Paragraaf Lokale heffingen

Inhoud

Inleiding

Een deel van de gemeentelijke inkomsten bestaat uit eigen belastinginkomsten. Van de belastinginkomsten behoren de onroerendezaakbelastingen (OZB), de hondenbelasting en de logiesbelasting tot de zogenoemde algemene dekkingsmiddelen.
Andere belangrijke heffingen waarmee onze gemeente kosten verhaalt, zijn de gebruiksretributies zoals de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Beiden worden gerekend tot de specifieke dekkingsmiddelen waarbij de baten niet mogen uitgaan boven de geraamde kosten. Dit principe geldt ook bij de door onze gemeente geheven leges op verstrekte diensten (documenten) en de exploitatie van de weekmarkt in de vorm van heffen van marktgeld.

Uitgangspunten tarievenbeleid

In het coalitieakkoord 2018-2022 wordt er van uitgegaan dat er geen lastenverzwaring worden doorgevoerd. De belastingtarieven zijn voor 2020 met het inflatiepercentage (2,0%) geïndexeerd. Daarnaast zijn de tarieven voor de overige heffingen zoals afvalstoffenheffing, rioolheffing en marktgelden op een kostendekkend niveau gehandhaafd. Ook bij de leges is het uitgangspunt van kostendekkende tarieven zoveel mogelijk toegepast. Binnen de legesverordening worden er drie titels toegepast: Algemene dienstverlening, Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning en Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn. Bij het bepalen van de kostendekkendheid wordt het principe van kruissubsidiëring toegepast. Dit betekent dat alle titels tezamen worden beoordeeld voor het bepalen van de kostendekkendheid.

Berekening overhead

De definitie behorend bij de in deze paragraaf genoemde post overhead is als volgt: Het aandeel van het bedrag van overhead wordt berekend door de verhouding tussen de totale som van de overhead en de totale som van de personeelslasten en deze vervolgens te vermenigvuldigen met de totale begrote personeelslasten voor deze taak. Voor 2019 bedroeg dit 64,21%, in 2020 is dit 69,65%. In de berekening van het overheadpercentage is het onderdeel ICT van IJsselgemeenten meegenomen, omdat dit ook als een overhead taak wordt gezien.

Baten en lasten belastingen en heffingen

Baten belastingen / heffingen Begroting Realisatie Verschil
Onroerende zaakbelastingen V11.872 V12.114 V242
Afvalstoffenheffing V7.486 V7.539 V53
Rioolrechten V4.005 V3.999 N6
Hondenbelasting V306 V307 V1
Logiesbelasting V18 V35 V17
Totaal V23.687 V23.994 V307

Begrote en gerealiseerde lasten
Bij de voorziening dubieuze debiteuren hebben we een aanvullende dotatie van N300 gedaan in verband met de mogelijke incourantheid van de vorderingen naar aanleiding van de Corona crisis.

Lasten 2020 belastingen / heffingen Begroting Realisatie Lasten
Voorziening dubieuze debiteuren N132 N300 N168
Kwijtschelding afvalstoffenheffing N545 N508 V37
Kwijtschelding rioolrechten N138 N117 V21
Kwijtschelding hondenbelasting N21 N16 V5
Totaal N836 N941 N105

Belastingdruk over de jaren

De gemiddelde woonlast voor een huishouden van twee personen (OZB, afvalstoffenheffing en rioolrechten gebruikers + eigenaren) bedroeg in 2016 € 586,41. In 2020 bedraagt de gemiddelde woonlast € 597,02. In de periode 2016-2020 betekent dit een lastenverzwaring van 1,8%.

Lokale lastendruk in relatie tot andere gemeenten

Het Centrum van Onderzoek van de Economie van Lagere Overheden (COELO) geeft jaarlijks inzicht in de positie van onder andere onze gemeente op het gebied van lokale lastendruk ten opzichte van de andere gemeenten in Nederland. In 2020 eindigde onze gemeente op de 17e plaats in van de in totaal 355 geënquêteerde gemeenten (*). Hoe lager het nummer hoe lager de woonlasten. In 2019 eindigde onze gemeente nog op de 23e plaats van de in totaal 355 geënquêteerde gemeenten (*).

