaakbelasting (Ozb), hondenbelasting en logiesbelasting (voor toeristen) beschouwen wij als algemene dekkingsmiddelen. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing of de rioolheffing, waarbij we deze middelen voor het gerelateerde doel in moeten zetten. In de paragraaf Lokale heffingen leest u meer over de belastingen en heffingen. Bij de Najaarsnota 2020 is de verwachte Ozb opbrengst enigszins aangepast met V 34 voor woningen en N 30 voor niet-woningen. In de realisatie van de jaarrekening is gebleken dat er op woningen een resultaat van V 29 werd gerealiseerd, en op niet-woningen een resultaat van V 369. De hondenbelasting is grotendeels conform begroting gerealiseerd. De logiesbelasting stond in 2020 onder druk als gevolg van de coronacrisis, omdat er veel minder overnachtingen werden gerealiseerd. In de Najaarsnota zijn de begrote opbrengsten uit voorzorg met N 52 verlaagd, maar in de jaarrekening is gebleken dat er toch nog V 17 meer is gerealiseerd dan verwacht. 

3. Commerciële contracten
Dit betreft baten die worden verkregen uit reclame-uitingen langs de openbare weg. Er zijn voor N 45 minder inkomsten gerealiseerd dan begroot.

4. Dividenden
Dit betreft de opbrengsten van dividenden van Eneco NV, Stedin NV, Evides NV,  Irado NV en Sportief Capelle BV. Een belangrijke mutatie is de verkoop van Eneco aandelen. In 2020 ontvingen we voor het laatst dividend van Eneco. De verkoopopbrengst was V 77.537. In de Voorjaarsnota 2020 is deze opbrengst geboekt en is het meerjarige dividend verwijderd. In deze Voorjaarsnota zijn ook de dividenduitkeringen van Evides en Stedin aangepast met respectievelijk V 81 en N 79. Verder ontvingen wij een uitkering van Sportief Capelle van V 9. 

Normaal gesproken ontvangen wij ook dividend van de Bank Nederlandse Gemeenten, maar dit is opgeschort vanwege de coronacrisis. De structurele begroting hiervoor is V 9. In februari 2021 ontvingen wij wel bericht van de BNG dat de BNG voornemens is om in 2021 een deel van het dividend over boekjaar 2019, wat was ingehouden, alsnog uit te keren. Dit zal dan landen in boekjaar 2021. Verder heeft in 2020 ook Irado aangegeven het dividend met tweederde uit voorzorg te verlagen, waardoor wij V 110 ontvingen in plaats van V 330.  In januari 2021 ontvingen wij wel bericht van Irado dat deze voornemens is het dividend alsnog volledig uit te keren in boekjaar 2021. Zowel de mutatie bij de BNG als bij Irado is verwerkt in de begrotingswijziging van de Najaarsnota 2020.

5. Saldo van de financieringsfunctie
Dit betreft het resultaat van rente over de lang- en kortlopende leningen. Het is het verschil tussen de toegerekende rekenrente aan de programma’s en de werkelijk betaalde rente. 

Algemeen dekkingsmiddel Programma Begroting 2020 Wijziging begroting 2020 Totale begroting 2020 Realisatie 2020 Verschil begroting en realisatie
1. Algemene uitkering 0 V119.393 V2.559 V121.952 V122.330 V378
2. Gemeentelijke belastingen:
- ozb 0 V11.868 V4 V11.872 V12.271 V399
- hondenbelasting 0 V306 N0 V306 V307 V1
- logiesbelasting 3 V70 N52 V18 V35 V17
3. Commerciële contracten 3 V660 N46 V614 V569 N45
4. Dividenden (incl. opbrengst Eneco) 0 V3.192 V77.321 V80.513 V80.512 N1
5. Saldo financieringsfunctie 0 N62 V27 N36 N8 V28
Totaal V135.427 V79.813 V215.239 V216.016 V777

Post Onvoorzien

In de primitieve begroting is in programma 0 Bestuur een post voor onvoorziene uitgaven opgenomen voor een bedrag van N 33. De raming van deze post is gebaseerd op een bedrag van 0,50 per inwoner.
De post onvoorzien is een begrotingspost die per definitie niet leidt tot uitgaven. Het totaalbudget wat gereserveerd is in de begroting wordt ingezet door een begrotingswijziging, waardoor het budget wordt getransporteerd naar het programma waar de uitgaven worden gedaan. Het college is bevoegd tot besteding van de post onvoorzien.
In 2020 is de post onvoorzien één keer ingezet, namelijk voor de extra inkoop van 2 pagina's bij de IJssel & Lekstreek, gedurende 6 maanden. Deze lokale krant zag door de coronacrisis de advertentie-inkomsten terugvallen. Dit besluit is genomen in de Voorjaarsnota 2020. 

Begroting 2020 Wijziging Begroting 2020 Totale Begroting 2020 Rekening 2020 Verschil 2020 t.o.v. Begroting
Post onvoorzien N33 V33 N0 N0 N0

EMU-saldo

Het EMU-saldo geeft een indicatie van de feitelijke geldstromen van de gemeente. Volgens de Septembercirculaire 2020 zou deze niet nadeliger moeten zijn dan N 7.518, oftewel ons Capelse aandeel in het totale begrotingstekort van Nederland. Dit is echter geen harde norm, maar een indicatie. Uit de tabel blijkt dat wij hier niet aan hebben voldaan in 2020. In de Najaarsnota 2020 gingen wij uit van een negatief EMU-saldo van € 30,2 miljoen. Dit is in de jaarrekening minder negatief gebleken met als belangrijkste oorzaak een lager investeringsvolume (verschil € 4,8 miljoen) en verder een positiever resultaat voor bestemming (€ 5,6 miljoen), lagere onttrekkingen aan voorzieningen (€ 1,9 miljoen) en mutaties van voorraden (€ 1,1 miljoen). Het positiever resultaat is toegelicht in deze jaarrekening. Het lager investeringsvolume wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de vertraging in de nieuwbouw onderwijs Alkenlaan (€ 3,3 miljoen), ondergrondse containers (€ 0,8 miljoen), verduurzaming Slotlaan 121 (€ 0,3 miljoen), speelplaatsen (€0,2 miljoen), verhardingen (€ 0,5 miljoen) en VRI's (€ 0,2 miljoen).  Voor de investeringen in groen en CTW zijn er meer uitgaven geweest in 2020 (beide € 0,2 miljoen), maar die passen binnen het totaal gevoteerde krediet.

EMU-saldo Begroting 2020 Voorjaarsnota 2020* Najaarsnota 2020 Jaarrekening 2020
-44.454 -49.655 -30.195 -16.788
*De verkoopopbrengst van Eneco telt niet mee in het EMU-saldo

Kasstroomoverzicht

Een kasstroomoverzicht is een overzicht van de feitelijke geldmiddelen, waaruit de financieringsbehoefte blijkt. Het corrigeert het resultaat voor financiële posten die feitelijk geen geldstromen met zich meebrengen, namelijk de mutaties in reserves, dotaties in voorzieningen en afschrijvingslasten. Ook neemt het diverse posten mee die verrekend worden met de balans en daarom geen deel uit maken van het overzicht van baten en lasten, maar wel feitelijk geld kosten of opleveren.

Vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording geldt er geen verplichting om een kasstroomoverzicht op te nemen, maar vanwege het belang om hier inzicht in te hebben, nemen we dit wel op in de begroting en jaarrekening.

Uit dit kasstroomoverzicht blijkt dat we in 2020 een financieringsoverschot van € 57,5 miljoen hadden. Dit overschot is de som van de operationele en de investeringsactiviteiten. De operationele activiteiten laten een positief saldo zien van € 85,8 miljoen, wat vooral veroorzaakt wordt door het positieve jaarrekeningresultaat. Strikt genomen geldt voor dit onderdeel daarmee geen financieringsbehoefte. De netto investeringsactiviteiten bedragen € 28,3 miljoen en is dus lager dan het positief saldo uit de operationele activiteiten.

Bij het onderdeel ‘kasstroom uit financieringsactiviteiten’ zien we wat er in 2020 gedaan is met het financieringsoverschot. Er is voor € 36,1 miljoen aan leningen afgelost. Er zijn in 2020 geen nieuwe leningen aangegaan. Er is voor € 6,4 miljoen minder geld uitgezet in de schatkist en is de hoeveelheid kasgeldleningen (korte termijn leningen < 1 jaar) met € 18,0 miljoen afgenomen op de balansdatum.  Per saldo resteert een mutatie van de geldmiddelen van € 3,0 miljoen op de balansdatum 31-12-2020.

Kasstroom overzicht Rekening 2020
Kasstroom uit operationele activiteiten
Resultaat 86.775
Afschrijvingen, afwaarderingen 6.386
Mutatie werkkapitaal
- Mutatie voorraden -3.801
- Mutatie uitzettingen, overlopende activa -6.697
- Mutatie vlottende schuld, overlopende passiva 3.470
Mutatie reserves 1.208
Mutatie voorzieningen -1.536
Mutatie waarborgsommen, overige vaste schuld -39
Kasstroom uit operationele activiteiten 85.766
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
Netto investeringen immateriële vaste activa 0
Desinvesteringen immateriële vaste activa 0
Netto investeringen materiële vaste activa -28.283
Desinvesteringen materiële vaste activa 0
Netto investeringen financiële activa - excl. verstr. leningen 0
Desinvesteringen financiële activa - excl. verstr. leningen 0
Kasstroom uit investeringsactiviteiten -28.283
Financieringsbehoefte (-) cq. overschot (+) 57.483
Kasstroom uit financieringsactiviteiten > 1 jaar
Toename verstrekte leningen 0
Aflossing verstrekte leningen 76
Toename opgenomen leningen 0
Aflossing opgenomen leningen -36.092
Kasstroom uit financieringsactiviteiten > 1 jaar -36.016
Kasstroom uit financieringsactiviteiten < 1 jaar
Mutatie uitzettingen in 's Rijks schatkist -6.441
Mutatie opgenomen kasgeldleningen -18.000
Kasstroom uit financieringsactiviteiten < 1 jaar -24.441
Mutatie geldmiddelen -2.974
De mutatie in geldmiddelen is als volgt te specificeren
Liquide middelen / bankschulden ultimo vorig dienstjaar: 3.516
Liquide middelen / bankschulden ultimo dienstjaar: 542
Mutatie geldmiddelen -2.974