(*) In de door Coelo gehanteerde overzichten zijn in enkele gevallen nog gemeenten apart opgenomen die inmiddels zijn samengevoegd met andere gemeenten. Of als er sprake is van uiteenlopende tarieven voor delen van gemeenten dan zijn deze delen apart meegenomen in de Coelo overzichten.

Wet waardering onroerende zaken (WOZ)

In januari 2020 zijn alle WOZ-beschikkingen verzonden. Deze beschikkingen waren voor bezwaar en beroep vatbaar. Ondanks dat er beduidend meer bezwaren zijn ontvangen heeft afhandeling voor het eind van het jaar plaatsgevonden. Bij slechts een enkel bezwaarschrift is gebruikgemaakt van de mogelijkheid om de afhandeltermijn met zes weken te verlengen.

Alle objecten zijn gewaardeerd naar het waardepeil van 1 januari 2019. De belanghebbenden (eigenaren en gebruikers) zijn in januari 2020 over de uitkomst van de waardevaststelling geïnformeerd. Deze waardevaststelling geldt voor slechts één tijdvak en is gebaseerd op een prijspeildatum die één jaar voor het tijdvak ligt. Daarnaast is de jaarlijkse herwaardering van alle onroerende zaken voor het WOZ tijdvak 2020 uitgevoerd.

Het deel van de aanslagbiljetten/WOZ-beschikkingen wat in 2020 digitaal verzonden is via MijnOverheid bedraagt 41,5.

Onroerendezaakbelastingen woningen & niet-woningen (Taakveld 0.61 en 0.62)

De onroerendezaakbelastingen (OZB) zijn de belangrijkste gemeentelijke belastingen. De opbrengst behoort tot de algemene dekkingsmiddelen en mag vrij worden besteed. De gemeente is autonoom bij het bepalen van de OZB-tarieven. Met ingang van 2020 is de macronorm (een jaarlijkse monitoring voor de ontwikkeling van de lokale lasten) niet langer in gebruik. Hiervoor in de plaats is een benchmark ingevoerd die niet alleen de OZB maar ook de riool- en de afvalstoffenheffing vergelijkt.
De benchmark geeft een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de gemeentelijke tariefontwikkeling per provincie, net als de landelijke en provinciale gemiddelden.

Tarieven OZB

De aanslagen OZB werden voor 2020 gebaseerd op de gelijktijdig bekendgemaakte nieuwe WOZ-waarde. In deze waarde zijn de gevolgen van de ontwikkelingen op de vastgoedmarkt zichtbaar. Er is rekening gehouden met de marktontwikkelingen tot rond de prijspeildatum 1 januari 2019. Sinds 2015 is er weer sprake van een toename van het aantal verkopen en ook een stijging van de transactieprijzen. Deze trend heeft zich in het afgelopen jaar nadrukkelijk doorgezet hetgeen resulteert in de stijgende waardevaststelling (10,0%) voor woningen. Bij het bedrijfsvastgoed is het einde van de daling in zicht gekomen. Het totale waardeareaal van de niet-woningen laat nog wel een kleine daling zien maar deze is voornamelijk afkomstig van de incourante objecten.

De waardewijzigingen voor de woningen en niet-woningen is volledig in de tarieven gecompenseerd.