Reserves en voorzieningen

De stand en het verloop van de reserves en voorzieningen zien er als volgt uit. We onderscheiden Algemene reserves, Bestemmingsreserves en Voorzieningen. In de bijlage Reserve en voorzieningen hebben we een gedetailleerd overzicht per reserves opgenomen.

Nr Naam Reserve Portefeuillehouder Budgethouder Boekwaarde per 1-1-2020 Toevoeging Onttrekking Resultaatbestemming vorig boekjaar Vermindering ter dekking van afschrijvingen Boekwaarde per 31-12-2020
A: Algemene reserves
1 Minimum niveau 10 miljoen Van Veen Fin. 10.000 0 0 0 0 10.000
2 Algemene reserve Van Veen Fin. 56.441 0 0 7.063 0 63.504
Subtotaal rubriek A: 66.441 0 0 7.063 0 73.504
B: Bestemmingsreserves
1 Egalisatiereserve bedrijfsvoering Van Veen GS 574 1.057 1.489 0 0 142
2 Eenmalige uitgaven Van Veen Fin. 3.455 4.943 2.239 0 0 6.159
3 Sociaal Noodfonds Westerdijk SL 223 15 14 0 0 223
4 Reserve rekenkamer Van Veen Griffie 37 0 27 0 0 10
5 Denk en Doe Mee!-fonds Hartnagel BCO 4.328 1.170 2.343 0 0 3.155
6 Water Wilson SB 2.247 165 29 0 0 2.383
Subtotaal rubriek B: 10.864 7.350 6.141 0 0 12.072
Afronding -1 0 1 0 0 -1
Totaal Reserves (Rubriek A+B) 77.304 7.350 6.142 7.063 0 85.575
Nr Naam Voorziening Portefeuillehouder Budgethouder Boekwaarde per 1-1-2020 Toevoeging Aanwending Vrijval Boekwaarde per 31-12-2020
1 Onderhoud div. div. 3.941 1.832 1.639 0 4.134
2 Nog uit te voeren werken bouwgr.expl. Van Veen SB 22 0 0 0 22
3 Diverse (verliesgevende) complexen Van Veen SO 7.174 6 0 2.409 4.772
4 Dubieuze debiteuren Van Veen Fin. 7.405 900 147 138 8.021
5 Alg.pensioenwet politieke ambtsdragers Burgemeester GS 8.019 560 404 0 8.176
6 Rioolrechten middelen derden Van Veen SB 2.321 128 632 0 1.816
7 Afvalstoffenheffing middelen derden Van Veen SB 2.081 -83 590 0 1.408
8 Gereed product Van Veen SO 0 797 0 0 797
Afronding 1 0 0 0 0
Totaal Voorzieningen 30.964 4.140 3.412 2.547 29.146

Vennootschapsbelasting

Vanaf 2016 zijn gemeenten verplicht om vennootschapsbelasting (Vpb) te betalen voor taken waar de gemeente als ‘ondernemer’ in belastingtechnische zin optreedt.

Er is nog weinig jurisprudentie over Vpb bij gemeenten, waardoor het vaak onzeker is over welke taak wij wel of niet deze belasting dienen te betalen. In de begrotingen vanaf 2016 hielden wij rekening met bedragen van N 165 te betalen Vpb voor commerciële contracten, oftewel onze reclame-inkomsten. Omdat wij op het standpunt staan dat wij over de commerciële contracten afgesloten voor 2016 geen Vpb hoeven af te dragen, hebben wij over het jaren 2016 tot en met 2020 een nul aangifte gedaan. De mogelijke last werd verantwoord in het desbetreffende jaar en gereserveerd op de balans in afwachting op de definitieve aanslag.

Onze accountant was in de jaarrekening van 2018 van mening dat een dergelijke reservering niet rechtmatig was bij een nul aangifte. Als gevolg zijn de begrotingsbedragen 2019 verlaagd. Wetende dat de gemeente nog risico liep dat de belastingdienst van mening is dat commerciële contracten wel Vpb-plichtig zijn is hierover in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing aangegeven dat hier nog een risico ligt tot nabetaling.

Eind 2020 werd de gemeente geïnformeerd dat de belastinginspecteur ons standpunt niet deelt en heeft over de verstreken jaren naheffingsaanslagen opgelegd. Dit heeft geleid tot een extra nadeel van N 836.

Publicatiedatum: 11-06-2021

Inhoud