De tarieven OZB voor het belastingjaar 2020 zijn gebaseerd op de uitkomsten van de waardeherziening met als prijspeildatum 1 januari 2019. Zoals aangegeven werd in de tarieven rekening gehouden met de waardeontwikkeling. Los van de trendmatige verhoging en de toename van het aantal objecten, is uitgegaan van een gelijkblijvende opbrengst.
Voor 2019 zijn de volgende tarieven toegepast:

Woningen Niet-woningen
proportioneel 2020 proportioneel 2020
Eigenaren 0,1001% Eigenaren 0,2874%
Gebruikers n.v.t. Gebruikers 0,2392%

Hondenbelasting (Taakveld 0.64)

De hondenbelasting is een algemene belasting waarvan de opbrengst ten goede komt aan de algemene middelen. Om de registratie van honden op peil te houden worden er jaarlijks huis-aan-huis-controles gehouden. Door de maatschappelijke beperkingen als gevolg van de coronapandemie zijn er geen huis-aan-huis controles uitgevoerd. Zodra de beperkingen zijn opgeheven zal de huis-aan-huis controle weer worden hervat. Voor 2020 zijn de tarieven licht gestegen met het inflatiepercentage van 2,0%. Het tarief voor de eerste hond bedroeg € 78,95. Voor de tweede en volgende hond(en) is het tarief € 157,90.

Bedrijveninvesteringszones (BIZ) (Taakveld 3.1)

De ondernemers op CapelleXL hebben sinds 2012 een BIZ: BedrijvenInvesteringsZone. Dit is een wettelijk instrument waarmee de ondernemers gezamenlijk investeren in de kwaliteit en uitstraling van hun bedrijfsomgeving. Van deze eerste BIZ zijn vooral de fysieke resultaten zichtbaar, zoals de upgrading van het groen en de verbeterde parkeervoorzieningen. In het eerste kwartaal van 2016 hebben de ondernemers op CapelleXL voor een vervolg van de BedrijfsInvesteringszone gestemd. De BIZ kan hierdoor voor de jaren 2016 t/m 2020 worden voortgezet. Dit gebeurt op basis van de per 1 januari 2015 in werking getreden (nieuwe) Wet op de Bedrijveninvesteringszones. Met deze wet kunnen nieuwe BIZ-initiatieven gerealiseerd worden. Speerpunten voor de jaren 2016 t/m 2020 zijn onder meer beveiliging, gebiedsontwikkeling, gebiedspromotie en bereikbaarheid.

De netto-opbrengst wordt in de vorm van een subsidie uitgekeerd aan de Stichting BIZ CapelleXL. Met ingang van 2017 is er op het bedrijventerrein Capelle-West ook een BIZ opgestart. Deze wordt voor de jaren 2017 t/m 2021 ingezet.

Marktgeld (taakveld 3.3)

Na de omvorming van de markt in Capelle-Schollevaar, aan het Pier Panderplein, is er alleen nog een weekmarkt in Capelle-Centrum. De totale exploitatiekosten voor de centrummarkt zijn meerjarig in evenwicht met de baten. Voor 2020 geldt dat de lasten en baten voor 72% in evenwicht zijn. Het tarief voor 2020 is met het inflatiecorrectie van 2,0% aangepast.

Logiesbelasting (taakveld 3.4)

Deze belasting wordt geheven voor het overnachten van niet-ingezetenen van de gemeente in hotels, pensions (B&B), recreatiewoningen en dergelijke. De opbrengst van de logiesbelasting is niet bedoeld om de kosten van toeristische voorzieningen te dekken, maar komt ten gunste van de algemene middelen. In de loop van het afgelopen jaar is de oorspronkelijke begroting als gevolg van de corona effecten naar beneden bijgesteld. Desondanks is mede onder invloed van de aangiften van het 4e kwartaal 2019 een hogere opbrengst gerealiseerd dan in de begroting was opgenomen.

Het tarief van € 1,20 per overnachting is in 2020 gelijk gebleven aan dat van 2019.

Gelet op de omvang van het tarief wordt deze eens in de drie jaar verhoogd. De laatste verhoging heeft in 2018 plaatsgevonden.

Kwijtscheldingen (taakveld 6.3)

Het bestaande kwijtscheldingsbeleid is ook in 2020 onveranderd gebleven. Dit betekende dat als een burger niet in staat was om de aanslag gemeentelijke belastingen te betalen, deze bij de gemeente een verzoek om kwijtschelding kon indienen. Kwijtschelding is alleen mogelijk voor afvalstoffenheffing, rioolheffing gebruikers en de hondenbelasting (alleen eerste hond). Bij de beoordeling van een kwijtscheldingsverzoek werd met behulp van de gegevens van een aanvraagformulier iemands persoonlijke financiële situatie onderzocht. De criteria die gehanteerd werden, zijn vastgelegd in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, de Leidraad invordering gemeentelijke heffingen 2020 en de Verordening kwijtscheldingsregeling gemeentelijke belastingen 2020. Daarnaast werd de zogenaamde automatische kwijtschelding toegepast. Met de uitvoering van automatische kwijtschelding wordt zeer behoedzaam omgegaan. Doordat inkomens van jaar tot jaar sterk kunnen verschillen, is een jaarlijkse inkomenstoets wenselijk gebleken. Op basis van een geautomatiseerde inkomenstoets is, voordat er automatische kwijtschelding werd verleend, het inkomen getoetst bij het Inlichtingenbureau (opgericht door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de VNG). Hierbij gaat het uitsluitend om cliënten die in het voorgaande jaar kwijtschelding hebben gekregen. Die burgers die onder de meerjarige kwijtschelding vallen zien op hun aanslagbiljet niet alleen de belastingsoorten waarvoor zij aangeslagen worden, maar ook tegelijkertijd de aanslagen die onder de meerjarige kwijtschelding vallen. Ook voor alle individueel ingediende verzoeken maken we gebruik van de mogelijkheid om deze te laten toetsen bij het Inlichtingenbureau. Met behulp van deze werkwijze zijn er meerdere bronnen beschikbaar waarmee het verzoek getoetst kan worden.

In 2020 hebben we 1.654 verzoeken moeten verwerken. Hiervan is aan 744 huishoudens gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de aanslag gemeentelijke belastingen verleend. Dit is 45,0% van het totale aantal ontvangen verzoeken

Rioolheffing (taakveld 7.2)

Rioolheffing wordt zowel van de eigenaar (aansluitrecht) als van de gebruiker (afvoerrecht) van woningen en bedrijfspanden geheven. Ingeval er sprake is van grootverbruikers (meer dan 250 m³) wordt het tarief gekoppeld aan het waterverbruik. Voor wat betreft de rioolheffing eigenaar wordt er slechts één tarief voor het vastrecht toegepast. Woningen en bedrijven betalen tot 250 m³ waterverbruik een vast forfaitair tarief, daarboven is voor bedrijven het aanslagbedrag afhankelijk van het waterverbruik. Uitgangspunt voor de vaststelling van de tarieven is maximaal 100 procent kostendekkendheid. Bij het bepalen van de tarieven is rekening gehouden met een bedrag aan te verlenen kwijtschelding bij het gebruikersdeel. Daarnaast is binnen de opbrengst een bedrag gereserveerd voor oninbare aanslagen. De tarieven 2020 zijn ten opzichte van 2019 voor het eigenarendeel met 1,5% en voor het gebruikersdeel met 1,9% geïndexeerd. Voor 2020 zijn de volgende tarieven toegepast:

Rioolrecht eigenaar € 68,-
Rioolrecht gebruiker € 55,-
Totaal € 123,-

In de Begroting 2020 bedraagt het percentage kostendekkendheid 91,2%. Bij de jaarrekening 2020 is een percentage van 88,6% gerealiseerd. Het verschil van 2,6% is te verklaren door calamiteiten en meer inspectie van de riolen als gevolg van mondkapjes in het riool waardoor verstoppingen plaatsvinden en meer reparaties nodig zijn. Daarnaast is er sprake van hogere lasten van het gronddepot doordat er minder grond is uitgegeven als gevolg van minder IBOR-projecten die zijn uitgevoerd.

Kostendekkendheid rioolheffing
Lasten taakveld N3.841
Baten taakveld exclusief heffingen:
- Onderhoud gemalen: bijdrage HHSK V200
- Onderhoud gemalen: bijdrage gem.Rotterdam V50
- Huurbaten V24
- Overige inkomsten V45
Netto lasten taakveld N3.523
Toe te rekenen indirecte lasten (overhead) N860
Totale lasten N4.383
Baten rioolheffing V3.999
Kwijtscheldingen N117
Totale baten V3.882
Kostendekkendheid 88,6%

Afvalstoffenheffing (taakveld 7.3)

De kosten van afvalinzameling en verwerking worden aan de gezinshuishoudens in rekening gebracht via een afvalstoffenheffing. In het verleden is besloten om bij de heffing uit te gaan van een tariefdifferentiatie, waarbij het tarief afhankelijk is gesteld van het aantal personen in een huishouden. De opbrengst van de afvalstoffenheffing behoort niet tot de algemene middelen, maar dient gebruikt te worden om de kosten te dekken van de afvalinzameling en -verwerking. Uitgangspunt voor de vaststelling van de tarieven is maximaal 100 procent kostendekkendheid. Bij het bepalen van de tarieven is rekening gehouden met het verlenen van kwijtschelding. Daarnaast is binnen de opbrengst een bedrag gereserveerd voor oninbare aanslagen. De tarieven 2020 zijn ten opzichte van 2019 met 2,0% geïndexeerd. Voor 2020 zijn de volgende tarieven toegepast:

Jaartarief eenpersoonshuishoudens € 216,34
Jaartarief tweepersoonshuishoudens € 253,05
Jaartarief meer dan tweepersoonshuishoudens € 283,37


In de Begroting 2020 bedraagt het percentage kostendekkendheid 95,7%. Bij de jaarrekening 2020 is een percentage van 82,5% gerealiseerd. Het verschil van 13,2% is te verklaren door een lagere dividenduitkering van Irado en tegenvallende  baten van de nascheiding van afval. Daarnaast is er, als gevolg van corona, sprake van een overschot van sloop- en bouwafval met als gevolg hogere afvoer- en verwerkingskosten, extra aanbod van overig afval en bijplaatsingen van grof vuil wat tot extra lasten heeft geleid. In de Najaarsnota 2020 (voorstel 7.8 N820 in 2020) zijn deze stijgende lasten reeds gesignaleerd.

Kostendekkendheid afvalstoffenheffing
Lasten taakveld N9.185
Baten taakveld exclusief heffingen:
- nascheiding afval V743
- dividend Irado -/- rentelasten V104
Netto lasten taakveld N8.338
Toe te rekenen indirecte lasten (overhead) N187
Totale lasten N8.525
Baten afvalstoffenheffing V7.539
Kwijtscheldingen N508
Totale baten (opbrengst heffingen) V7.031
Kostendekkendheid 82,5%

Leges

Leges kunnen worden geheven voor gemeentelijke dienstverlening. Legesheffing mag alleen dienen om kosten te verhalen. Het is niet toegestaan dat er winst wordt gemaakt. Dit betekent dat de totale opbrengst uit de legesverordening in zijn geheel niet meer dan kostendekkend mag zijn. Een belangrijk deel van de legestarieven is gebaseerd op de inzet van personeel en wordt het meest beïnvloed door de loonontwikkeling.

Kostendekkendheid
De mate van kostendekkendheid van de legestarieven is onderzocht. De conclusie  is dat onze legesopbrengsten binnen de geldende kaders niet hoger zijn dan de kosten die we maken. Op basis van de werkelijke aantallen, afdrachten rijksleges, kosten en opbrengsten in 2020 bedraagt de kostendekkendheid 64%. Dit is lager dan de prognose bij de Begroting 2020 van 71%, Zowel aan de lasten als aan de batenkant is in 2020 sprake van een daling ten opzichte van de begroting. Deze daling wordt aan de lastenkant met name verklaard doordat de begrote dotatie aan de voorziening omgevingsvergunning geen doorgang heeft gevonden en aan de batenkant voornamelijk doordat de begrote baten voor het nieuwe Rivium niet zijn gerealiseerd.  De daling van de baten is echter groter geweest dan de daling van de lasten wat resulteert in een lagere kostendekkenheid.

Publicatiedatum: 11-06-2021

Inhoud